Johannes ter Horst (1913-1944)


Van de gebeurtenissen die in het voorjaar van 1943 in Twente een aanzet hebben gegeven tot het vormen van ‘knokploegen’ moet allereerst het opnieuw krijgsgevangen maken van Nederlandse militairen worden genoemd. Voor een groepje jongens uit Wierden was dit feit reden genoeg om vlak bij hun woonplaats een Duitse goederentrein te laten ontsporen. Uit hun sabotageactie vloeide een samenwerking voort die uitmondde in het ontstaan van een Twentse knokploeg. In dezelfde periode duiken steeds meer mensen onder, die vanaf dat moment permanent afhankelijk zijn van kleine netwerken van mensen die hun onderduik organiseren. Deze illegale kernen hebben voor hun verzorgingswerk voortdurend distributiebescheiden nodig. Eerst verkrijgen ze die nog in voldoende mate ‘achterom’, bij malverserende ambtenaren van de distributiekantoren. Maar de behoefte eraan neemt al gauw zodanig toe dat ze die ook gewapenderhand gaan proberen te bemachtigen. Chaotische en daardoor levensgevaarlijke toestanden doen zich dan voor bij het optreden van groepjes gewapende jongemannen die ongewild elkaars plannen doorkruisen. Uit het verlangen van de Enschedese leiding van de Landelijke Organisatie voor hulp aan onderduikers (LO) om hier een einde aan te maken resulteert in het voorjaar van 1944 de oprichting van een tweede knokploeg in Twente, de KP-Enschede. Ze wordt geleid door Johannes ter Horst.

In de organisatorische ontwikkeling van de Twentse Knokploegen (KP) is Johannes ter Horst zonder twijfel de centrale figuur geweest. Als verzetsleider werd hij volledig geaccepteerd. Vrijwel vanaf het begin van de bezetting is hij als verzetsman actief. Eerst probeert hij via de Ordedienst (OD) naar Engeland te ontsnappen, maar deze verzetsorganisatie van oud-militairen weigert daaraan mee te werken omdat Ter Horst geen oud-militair is. Dan drukt hij in januari 1941 op het vliegveld Twente waar hij met zijn kar brood bezorgt, een radiozender achterover. Met dit apparaat probeert hij in Glanerbrug een inlichtingendienst op te zetten, wel in OD-verband. Maar al gauw noopt de golf van arrestaties in de gelederen van de OD hem de wijk te nemen naar Amsterdam. Daar gaat hij zijn zwager Jaap de Jong helpen bij diens verzorgingswerk ten behoeve van vervolgden. Weer terug in Enschede houdt Ter Horst zich vanaf begin 1942 gedurende meer dan twee jaar bezig met pilotenhulp en het verzorgen van onderduikers.

Johannes ter Horst is op 1 april 1913 geboren te Enschede aan de Kuipersdijk 152. Zoon van Jan Willem ter Horst en Grietje Bootsma, beiden gereformeerd. Ze geven hem een principieel bijbelse opvoeding. Op de christelijke lagere school aan de Haaksbergerstraat "De Bron" wordt die aangevuld met verhalen uit de bijbelse en vaderlandse geschiedenis. Na de lagere school volgt hun zoon een bakkersopleiding en wordt bakker.

Over zijn illegale activiteiten heeft Johannes ter Horst zeer principiële opvattingen. Zodra hij merkt dat zijn aanvankelijke medewerkers geld vragen voor de distributiebonnen die zij onder hun ‘klanten’, de onderduikers verspreiden, sluit Ter Horst zich in april 1943 aan bij de LO. Deze onderduikorganisatie heeft op principiële gronden de belangeloosheid van haar dienstverlening aan vervolgden tot haar voornaamste gebod verheven.

Zijn rechtlijnigheid in politieke en religieuze opvattingen - hij koestert een groot wantrouwen jegens alles wat ‘links’ is - bezorgt Ter Horst als KP-leider menig conflict. De ergernis van een ‘linkse’ medewerker van de KP-Zenderen over het feit dat hij, Ter Horst, vergaderingen en acties van de KP steeds wil laten voorafgaan door gebed, is hiervan maar een betrekkelijk onbeduidend voorbeeld. Dit neemt niet weg dat zijn gezag binnen de Twentse Knokploegen in augustus 1944 onomstreden is. Hiertoe heeft behalve zijn benoeming door de landelijke LKP-Top zeker in niet mindere mate zijn indrukwekkende persoonlijkheid bijgedragen.

In talloze kritieke situaties bewijst Ter Horst te beschikken over uitzonderlijke koelbloedigheid, die op zijn jongere medewerkers diepe indruk maakt. Bij twaalf van de dertien knokploegacties waaraan hij deelneemt, vergezelt hem zijn onafscheidelijke kameraad Geert Schoonman (‘Rooie Geert’), een vier jaar jongere grenscommies, In het voorjaar van 1941 heeft hij hem bij zijn ‘zenderavontuur’ in Glanerbrug ontmoet en eind 1943 weer contact met hem gekregen. Schoonman is vaak op de ‘Hölterhof’ te vinden, de boerderij van zijn verloofde, enkele kilometers buiten Enschede en vlak bij de Duitse grens gelegen. Het is een opvangstcentrum voor ontsnapte - voornamelijk Franse - krijgsgevangenen, maar ook joden en ‘gewone’ onderduikers vinden er een onderkomen. Alle acties van de Enschedese KP worden vanuit deze boerderij ondernomen. De LO-contacten van Ter Horst bezorgen de Enschedese KP’ers een omvangrijk ‘afzetgebied’ voor hun onderduikers.

