W.L.M.E. van Leeuwen (1895-1974)


Willem Lion Marinus Ernest van Leeuwen werd op 8 september 1895 te Amsterdam geboren. Van 1907 – 1912 bezocht hij daar de H.B.S., waarna hij ging studeren aan de T.H. Delft. De studie werd onderbroken door de Eerste Wereldoorlog, toen Van Leeuwen zijn dienstplicht vervulde en Eerste Luitenant werd. Na de oorlog hervatte hij zijn studie in Delft niet meer, maar ging naar de Koninklijke Militaire Academie in Breda. Van circa 1920 tot aan de opheffing in 1924 was hij officier-leraar aan de Alkmaarse Cadettenschool en voltooide hij de opleiding Nederlands-MO. In die tijd woonde hij met zijn vrouw Gerda van Fastenow en zoon Hans in Bergen.

In 1924 werd Van Leeuwen leraar Nederlands aan Het Enschedees Lyceum en vestigde zich te Driene – een buurtschap tussen Hengelo en Enschede – in het huis ‘Drienerwolde’. Meteen na zijn komst naar Enschede werd hij bestuurslid, later directeur van de in 1920 opgerichte VolksUniversiteitEnschede en begon hij literaire kritieken te schrijven in het Dagblad Tubantia. Wegens gezondheidsproblemen legde hij zijn functie bij de VUE neer in 1945, terwijl in 1948 een hartaanval een einde maakte aan zijn schoolcarrière in Enschede.

Hij verliet Enschede, maar zette toch zijn leraarschap voort, nu in Schoorl, tot in 1954. Als auteur van boeken bleef hij nog volop actief. Op 21 maart 1974 overleed Van Leeuwen daar.

Docent / bloemlezer
Van Leeuwen was beslist geen doorsnee-docent: hij kon zeer boeiend vertellen en verzen voordragen; hij maakte een wat artistieke indruk en reed als bohémien in een two-seater Buick; hij zag het als zijn plicht iets mee te delen van de schoonheid van de literatuur, als intermediair tussen schrijver en lezer. Oud-leerling Bert Schierbeek denkt dankbaar terug aan Willem van Leeuwen: ‘Ik denk dat ik in Van Leeuwen de eerste man heb ontmoet voor wie cultuur het meest wezenlijke op de wereld was. En hij maakte dat duidelijk, elke dag, in zijn lessen. Hij opende werelden voor wie ogen had die wilden zien…. Het was vooral zijn enthousiasme dat aanstekelijk werkte. Hij kon letterlijk lyrisch worden en las ook zo voor. Wie er oren naar had kon veel horen. Het klinkt misschien vreemd, maar er trad toch een ‘verdieping’ van inzicht in het leven op’.

Niet alleen in zijn lessen was Van Leeuwen inspirerend bezig met cultuuroverdracht. Hij schreef voor het middelbaar onderwijs een aantal literatuurgeschiedenissen en stelde vele bloemlezingen samen, die veelvuldig herdrukt werden en een lang leven genoten. Ook als persoonlijkheid was Van Leeuwen bijzonder: hij had een onafhankelijke geest, die geen standsverschil kende en zo uitte hij zich ook. Toen hij eens op een bijeenkomst in een fluwelen jasje verscheen, merkte één van de fabrikanten op: ‘Van Leeuwen komt duidelijk uit de rimboe’, waarop Van Leeuwen terugkaatste ‘Pardon, ik kom er niet uit, ik kom er net in!’ In een gesprek tussen een Van Heek en Van Leeuwen kwam eens een staking ter sprake. Van Heek zei: ‘Snap jij dat nou, dat die mensen voor een kwartje de straat opgaan?’, waarop Van Leeuwen zei: ‘Ik begrijp dat heel goed: voor jou is en kwartje ook heel wat anders!’. Een dergelijke opstelling tegenover de heersende klasse werd niet erg op prijs gesteld. Zijn bijzondere gedrag kostte Van Leeuwen ook het rectorschap: toen hij als conrector solliciteerde naar de vacature-rector, werd hij gepasseerd. Hij onderhield al drie jaren een relatie met een leerlinge en reed met haar rond door Enschede in zijn Buick.

Criticus
Al direct in 1924 werd Van Leeuwen benaderd door de directeur van Dagblad Tubantia: ‘Of U over koeien of over literatuur schrijft, doet er niet toe: ik betaal 3 cent per regel!’. Het werd literatuur en Van Leeuwen schreef meer dan 1250 kritieken in zijn rubriek: ‘Letterkundige Kroniek’. Een aantal van deze kritieken werkte Van Leeuwen later uit tot essays die in boekvorm gebundeld werden. In 1960 werd zijn werk bekroond met de toekenning van de ‘Prijs voor Literaire Kritiek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde’. In de periode 1924 – 1948 stond Van Leeuwen in persoonlijk contact met de beste schrijvers van deze generatie. Dat kwam goed van pas in een andere functie van Van Leeuwen: bestuurslid/directeur van de VolksUniversiteitEnschede.

