J.C. van Slee (1841-1929)


Jacob Cornelis van Slee werd in 1941 in Hillegom geboren als zoon van kostschoolhouder Cornelis van Slee en predikantsdochter Anna Barbera Geertruida Romeny. Hij had een tweelingbroer. Op tienjarige leeftijd verloor hij een oog bij een spelletje met vuurwapens en vanaf dat moment droeg hij een glazen oog. J.C van Slee studeerde theologie aan het Athenaeum te Amsterdam en vervolgens aan de Leidse Hogeschool, waar hij onder meer les kreeg van de bekende kerkhistoricus Willem Moll.

Hij voltooide zijn studie in 1865. In afwachting van een beroep was hij hulpprediker in Amsterdam en catalogiseerde hij een verzameling van 14.000 theologische oraties en dissertaties voor Frederik Muller, de Amsterdamse bibliograaf en boekhandelaar. Vlak na zijn huwelijk met Elisabeth Kenno in 1868 werd hij beroepen als predikant in Herwijnen in dienst van de Nederlands Hervormde kerk. Hij verdiepte zich in de geschiedenis van de Windesheimer congregatie, waarover hij in 1873 het boek De kloostervereeniging van Windesheim publiceerde. Vrijwel tegelijkertijd liet J.G.R. Acquoy het standaardwerk Het klooster te Windesheim en zijn invloed verschijnen. Acquoy was in die jaren predikant in het vlakbij gelegen Zaltbommel. Op het verzoek van Van Slee om hem boeken te lenen over het betreffende onderwerp had Acquoy afwijzend gereageerd. Later bleek waarom…

Na standplaatsen in Oostzaan, Rumpt en Brielle werd hij in 1890 beroepen in Deventer, waar hij bleef tot aan zijn emeritaat in 1913. Naast zijn werk als predikant was hij altijd te vinden in de Athenaeumbibliotheek, waar hij al in korte tijd (1892) een catalogus der handschriften samenstelde. In datzelfde jaar werd hij benoemd tot bibliothecaris. Ook de gedrukte boeken werden door hem gecatalogiseerd. Niet alleen getuigden deze catalogi van een grote inzet en kennis maar ook van een boven normale liefde voor de aan zijn zorgen toevertrouwde boeken. Daarnaast wist hij tijd te maken om onderzoek te doen en artikelen te schrijven. Ook was hij curator van het Deventer Gymnasium.

Na zijn emeritaat verhuisde hij naar Diepenveen, waar hij leefde van een bescheiden pensioen. Hij bleef echter bibliothecaris van de Athenaeumbibliotheek. Vanaf 1900 was hij bestuurslid van de Vereeniging tot beoefening van Overijsselsch Regt en Geschiedenis. Later was hij voorzitter en 1922 werd hij benoemd tot erevoorzitter. Tweemaal ontving hij voor zijn verhandelingen een gouden bekroning van Teijler's Genootschap en benoemde de Groninger Universiteit hem in 1914 tot doctor honoris causa. In juni 1929 nam hij afscheid als bibliothecaris. Enige maanden later stierf hij.

Bron: Jacob Cornelis van Slee/ door A.J. Gevers In: De bundels gebundeld, 150 jaar geschiedschrijving in Overijssel. Zwolle, 2008

Zie ook: H. Kronenberg, 'In memoriam Dr. J.C. van Slee', in: VMORG 47 (1930), p. 1-4.


Zie ook: SAB Deventer Archief J.C. van Slee
Geboren:   23-09-1841 Hillegom
Overleden:   21-11-1929 Diepenveen
Vader:   Cornelis van Slee, kostschoolhouder
Moeder:   Anna Barbera Geertruida Romeny
Echtgeno(o)t(e):   Elisabeth Kenno
Laatst bijgewerkt op:   17-04-2014