Van beslissend belang voor zijn verzetsloopbaan zijn de LO-vergaderingen van 22 februari 1944 te Enschede en, enkele dagen later, in Hellendoorn, waar Ter Horst respectievelijk Izaak van der Horst en ‘Bob-KP’ Scheepstra van de Landelijke Knokploegen ontmoet. Naar aanleiding van het gesprek dat hij fietsend van het station van Nijverdal naar Hellendoorn met Scheepstra voert, reist hij de volgende dag samen met Schoonman naar Arnhem om er pistolen op te halen. De drempel naar de georganiseerde gewapende illegaliteit is overschreden.

Twee maanden later slagen Ter Horst en Schoonman erin de Arnhemse Koepelgevangenis binnen te dringen en daaruit LO-oprichter en -propagandist dominee Frits Slomp samen met de Hengelose LO-leider Henk Kruithof te bevrijden. En op 11 juni stellen Ter Horst en een helpster in dezelfde stad hun makkers in de gelegenheid het Huis van Bewaring binnen te gaan en er de deuren van honderddertig cellen open te zetten, waardoor vijfenvijftig gevangenen de vrijheid vinden. Het spreekt vanzelf dat Johannes ter Horst door deze acties een groot prestige verwerft binnen de Twentse illegaliteit.

September 1944, na Dolle Dinsdag, krijgen de dan tot een Twentse KP samengesmolten knokploegen militaire versterking uit Engeland. Het zijn drie commando’s van een ‘Jedburgh-team’ dat tot taak heeft het gewapend verzet te helpen organiseren. Het rusthuis Huize Lidwina bij Zenderen groeit dan uit tot een waarlijk hoofkwartier met een ‘generale staf’. Spoorwegsabotage op grote schaal wordt van hieruit georganiseerd. De KP’ers staan dan onder grote geestelijke spanning. De in Arnhem vechtende Geallieerde troepen brengen de bevrijding schijnbaar binnen handbereik. Over een paar weken kan de oorlog voorbij zijn. De problemen in verband met de door Londen bevolen samenvoeging van de Overijsselse Knokploegen en de Raad van Verzet (RVV) in het kader van de coördinatie van het verzet lijken onoplosbaar. Ook in deze uiterst bewogen periode blijkt Ter Horsts koelbloedigheid opgewassen tegen de spanningen, maar op een cruciaal moment leiden de successen van de afgelopen maanden toch tot overmoed, die zijn vermogen om situaties nuchter te beoordelen blijkt te hebben aantast.

Een in de hektiek van het moment alleszins begrijpelijk moment van onvoorzichtigheid wordt de dan 31-jarige bakker uit Enschede en, door hem, nog zes andere illegale werkers op 23 september 1944 noodlottig. Op vrijdagmiddag 22 september verlaat Ter Horst na een stormachtige vergadering Huize Lidwina om onder meer in Almelo een bij de spoorwegsabotage gewond geraakte KP’er te bezoeken. Het is al laat en hij besluit per motor te gaan, ofschoon men hem dit afraadt. Prompt wordt hij in Almelo aangehouden bij een controle van motorvoertuigen. Zijn motor wordt in beslag genomen en hij moet zijn weg te voet vervolgen. Ter Horst geeft zijn motor echter niet zonder protest af, schiet bij een poging zich aan fouillering te onttrekken een Duitser neer, grijpt de fiets van een voorbijganger en rijdt daarop de Windslaan uit. Op een zandweggetje achter de Bornsestraat moet hij zich overgeven aan zijn achtervolgers, van wie er een hem in zijn been heeft geschoten. Hij wordt uiteindelijk naar de Dienststelle gebracht, na in het ziekenhuis aan zijn verwondingen te zijn geholpen.

Bij de opgeblazen duiker in de weg van Enschede naar Haaksbergen, ter hoogte van Usselo, wordt de volgende dag Johannes ter Horst samen met Roelof Blokzijl (LO) door Karl Schöber en Adolf Becker met pistoolschoten om het leven gebracht. In de vroege ochtend van diezelfde zaterdag 23 september 1944 hebben mannen van de Sicherheitsdienst Huize Lidwina overvallen, daarbij drie verzetslieden gedood, hun lijken in de villa gelegd en het huis vervolgens opgeblazen.

Auteur: dr. Coen Hilbrink

Zie ook de website over Johannes ter Horst
Geboren:   01-04-1913 Enschede
Overleden:   23-09-1944 Usselo
Vader:   Jan Willem ter Horst
Moeder:   Grietje Bootsma
Echtgeno(o)t(e):   Minie Schreurs
Publicaties:   Coen Hilbrink. De illegalen. Den Haag, SDU, 1989. Het grote gebod: gedenkboek van het verzet in LO en LKP. Kampen, Kok, 1989
Laatst bijgewerkt op:   06-03-2014