Evert Rabbers (1875-1967)


Aan kunstschilder Evert Rabbers is het te danken dat Twente weet hoe de idyllische plekjes, die inmiddels aan de vooruitgang zijn opgeofferd, er vroeger moeten hebben uitgezien. Hij tekende en schilderde er vele tientallen. Werk van een autodidact, dat al eens is samengevat als een ‘heemkundige les'.

‘Der mot ok 'n Rembrandt hebben west, den dat ok hef könt.' De Twentse boer die in het veld over de schouder van Evert Rabbers meekeek naar diens kunstzinnige streken zei het terloops, met de schijnbare achteloosheid die de oostelijke volkstaal zo typeert. De uitspraak werd een gevleugeld woord in de kringen rond Rabbers. Ze zegt niet alleen iets over de kwaliteit die de boer kennelijk in het werk van de schilder ontdekte, ze past ook nog eens prima bij de sfeer die Rabbers zijn schilderijen, tekeningen, pastels en aquarellen meegaf. Want het Twentse en Achterhoekse land, de oostelijke binnensteden, de dierenwereld, maar ook de personen uit de streek waren zijn inspiratiebron.

Evert Rabbers werd op 31 januari 1875 in het tot Hengelo behorende Woolde geboren en stierf op de eerste kerstdag 1967 in Enschede, waarnaar hij al in zijn vroegste jeugd samen met zijn ouders verhuisd was. Hij was fotograaf van beroep, volgde de opleiding daarvoor in Den Haag. Een fotograaf met gevoel voor streekculturele waarden, want hij produceerde diverse historische series, zoals over de kermis en de markt. Zijn werkelijke passie lag echter bij het schilderen. Tot na zijn tachtigste is hij artistiek actief gebleven. Als hij de kans kreeg trok hij stad en land in om zich te wijden aan zijn realistisch weergegeven impressies van het dagelijks leven in Twente en de Achterhoek. Zijn tijdens de fotografen-opleiding ontwikkelde visuele waarnemingsvermogen kwam hem daarbij goed van pas. Die is volgens kenners ook in de lichtinval op zijn schilderijen terug te vinden. Hij maakte altijd eerst talrijke voorstudies alvorens het werk definitief aan het doek of papier toe te vertrouwen.

Rabbers was geen broodschilder. Zijn financiële positie was zodanig dat hij zijn werk niet per se hoefde te verkopen. Die omstandigheid is doorgaans aan de kwaliteit van het werk van landschaps- en omgevingsschilders af te zien. Rabbers maakt op die regel geen uitzondering. Een eenling was hij evenmin. In 1918 vormde hij met enkele geestverwanten een Kunstclub. Andere leden waren B.H. Bolink, W.K. de Wijs, Gerard C. Krol, P.A. Nijgh. Ze kwamen bijeen in een lokaal van het vroegere lyceum in Enschede en exposeerden hun kunstwerken vaak in de Groote Sociëteit van die plaats. In hun 'studio' vervaardigden ze portretten van de meest uiteenlopende personen. Die kregen twee gulden voor een avondje poseren. Op de zaterdagen trokken ze met een auto - Rabbers beschikte als een der eersten over zo'n vervoermiddel - gezamenlijk de natuur in, van de schilderachtige Bergvennen in Lattrop tot aan Borculo, waar ze in 1925 de verwoestingen van de cycloon vastlegden. Paarden, personen en plattelandstaferelen vormen de kern van zijn werk. Het merendeel van de schilderijen maakte hij echter in of in de omgeving van Enschede. De historie druipt van de titels af. 'Zuidesmarke, gezicht op de deel met oonderschoer en drie stuks jongvee', 'Benaadseumke uit het Gesticht voor oude Mannen en Vouwen', 'Boavenend lös hoes met bloeiende appelboom', 'De Heusinksveld- möl zonder omloop en wieken'.

Rabbers zelf is nooit veel op de voorgrond getreden. Hij was een bescheiden man, met een gebogen postuur. Maar aan erkenning heeft het hem, al voor de Tweede Wereldoorlog, niet ontbroken. In Twente, nationaal en zelfs internationaal maakte hij naam. Hij was lid van het Haags schilders genootschap St. Lucas en exposeerde daar ook. Hij verkocht werk tot in Engeland en was in Duitsland eveneens geliefd. Toen hij tachtig jaar werd publiceerde het paardensporttijdschrift Sankt Georg een artikel over 'Evert Rabbers, der Twentsche Pferdemahler'. De kwalificaties van de auteur waren lovend: 'So hat er sich für die künstlerische Dokumentierung seiner Heimat sehr grosse Verdiensten erworben' . Bijkomend voordeel van zijn financiële onafhankelijkheid was dat veel van Rabbers creatieve uitingen in de familie en dus bijeen is gebleven. Zoon Guus schonk het nagelaten werk in de jaren tachtig aan de Stichting Collectie Evert Rabbers, die nu ongeveer 160 werkstukken onder beheer heeft. Dat is niet alles wat van de kunstschilder bewaard is gebleven. Ook het Van Deinse Instituut bezit enkele schilderijen en tekeningen en bij particulieren zullen ongetwijfeld nog de nodige werkstukken hangen. Sommigen daarvan duiken plotseling op. De naar Utrecht verhuisde Bornse familie Ten Cate bijvoorbeeld had vroeger contact met de schilder en kreeg ooit een tekening met de titel 'Kolkje bij de boerderij'. De Ten Cates schonken het Van Deinse Instituut de tekening, waarmee die terug is in de streek waar ze ooit ontstond.

Auteur: Gerard Vaanholt

Eerder gepubliceerd in de Twentsche Courant Tubantia.


Geboren:   30-01-1875 Woolde (Hengelo)
Overleden:   25-12-1967 Enschede
Vader:   Gerrit Rabbers, hoofdonderwijzer
Moeder:   Janna Vowinkel
Echtgeno(o)t(e):   Henriëtte Johanna Willemina Wegereef
Laatst bijgewerkt op:   10-04-2014