Franz Egon von Bönninghausen (1789-1849)


Franz Egon von Bönninghausen werd op 13 maart 1789 op het huis Herinckhave te Fleringen bij Tubbergen geboren. Hij was de derde zoon van Ludwig Ernst von Bönninghausen (1747-1812) en Theresia Regina Walburgis von Weichs zu Wenne (1765-1828). Hij stierf aldaar op 10 april 1849.

Franz Egon brak na zijn schooljaren met de militaire traditie van zijn familie. Na een vergeefse sollicitatie naar de post van onderprefect van Almelo dan wel 'enig ander convenabel ambt' in januari 1811, werd hij vrederechter in Bentheim. In hetzelfde jaar werd Franz Egon aangewezen voor de Garde d'Honneur, doch hij werd wegens astma als reservist aangemerkt. Lang bleef Franz Egon niet in Bentheim, want na de dood van zijn vader in mei 1812 erfde hij de havezate Herinckhave met de daarbij behorende erven en goederen.

Op 1 december 1814 werd Franz Egon lid van de Staten van Overijssel vanwege de Landelijke Stand. Twee jaar later werd hij door Koning Willem I in de Ridderschap van Overijssel benoemd en als jonkheer in de Nederlandse adel opgenomen. Vanwege de Ridderschap was hij van 1816 tot 1820 lid van Provinciale Staten. Verder zat hij vanaf omstreeks 1816 in de Provinciale Commissie voor de Landbouw.

In 1818 werd Franz Egon tot lid van de gemeenteraad van Tubbergen benoemd; twee jaar later volgde zijn benoeming tot assessor. Franz Egon was de grootste grondbezitter van de gemeente en hij streefde ernaar - niet geheel vrij van eigenbelang - een dikke vinger in de gemeentepap te hebben. Diverse personen probeerde hij naar zijn hand te zetten. Met burgemeester L.J. Barendtzen lag hij voortdurend overhoop. Franz Egon beschuldigde hem van wanbeheer van de gemeentelijke financiën en, eind 1830, ook van corruptie en frauduleuze handelingen bij de loting voor de Nationale Militie. Een aantal lotelingen had hierover bij Franz Egon geklaagd en gezien zijn slechte relatie met Barendtzen stond Franz Egon direct aan hun kant.

In die tijd was het in Tubbergen net als in de rest van Twente tengevolge van de Belgische Opstand erg onrustig. Veel katholieke Twentenaren weigerden te voldoen aan de oproep voor de loting voor de Nationale Militie. Ze voelden er weinig voor tegen hun Belgische geloofsgenoten ten strijde te trekken en kregen hierin steun van de Twentse geestelijkheid. Op diverse plaatsen in Twente braken ongeregeldheden uit, waarbij de Ootmarsumse horlogemaker A. Heupink zich ontpopte als de grootste oproerkraaier. In deze ongeregeldheden zouden Franz Egon en zijn Oldenzaalse jacht-vriend B. Hummels ook de hand gehad hebben. Zo deed het gerucht de ronde dat op Herinckhave kruit voor de opstandelingen te krijgen zou zijn. Hoewel dit gerucht op niets gefundeerd bleek, werden Franz Egon en Hummels door velen als aanstokers van het schuttersoproer gezien.

Op verzoek van de gouverneur van Overijssel, J.H. graaf van Rechteren, werden begin januari 1831 enige bataljons soldaten naar Twente gestuurd om de orde te herstellen. Op 8 januari kwam een bataljon onder commando van luitenant-kolonel Th.C.C. Veeren in de gemeente Tubbergen aan. Terwijl zijn overige manschappen elders in de gemeente ingekwartierd werden, sloeg Veeren met zijn gevolg van zesentwintig mannen zijn hoofdkwartier op Herinckhave op. Drie dagen later kwam de gouverneur bij Franz Egon om zich met hem over zijn vermeende rol in het schuttersoproer te onderhouden. Uit dit gesprek en uit zijn onderhoud met de aartspriester van Twente, L. Engbers op diezelfde dag, werd het de gouverneur duidelijk, dat de rol van Franz Egon en Hummels in de rellen veel geringer was dan aangenomen werd. Hoewel vurig rooms-katholiek stond Franz Egon niet aan de kant van de Twentse geestelijkheid. De corruptie en frauduleuze handelingen van Barendtzen bij de loting waren voor Franz Egon de druppel geweest die de emmer had doen overlopen. Dat rapporteerde de gouverneur dan ook aan de minister van Binnenlandse Zaken. Na een week werd de rust in Twente hersteld en de inkwartiering op Herinckhave opgeheven.

De problemen tussen Franz Egon en Barendtzen bleven echter voortduren. Toen de gouverneur in september 1831 - nota bene op verzoek van Franz Egon - een speciale raadsvergadering liet beleggen om het probleem op te lossen, weigerde deze te verschijnen. Toen zijn derde ambtstermijn eind 1831 afliep, werd Barendtzen, die met zijn tweede huwelijk in 1828 van hervormd rooms-katholiek was geworden, niet herbenoemd. Hij werd opgevolgd door de doopsgezinde J. Bussemaker.

Teleurgesteld dat men hem voor het burgemeestersambt gepasseerd had, kreeg Franz Egon in mei 1832 van de Gedeputeerde Staten op zijn verzoek eervol ontslag als assessor. Sindsdien bekleedde hij geen ambten meer, op zijn lidmaatschap van de Provinciale Commissie voor de Landbouw na. Het gelukte hem niet bij de verkiezingen in 1835 een zetel van de Provinciale Staten voor de Landelijke Stand te bemachtigen.

In zijn ambtelozejaren hield Franz Egon zich bezig met het beheer van zijn goederen, groot 272 ha, en dat van het huis de Eeshof, dat aan zijn nicht Mimi von Bönninghausen en later haar weduwnaar Hubert von Heyden toebehoorde. Verder was hij als erfmarkerichter van de marken Albergen en Fleringen en als markerichter van enkele naburige marken druk bezig met de reeds op gang gebrachte verdeling van de markegronden.

Franz Egon von Bönninghausen huwde op 1 november 1827 te Vreden (Westfalen) met Johanna Carolina Gerarda Ellerbeck, de dochter van Franz Jacob Ellerbeck en Anna Maria Catharina Gertruda Boers. Ze werd te Vreden geboren op 9 januari 1802 en stierf op het huis Veldwijk te Tubbergen op 24 november 1883. Uit dit huwelijk zijn zeven kinderen voortgekomen.

J.H. Wigger

Uit: Overijsselse Biografieën
Geboren:   13-03-1789 Fleringen
Overleden:   10-04-1849 Fleringen
Vader:   Ludwig Ernst von Bönninghausen (1747-1812)
Moeder:   Theresia Regina Walburgis von Weichs zu Wenne
Echtgeno(o)t(e):   Johanna Catharina G. Boers 9/1/1802-24/11/1883
Publicaties:   J.H. Wigger, Inventaris Huisarchief Herinckhave te Fleringen 1336-1965, waarin opgenomen de collectie Von Bönninghausen, 1488-1986, Zwolle 1989
Laatst bijgewerkt op:   27-02-2014