Otto Ernst Gelder van Limburg Stirum (1685-1769)


Otto Ernst Gelder van Limburg Stirum werd op 7 januari 1685 te Borculo geboren als oudste zoon van Frederik Willem van Limburg Stirum en Lucia van Aylva. Hij huwde met Anna Lucia van Klinkenberg, uit welk huwelijk vijf kinderen werden geboren. Op 12 juni 1769 overleed hij te Hoogeveen. In eerste instantie volgde Otto Ernst Gelder de familietraditie en werd hij militair. In 1701 begon hij als cornet bij de lijfcompagnie van de stadhouder. In de periode 1704-1711 was hij kapitein in het regiment van kolonel Johan van Idsinga en van 1710-1712 majoor-titulair in het tweede bataljon van het regiment van de stadhouder van Friesland. De slag bij Malplaquet in 1709 maakte hij mee als adjudant van de Friese prins Johan Willem Friso. Ten slotte was hij van 1712 tot 1713 kapitein van een compagnie Zwitsers.

Over zijn bezigheden tussen 1713 en 1721 is niets bekend. In 1721 kwam hij in conflict met zijn ouders. De gevolgen daarvan beïnvloedden de rest van zijn leven. Otto was verliefd geworden op Anna Lucia van Klinkenberg. Otto's ouders wilden voorkomen dat de relatie met Lucia serieus werd omdat ze haar geen partij vonden voor hun grafelijke zoon. Zij was dochter van Hendrik van Klinkenberg, door Otto's vader denigrerend als zijn 'laequey' aangeduid, en van Anna Schepers. Van Klinkenberg zal, aangezien hij later burgemeester van Borculo werd, niet werkelijk lakei bij de Van Limburg Stirums geweest zijn maar vermoedelijk wel op een of andere wijze van hen afhankelijk. Het conflict liep zo hoog op, dat het Hof van Gelderland erin betrokken werd en Otto ten slotte door zijn vader, vlak voor diens dood, werd onterfd.

Intussen had Otto al afstand gedaan van zijn recht op opvolging in de heerlijkheid Borculo ten behoeve van zijn jongere broer Leopold. Dat was inmiddels de enige bezitting van zijn ouders en bovendien zwaar met schulden belast. Otto zou er 75.000 caroliguldens voor krijgen. Dit geld had hij nodig om zijn huwelijksplannen door te kunnen zetten en elders een nieuw bestaan op te bouwen. Het huwelijk tussen Otto en Lucia werd op 1 november 1722 in Delft voltrokken. Otto's ouders waren inmiddels overleden. In december 1722 kocht Otto in de buurschap Oosterboer bij Meppel het herenhuis 'Het Slot'. Ook financierde hij, mede namens Frans Arnold van Hoensbroeck, heer van Ruinen en Ruinerwold, veenontginningen. Hij wist zich zo vermoedelijk een redelijk bestaan op te bouwen. Vanaf ongeveer 1733 stond Otto in contact met de Friese stadhouder Willem Carel Hendrik Friso. De eerste tijd gaf hij via zijn familielid Hobbe van Aylva - de opperstalmeester van de prins - informatie door over de situatie in Drenthe, maar vooral over de situatie in Overijssel. Later richtte hij zich ook tot de prins zelf.

In 'la province voisine', zoals hij Overijssel meestal noemde, trachtte hij in de eerste plaats het wantrouwen tegen de Friese stadhouder weg te nemen. De moeder van prins Willem, Maria Louise van Hessen-Kassel, had via intriges met een aantal raadslieden getracht het stadhouderschap van Overijssel voor haar zoon te verwerven. Als deze manoeuvre gelukt was, zou Willem in vier van de zeven provincies stadhouder geweest zijn. Hij had dan in de Staten-Generaal eventueel met meerderheid van stemmen besluiten kunnen doordrukken. De vertegenwoordigers van de prinses wisten in Overijssel echter niet voldoende steun voor hun plannen te krijgen en namen zelfs velen tegen zich in. Zo werd Willem, toen hij meerderjarig was geworden, geconfronteerd met een achterdochtige houding van velen in Overijssel, terwijl het voor hem van groot belang was steun in die provincie te verwerven.

Otto van Limburg Stirum nu trachtte via informele contacten duidelijk te maken, dat prins Willem niet uit was op een stadhouderschap, hopende dat daardoor de Overijsselse regenten wel bereid zouden zijn wensen van de Friese prins op andere terreinen te helpen vervullen. Zo werd graaf Otto in 1733 ingezet om een bezoek van Hobbe van Aylva aan Overijssel voor te bereiden. Van Aylva wilde namens de prins bekijken of er mogelijkheden waren om de Staten van Overijssel te laten instemmen met de afgifte van goederen uit de erfenis van Willem III aan de Friese prins. Otto van Limburg Stirum trachtte Overijsselse bestuurders zover te brengen, dat ze zonder argwaan een gesprek met Van Aylva wilden aangaan. Ook wanneer het standpunt van Overijssel in de Staten-Generaal voor de prins van cruciaal belang was, deed Van Limburg Stirum zijn best de stemming te beïnvloeden. In 1736 en 1742 trachtte hij bij voorbeeld Overijsselse regenten ervan te overtuigen, dat het voor de Republiek van groot belang was, dat de Friese prins tot generaal werd benoemd en dat deze prins die functie niet uit eigenbelang ambieerde.

De beste contacten had Van Limburg Stirum in Zwolle en in Kampen. Hij ging er persoonlijk heen of zond vertrouwelingen met goede relaties in die steden om de tactiek te bespreken, die voor de prins het meeste op zou leveren. Verder verbleef hij, wanneer de Staten van Overijssel voor de prins belangrijke zaken bespraken, meestal in de stad waar de vergadering plaats vond om de vinger aan de pols te houden. Informatie over de voortgang wist hij dan te verkrijgen via bevriende regenten of ambtenaren van de griffie. Helaas leverden zijn inspanningen over het algemeen weinig op, vooral omdat de meeste politici er in die tijd meer bij gebaat waren Holland te volgen dan een Friese prins ter wille te zijn. Toen deze prins uiteindelijk in 1747 in alle provincies stadhouder werd, was Van Limburg Stirum mogelijk al te oud om daar nog voordeel van te hebben. In elk geval blijkt nergens dat hij voor zijn inspanningen beloond werd met een aantrekkelijke functie. Wel ontving hij een klein jaargeld en kregen twee van zijn zoons functies aan het hof.

Auteur: M. Bruggeman

Uit: Overijsselse bioghrafieën
Geboren:   07-01-1685 Borculo
Overleden:   12-06-1769 Hoogeveen
Vader:   Frederik Willem van Limburg Stirum
Moeder:   Lucia van Aylva
Echtgeno(o)t(e):   Anna Lucia van Klinkenberg
Publicaties:   A. P. van Schilfgaarde, De graven van Limburg Stirum in Gelderland en de geschiedenis hunner bezittingen, III-i, Assen 1961 Kroniek Historisch Genootschap VI (1850), p. 125-138 Koninklijk Huisarchief. Archief Willem IV, Correspondentie tussen prins Willem en Otto Ernst Gelder van Limburg Stirum, 1733-1747
Laatst bijgewerkt op:   26-03-2014