VolksUniversiteitEnschede / cultuuroverdrager
In de periode 1924-1945 was Willem van Leeuwen eerst secretaris/penningmeester, later directeur van de VolksUniversiteitEnschede, opgericht in 1920. Van Leeuwen was een energiek en creatief bestuurslid, dat, door gebruik te maken van zijn persoonlijke contacten, de VUE tot grote bloei bracht, ver boven het niveau van de gemiddelde Volksuniversiteit. Tal van prominenten hielden voordrachten en lezingen in Enschede: in willekeurige volgorde: Carry van Bruggen, Martinus Nijhoff, Jan Greshoff, Herman Teirlinck, Willem Pijper, Ebuard du Perron, Menno ter Braak, Hendrik Marsman, A. den Doolaard, Jacques Bloem, Anton van Duinkerken, Jakob Wassermann, Carl Scharten, enz.

Van Leeuwen onthaalde deze schrijvers zeer gastvrij in Delden en Driene (in ‘De Eglantier’, aan de Drienerbrakenweg), toen hij ‘Drienerwolde’ had moeten verlaten, omdat eigenaar Van Heek geen moderniseringen wenste uit te voeren. Du Perron verzucht in een brief uit 1939 aan Ter Baak: ‘Ik ga vast bij Van Leeuwen logeeren, als hij maar van die verdomde manier om iedereen voor een lezing te charteren wou afzien’. In 1942 brandde De Eglantier af bij een schoorsteenbrand; daarbij gingen de bibliotheek en het persoonlijk archief van Leeuwen verloren, voor hem een persoonlijk drama.

Auteur: Georg Hartong

Geboren:   08-09-1895 Amsterdam
Overleden:   21-03-1974 Schoorl
Vader:   Willem van Leeuwen
Moeder:   Fanny de Groodt
Echtgeno(o)t(e):   Gerda van Fastenow
Publicaties:   Publicaties van Van Leeuwen: - Korte schets van de ontwikkeling der Nederlandse letterkunde, Groningen 1928 - Beknopt overzicht van de Nederlandse letterkunde, Groningen 1936 - Drift en bezinning, Amsterdam 1936 - Dichterschap en werkelijkheid, Utrecht 1938 - Bij den dood van Marsman, Haarlem / Enschede 1940 - Lezende onder de lamp: studies over nieuwe Nederlandse literatuur, Enschede 1947 - Drie vrienden: Marsman, Ter Braak, Du Perron: studies en herinneringen, Utrecht 1947 - Honderd jaar Nederland, 1848 – 1948, Hengelo 1948 - De ivoren toren, Meditaties over literatuur en leven, Bussum 1950 - Repetitorium voor Nederlands, Bussum 1950 - Nieuwe romanciers uit Nederland en Vlaanderen, Zeist 1961 - Nederlandse auteurs van vijf generaties, Zeist 1964 - Avonden op Drienerwolde, Herinneringen en ontmoetingen, Amsterdam 1966 Bloemlezingen: -Mozaïek, Zwolle z.j. [ca. 1926] - Dichterland, Assen 1928 - Natuur en dichter, Groningen 1928 - Epiek en Lyriek, Groningen 1930 - Naturalisme en romantiek, Groningen 1935 - Schrijvers en schilders, (met Marnix Gijsen), Utrecht 1939 - De liefde tot zijn land is ieder aangeboren, Utrecht 1941 - Verhalen en liederen, I, Groningen 1948 - Verhalen en liederen, II, Groningen 1949 - Bloemlezing uit Multatuli’s Woutertje Pieterse, Amsterdam 1950 - Rondom Forum, en tijdsbeeld in documenten, Amsterdam 1951 - Poëzie en proza uit Noord- en Zuid-Nederland, Groningen 1954 - Meesterwerken uit de Nederlandse letterkunde, Groningen 1958 Secundaire literatuur: - Abels, Drs. Paul G.F., Drift en bezinning, een portret van W.L.M.E. van Leeuwen, in: Jaarboek Twente 1992, Enschede 1991, 87 – 97; - Moor, Wam de, et alii, W.L.M.E. van Leeuwen en De Schoonheid Schatbewaarder tussen Coryfeeën, Enschede 1992 [bundel met artikelen van Wam de Moor, Paul Abels, Louise Beernink, Bernard Pol en Bert Schierbeek]
Laatst bijgewerkt op:   26-03-2014