Hendrick Avercamp (1585-1634)


Hendrik Avercamp werd geboren in Amsterdam, waar hij op 27 januari 1585 in de Oude Kerk werd gedoopt. In 1586 verhuisden zijn ouders naar Kampen, waar hij nog zes broers en zussen zou krijgen. Toen hij 17 was overleed zijn vader, een geboren Fries, die apotheker en stadsarts was. Moeder Beatrix Vekemans zette de apotheek voort.
De familie behoorde tot de welvarende bovenlaag van de burgerij. Hendrick kreeg een gedegen opvoeding. Twee broers werden apotheker, één arts. Hendrick was (doof)stom. Communiceren ging daardoor lastig.

Het vervaardigen van afbeeldingen was mogelijk een goed alternatief en beïnvloedde waarschijnlijk de keuze voor een loopbaan als schilder. Hendrick woonde en werkte het grootste deel van zijn leven in Kampen, met uitzondering van zijn leertijd toen hij introk bij zijn leermeester Pieter Isaacs in Amsterdam, die een bekend historieschilder en portrettist was. In die stad deed hij veel indrukken op, onder meer van werk van Vlaamse meesters zoals Gillis van Coninxloo (1544-1607), David Vinckboons (1576-1630/33) en de al in 1569 gestorven Jan Breughel, en hun rijk ‘gestoffeerde’ landschappen en stads- en dorpsgezichten.
Er waren op dat moment veel gevluchte Vlamingen in de stad. Mogelijk was hij al eerder in aanraking gekomen met Vlaamse schilderkunst door de uit Vlaanderen afkomstige familie van zijn moeder, waarvan enkele leden in Amsterdam woonden.

Omstreeks 1613 vestigde Hendrick zich weer in Kampen. Hij leefde door zijn handicap waarschijnlijk nogal solitair en honkvast en trouwde nooit. Zelfs bij de verdeling van de erfenis van zijn moeder was hij niet betrokken, al was wel testamentair bepaald dat Hendrick een jaarlijkse ‘uitkering’ zou krijgen omdat hij ‘stom en miserabel’ was.
In Kampen ging Hendrick zich helemaal op het genre van het winterlandschap richten en bracht dit tot nieuwe hoogten. Het klimaat bevond zich toen in een klimatologische periode die tegenwoordig bekend staat als de kleine ijstijd. Zijn geschilderde ‘wintertjes’ waren (en bleven) bijzonder populair.
Er kwam een substantieel en aansprekend oeuvre tot stand, dat behalve een groot aantal schilderijen ook talrijke tekeningen omvat. Hij maakte weidse schilderijen met veel ruimte en een hoge horizon, waardoor hij veel figuren kwijt kon. Veel van zijn onderwerpen zijn ontleend aan de werkelijkheid.

Regelmatig zijn bepaalde gebouwen, stads- en dorpsgezichten te traceren, terwijl ook de Kamper magistraat af en toe zichtbaar figureert. De figuren op zijn schilderijen zijn vaak op te delen in verschillende scènes. Hendrick hanteerde een sober palet, besteedde veel aandacht aan details en had gevoel voor humor. Binnen het oeuvre verlegt het accent zich geleidelijk van de figuren naar de weergave van de atmosfeer, waardoor het aantal afgebeelde personen afneemt.
Belangrijkste navolger van Hendrick was zijn neef Barent (ca. 1612-1697), die het vak van Hendrick leerde, maar over minder talent beschikte. Ondanks intensief bronnenonderzoek, onder meer door de Kamper archivaris Clara Welcker, is er weinig over zijn leven bekend geworden en moeten we het vooral doen met zijn werk, dat in musea over de hele wereld is te vinden, behalve in zijn oude woonplaats Kampen, waar (tot nu toe) alleen werk van Barent aanwezig is.

Auteur: drs. G.A. (Geraart) Westerink

Zie ook Biografisch Portaal
Zie ook Canon van Kampen
Geboren:   27-01-1585 Amsterdam
Overleden:   12-05-1634 Kampen
Vader:   Barent Avercamp, apotheker en geneesheer
Moeder:   Beatrix Peters
Publicaties:   Literatuur:
C.J. Welcker. Hendrick Avercamp 1585-1634, bijgenaamd 'De stomme van Campen' en Barent Avercamp 1612-1679 'Schilders tot Campen'. Zwolle, Tijl, 1933. 339 p.
Hans Wiersma. Hendrick Avercamp 1585-1634 : de stomme van Kampen. Kampen, IJsselacademie, 1985. 47 p.
Thea Beckman. De Stomme van Kampen. Rotterdam, Lemniscaat, 1992. 180 p.
Pieter Roelofs. Hendrick Avercamp: de meester van het ijsgezicht. Amsterdam, Rijksmuseum, 2009. 187 p.
Laatst bijgewerkt op:   27-02-2014