Johannes Berk (1854-1929)


Johannes (Jan) Berk sluit op 25 maart 1876 een contract van vennootschap met zijn vader Hendrik Berk, die een week later overlijdt. Op 22-jarige leeftijd wordt hij daardoor min of meer tegen wil en dank directeur van de florerende, maar nog tamelijk bescheiden blik- en koperslagerij die zijn vader omstreeks 1851 was begonnen in de Kamper binnenstad.
Samen met zijn broers weet hij met succes de moordende concurrentie te pareren, vooral nadat het bedrijf met vallen en opstaan het proces van het emailleren onder de knie krijgt, waardoor de kwaliteit van de producten sterk verbeterd. Het bedrijf groeit gestaag. In 1881 doet de eerste stoommachine zijn intrede. De in een aantal oude woonhuizen gevestigde werkplaats verandert geleidelijk in een fabriek, wat een weinig ideale situatie is in een dichtbebouwde stad.

Op 28 juni 1884 neemt Johannes Berk een gewaagde stap door een groot perceel te kopen in het naburige buurschap Brunnepe. De grond is gelegen aan de Ijssel. Dat biedt grote voordelen bij het transport van goederen en de afvoer van giftige stoffen die op gang komt nadat er een jaar later een fabriek wordt gebouwd.
Rond de locatie is al enige nijverheid gevestigd, maar Johannes initiatief is een belangrijke stap om de plaatselijke industrie op een hoger peil te brengen en buiten de grenzen van de middeleeuwse vesting. De industrialisatie in Kampen is op dat moment nog nauwelijks op gang gekomen. De vestiging wordt met regelmaat vergroot, onder meer in 1890, 1895 en 1898, en het machinepark voordurend gemoderniseerd en uitgebreid.
Eind 1891 werken er honderd mensen, in 1894 meer dan honderdveertig en omstreeks 1900 ruim driehonderd. In 1902 komen van de zes broers ook de twee jongste in het bedrijf. De structuur en de naam ervan veranderen. Er is nu sprake van de N.V. Kamper Emaillefabrieken, voorheen H. Berk en Zoon.

De zes broers hebben ieder hun specialisme, wat goed blijkt te werken. ‘Berk’ bedient een steeds grotere markt. Het bedrijf blijft ook in het begin van de 20ste eeuw stevig groeien. In fases ontstaat een indrukwekkend fabriekscomplex, grotendeels naar ontwerp van de plaatselijke architect G.B. Broekema. In 1909 werken vijfhonderd mensen voor de onderneming, in 1913 zevenhonderd.
Rondom het bedrijf ontstaan arbeiderswijken. In 1910 start ‘Berk’ zelf de bouw van 125 huizen voor het personeel en wordt de grootste particuliere woningeigenaar van Kampen. De voor die tijd royale woningen weerspiegelen de zorg van Johannes voor zijn werknemers. Hij staat bekend als een ouderwetse, maar humane patroon, die weinig inspraak duldt, maar wel oog heeft voor de behoeften van zijn ondergeschikten, die hij aanspreekt in Kamper dialect.

Johannes weet het bedrijf door de Eerste Wereldoorlog en diverse economische crisissen te loodsen. In 1929 overlijdt hij. Al die tijd vervult hij een voorbeeldrol in de gemeenschap en doet (vaak achter de schermen) aan filantropie. Zo trakteert hij bij zijn 25-jarig huwelijksjubileum alle inwoners van de Verenigde Gasthuizen in Kampen op een diner.
Voor zijn verdiensten wordt hij benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau. Het door hem groot gemaakte bedrijf houdt het nog ruim een halve eeuw vol, maar verliest dan zijn zelfstandigheid.


Auteur: drs. G.A. (Geraart) Westerink

Geboren:   20-03-1854 Kampen
Overleden:   05-07-1929 Kampen
Vader:   Hendrik Berk, koperslager
Moeder:   Catharina Gilles
Publicaties:   C.N. Fehrmann. Honderd jaren Berk in Kampen: 1851-1951. 76 p.;
Geraart Westerink. Johannes Berk  In: Nederlandse ondernemers, deel 3. 2011
Laatst bijgewerkt op:   17-03-2014