Theda W.S. Mansholt (1879-1956)


Theda Wilhelmina Scheltje Mansholt kwam uit een bekend progressief en politiek actief Gronings boerengeslacht. Ze werd op 28 april 1879 geboren als jongste dochter van Derk Roelfs Mansholt (1842-1921)en Aaltje Willems Dijkhuis (1837-1915) op boerderij Torum in Meedum in de Westpolder in Groningen. Ze had vier broers en een (eerder overleden) zusje. Vader Derk was afkomstig uit Noord Duitsland en behalve pionier bij het ontwikkelen van ‘nieuw land’, ook actief op sociaal en politiek gebied en bevriend met Multatuli en F. Domela Nieuwenhuis.

Theda volgde de opleiding tot huishoudlerares in Groningen en Nijmegen. Van 1909 tot 1913 was zij lerares aan de 2-jarige zomercursus voor meisjes aan de Rijkslandbouwwinterschool te Veendam. Dit was een van de eerste initiatieven voor onderwijs aan meisjes op het platteland. Vanaf die tijd kwamen er ook ambulante landbouwhuishoudcursussen. Ook bijvoorbeeld vanuit Deventer in 1910, waar lerares Gesina Bieleman per fiets of stoomtram naar cursussen gaf in de Sallandse IJsselstreek. Voor boeren was er het landbouwonderwijs, maar men wilde ook boerinnen voor nieuwe middelen en methoden interesseren. Theda kreeg (samen met genoemde Gesina Bieleman) in 1910 een regeringsopdracht om het onderwijs aan boerendochters in Denemarken en Noord-Duitsland te bestuderen. Het resultaat was de oprichting van de Rijksschool voor Landbouwhuishoudonderwijs op landgoed Rollecate te Den Hulst op 20 september 1913. Baron Van Dedem stelde een deel van het rentmeestershuis (voor de leraressen) en de tuinmanswoning (voor de cursisten) ter beschikking. Apart werden drie lokalen gebouwd. De cursisten kwamen per stoomtram vanaf station Dedemsvaart.

Directrice Theda was ook docent Koken en Voedingsleer, Methodiek en Huishoudelijk beheer. Het landbouwhuishoudonderwijs was van groot belang voor de ontwikkeling van het platteland. Begin vorige eeuw gingen wetenschappelijke inzichten een rol spelen, zoals de ontdekking van bacteriën en vitaminen. De school viel eerst onder het ministerie van Landbouw en vanaf 1921 onder het Departement van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen. Het diploma werd in 1922 vervangen door de acte N19. Omdat het gebouw niet meer voldeed, kwam er op 9 december 1930 aan de Tessenmachterstraat in Deventer een nieuw gebouw: Nieuw Rollecate. Deze school werd door de gemeente Deventer gebouwd en het Rijk kon school en de omringende tuin huren. In 1938 werd het 25-jarig bestaan gevierd met een groot feest in de Deventer schouwburg.

Theda was ook buiten de school actief. Ze werd in 1915 voorzitter van de Damescommissie van Advies voor het Landbouwhuishoudonderwijs in Overijssel en vanaf 1919 voorzitter van de Vereniging voor Leerkrachten bij het Landbouwhuishoudonderwijs. Daarnaast had zij zitting in diverse onderwijscommissies, o.a. voor de uitwerking van het Nijverheidsonderwijs. Ook internationaal deed zij veel voor het landbouwhuishoudonderwijs. Zij hield voordrachten in het buitenland en maakte studiereizen naar congressen. Op het vijfde Internationale Congres voor Huishoudonderwijs in 1934 te Berlijn bijvoorbeeld verzorgde zij de Nederlandse bijdrage. Deze ging over de noodzakelijkheid van een wetenschappelijke organisatie in de huishouding in het belang van de vrouw.

Theda was een vooruitstrevende en strijdbare vrouw. Zo doorbrak zij nogal eens de traditie van de vergaderingen met louter mannelijke sprekers, door het woord te voeren over zaken die zij belangrijk vond. Zij wist ook hoe groot de invloed in het boerengezin was van de boerin die ook moeder en huisvrouw was. Als directrice was zij treng en sober, volgens de leerlingen van de school soms te zuinig. Binnen de familie Mansholt nam zij een grote plaats in; zij organiseerde vaak familiereünies. Haar neef Sicco Mansholt (1908-1995),de latere minister en politicus, bezocht haar vaak; hij studeerde in Deventer aan de Middelbare Koloniale Landbouwschool. Theda had een socialistische levensbeschouwing, net als haar Groningse familie.

In Deventer werd zij bestuurslid van de Deventer Hutspotclub, waar werkende dames maandelijks gezamenlijk aten. Tijdens de eerste bijeenkomst in 1939 omschreef zij het doel als volgt: “Vrouwen uit verschillende beroepen, van de meest intellectuele tot de meest praktische, nader tot elkaar te brengen ten einde de gemeenschapszin en de waardering voor elkaars werk te versterken’.

In 1941 ging Theda met pensioen. Zij werd benoemd tot officier in de Orde van Oranje Nassau. In 1951 werd de landbouwhuishoudschool in Haren naar haar vernoemd. Na 1950 werd zij ook actief voor de oprichting van een leerstoel voor huishoudwetenschappen aan de Landbouwhogeschool Wageningen. Deze leerstoel kwam er inderdaad in 1953. In 1956 overleed Theda Mansholt in Arnhem; zij werd gecremeerd in Dieren.

Auteur: mw. drs. L.J. de Jong
Geboren:   28-04-1879 Meeden (Gr)
Overleden:   07-12-1956 Arnhem
Vader:   Derk Roelfs Mansholt (1842-1921)
Moeder:   Aaltje Willems Dijkhuis (1837-1915)
Publicaties:   Literatuur: - Gedenkschrift Theda Mansholt 28 april 1879-7 december 1956. Met bijdragen van H.D. Louwes en A.C. Wiersma-Risselada. Deventer 1956. - Greta G. Smit, Het landbouwhuishoudonderwijs in Nederland, ontstaan, ontwikkeling en betekenis 1908 – 1965. Den Haag 1966. - Margreet van der Burg, Een half miljoen boerinnen in de klas. Landbouwhuishoudonderwijs vanaf 1909. Heerlen 1988. - Jubileumboek: Rollecate 75 jaar in beweging. Nieuw Rollecate/Rijkshogeschool IJselland. Deventer 1989. - Fransje Backerra (red), Vrouwen van het land. Anderhalve eeuw plattelandsvrouwen in Nederland. Zutphen 1989. - Margreeth van der Burg, ‘Th.W.S. Mansholt (1879-1956). Pedagoge in de plattelandspraktijk’, in: Vrouwelijke pedagogen in Nederland. Nijkerk 1991, 93-106. - Elke de Boer, ‘Theda W. S. Mansholt, grondlegster van het Landbouwhuishoudonderwijs en eerste directeur van de Rijksschool voor Landbouwhuishoudonderwijs’, in: Eerste Vrouwen. Nederlandse Vrouwenraad 2008.
Laatst bijgewerkt op:   03-04-2014