Thomas Berentsz (1578-1625)


Over Thomas Berentsz leven is weinig bekend. Wel zijn er nog materiële getuigen van zijn werk bewaard gebleven. Berentsz stamt uit een Kamper geslacht, net als zijn vrouw Metgen Sasse. Zijn vader was boekdrukker Berendt Petersz, zijn moeder Peterken van Wieringen.
Het drukkersvak zat in de familie, want Berentsz’ grootvader was de uitgever en drukker Peter Warnersz, gevestigd in de Broederstraat, waar Thomas, zijn broer en twee zussen zouden opgroeien. Een ander markant familielid was neef Marcus Gualtherus, de bekende rector van de Latijnse school.

Thomas werd (omstreeks 1578) geboren in Emmerik, waar zijn vader (en grootvader) naar toe waren gevlucht vanwege de godsdienstonrust die op dat moment in Kampen heerste. In 1579 keert het (remonstrantse) gezin terug naar Kampen. De belangrijke rol die de familie van Thomas Berentsz in de stad vervulde, komt tot uitdrukking in het feit dat hij enige tijd deel uitmaakte van de Gezworen Gemeente, betrokken was bij de schutterij - hij bracht het zelfs tot vaandrig - en nog korte tijd rentmeester was.
Vanuit die gezagspositie bemiddelde hij regelmatig bij geschillen. Een testament uit 1610 toont aan dat het kinderloze echtpaar Berentsz-Sasse niet onbemiddeld was. Thomas ontwikkelt zich in de geest van de renaissance - die op dat moment nog volop heerst in de Nederlanden - als een echte homo universalis, een man die op meerdere vlakken uitblonk, onder meer als landmeter, architect en schilder.
In bronnen wordt hij vaak in die laatste hoedanigheid vermeld. Daarnaast fungeert hij regelmatig als adviseur.

In 1596 vraagt Kampen Berentsz enkele kaarten te maken, die Engelse kooplieden van de strategische ligging van de stad moeten overtuigen. Als schilder krijgt hij opdrachten voor onder meer het vervaardigen van een tafereel in een ‘nieuwe camer’, van mogelijk het Raadhuis, voor het beschilderen van de nieuwe zonnewijzer op dat gebouw en voor het vergulden van het uurwerk van de Broederkerk en het haantje van de Agnietenkerktoren.
Ook bemoeit hij zich met het afstellen en op toon stellen van klokken. Op 14 september 1611 wordt Thomas benoemd tot gezworen landmeester van Overijssel, nadat hij met succes een proeve van bekwaamheid - een kaart van een grensdeel tussen Gelderland en Overijssel - had afgelegd.
Februari 1612 wordt hij beëdigd. Hij voldoet waarschijnlijk aan de verwachtingen, want zijn traktement wordt in 1618 verhoogd.

In zijn woonplaats werkt hij in ondertussen mee aan het vergroten en verbeteren van de bolwerken en andere verdedigingswerken van de stad. In eerste instantie in een ondergeschikte rol, totdat hij de belangrijke opdrachten voor de verbouwingen van de Broeder- (1615) en Cellebroeders- (1617) krijgt, van oorsprong middeleeuwse poorten (tweede helft 15de eeuw), die door Berentsz ingrijpend worden veranderd en vergroot, waarbij hij op overtuigende wijze de stijl van de renaissance introduceert. Mogelijk ontwierp hij ook de Buiten-Venepoort (1616).
De ‘nieuwe’ poorten onderscheidden zich door hun kleurrijke afwisseling van (horizontale banen) bak- en natuursteen, door de rijke toepassing van ornamentiek en ander decoratief beeldhouwwerk en door de karakteristieke torentjes.

Als landmeter meet hij voor ‘zijn’ stad onder meer het land van het Kartuizer klooster in Oosterholt op. Het wordt wel verondersteld dat Berentsz als bouwheer ook in Zwolle werkzaam was, bijvoorbeeld als ontwerper van de indrukwekkende Hoofdwacht aan de Grote Markt en in Sneek, als ontwerper van de Waterpoort.
In de strijd tussen Remonstranten en Contra-Remonstranten horen Thomas en zijn broer Willem, die uitgever en drukker werd, bij de eerste groep. Het kostte Thomas in 1619 zijn ambt als landmeter van Overijssel, maar enkele jaren later (1623) wordt hij in ere hersteld en krijgt hij zelfs een betaling over het jaar 1622, wat mag gelden als een teken van genoegdoening.

Op 10 mei 1625 overlijdt Thomas aan de pest. Hij wordt begraven in de Kamper Bovenkerk, waar zijn grafsteen nog steeds aanwezig is . Ter gelegenheid van zijn 310de sterfdag ijvert een comité voor de oprichting van een gedenksteen voor deze prominente Kamper burger.
Die steen, naar een ontwerp van de comitévoorzitter, de Kamper bouwkundige en gemeenteopzichter A.J. Reijers (1867-1943), die ook een tweetal artikelen over Berentsz schreef, wordt in 1935 geplaatst.
In 1936 krijgt het eerbetoon een vervolg met de vernoeming van een straat in de nieuwe Kamper wijk Zuid. Van Thomas werk als ‘schilder’ is vrijwel niets bewaard gebleven. De door hem ontworpen Broeder- en Cellebroederspoort zijn nog in volle glorie te bewonderen.

Noot: Als vermoedelijk geboortedatum wordt ook wel het jaar 1576 vermeld.

Auteur: drs. G.A. (Geraart) Westerink
Geboren:   01-01-1578 Emmerik
Overleden:   10-05-1625 Kampen
Vader:   Berendt Petersz, boekdrukker
Moeder:   Peterken van Wieringen
Echtgeno(o)t(e):   Metgen Sasse
Publicaties:   A.J. Reijers, ‘Thomas Berentsz.’, Kamper Almanak 1935-1936, pp. 145-155. G.H.A. Krans, ‘Thomas Berentsz. Bouwmeester, schilder en landmeter te Kampen’, Verslagen Overijsselsch Regt en Geschiedenis 55 (1939), 62-73. L. van Vliet, Thomas Berentsz, gezworen landmeter van Overijssel, Kamper Almanak 2012, 131-146.
Laatst bijgewerkt op:   27-02-2014