Herman Snoeijink


Hermanus Franciscus Snoeijink is op 6 augustus 1951 in Denekamp geboren. Wielrennen is niet zijn eerste sport. Dat is voetbal, zoals zo vaak bij jongens. Hij was enkele jaren doelman in juniorenteams van DOS'19, de plaatselijke voetbalclub. Door een enthousiaste verhalen van elftalgenoot Frans Heuvels besloot de jonge keeper over te stappen naar de wielersport. De Junior Tour van Achterveld was Hermans eerste koers. Samen met een groepje jonge renners van de Oldenzaalse Wielerclub (OWC) met ook de reeds genoemde Frans Heuvels in de gelederen reed hij de internationale koers voor jeugdige renners. Hij deed aardig mee, maar kon nog geen potten breken. Toch besloot hij per 1 oktober 1966 officieel lid te worden van de OWC. Voorlopig was hij wielrenner.

Hij begon als aspirant. In het eerste seizoen eindigde hij al een keer of twintig bij de eerste tien en bracht hij één keer de bloemen voor de eerste plaats mee naar huis. De Ronde van 's-Heerenberg is de eerste wedstrijd op de erelijst van Herman Snoeijink. In 1968 was hij nieuweling en won hij andermaal één keer: in Ede was hij de top van de Nederlandse nieuwelingen te snel af. Kenners zagen al een sprinter in hem. Het jaar 1969 werd een succesjaar. De jonge renner brak door. Hij won dertien keer en bracht de fraaiste premies mee naar huis. Badslippers, handdoeken, zakdoeken, bierglazen, een slof Caballero, een doosje lepeltjes, een scheerapparaat. In Blokzijl werd hij de trotse eigenaar van een pond paling. In het najaar mocht hij zich voor centrale trainingen melden bij bondscoach Frans Mahn.

In 1970 werd hij amateur en in deze categorie zou hij 21 jaar zijn wedstrijden rijden. Hij werd opgenomen in de befaamde sponsorploeg van Ketting. Hij won vijf keer. In 1971 hetzelfde. Na de overwinning in het Belgische Mol bracht hij de tak met kunstbloemen naar het graf van zijn moeder die in het begin van het jaar op 50-jarige leeftijd was overleden. Snoeijink maakte het seizoen niet af. Hij wilde zich een tijdlang helemaal wijden aan de studie op de kweekschool. In juni 1972 haalde hij zijn diploma en meldde zich meteen weer met succes voor de wielerkoersen. Dat hij meteen in kon stappen, was het gevolg van de goede training van Broer Oude Keizer. In 1973 overleed deze trainer waarvoor Snoeijink grote bewondering had. Als crosser begon hij naam te maken en uiteraard op de weg. Hij won dat jaar al achttien keer waaronder een etappe in Noorwegen.

Zo was de loopbaan van de gedreven amateur uit Denekamp goed op gang gekomen. De jaren die volgen leveren hem steeds zo'n twintig overwinningen op. In 1978 en '79 zelfs respectievelijk 28 en 34. In 1974 beleeft hij ook de doorbraak in bekende klassiekers en etappekoersen. In de Hel van Mergelland en de Ronde van Drenthe behaalde hij ereplaatsen en in Olympia's Ronde, de Milkrace en de Ronde van Rheinland-Pfalz draagt hij de leiderstrui. Dat hij eind 1974 een volledige baan als onderwijzer heeft op de Alexanderschool in Denekamp, heeft geen invloed op het aantal overwinningen in '75. Dat zijn er 22 met daaronder ook enkele Duitse klassiekers.

In '76 is hij ook weer vooraan te vinden in een aantal klassiekers, doet ook in de winter als crosser weer met de voorsten mee. In 1977 is hij vertrokken bij de befaamde Ketting-ploeg en gaat rijden in het shirt van clubsponsor In Pace uit Oldenzaal. Hij wil namelijk minder trainen en alleen nog klassiekers rijden met een maximale lengte van 160 km. Prompt wint hij dat seizoen de Hel van het Mergelland en Enschede- Münster en wordt hij tweede in Köln-Schuld-Frechen.

Snoeijink is in zijn topjaren aangekomen. Hij wordt Nederlands kampioen cross en reed een verdienstelijk WK met als uitkomst de dertiende plaats. Van de 34 overwinningen in 1978 is de Ronde van Overijssel wellicht de mooiste. Deze koers staat zonder twijfel in de top-3 van Snoeijinks meest favoriete wedstrijden. Talloze renners uit de provincie droomden ervan: met de handen in de lucht, juichend in Rijssen over de streep flitsen onder toeziend oog van honderden enthousiaste kijkers. Herman Snoeijink deed het twee keer, in 1978 en ’80. En voor hetzelfde geld was het drie keer geweest, want in ’79 zou de Denekamper ook gewonnen hebben als de kansloze Jan Feiken hem in de eindsprint niet naar achteren had getrokken. Hij moest toen nipt zijn meerdere erkennen in Ad Versluis. Snoeijink won in ’78 van kop af. Driehonderd meter sprinten met Frits Pirard als snelle concurrent in zijn wiel, dat was heel ver, maar Snoeijink won. In 1980 zat hij in een kopgroep van acht renners. Er was veel wind. Je moest goed opletten. Het peloton brak vaak in stukken. Maar Snoeijink kon het gemakkelijk afmaken. De kenners keken er niet eens van op. Als Snoeijink vanuit het goede wiel kwam, was er immers geen houden aan. Acht keer was hij van de partij in de ronde. Dat hij meestal een van de kanshebbers was op de zege, was bijzonder, want hij kon overdag niet trainen. Dat liet zijn baan als fulltime onderwijzer niet toe.

1979 is het laatste jaar bij de Ketting-ploeg. Onder de 28 overwinningen is de klassieker in Zuid-Limburg, de Hel van Mergelland, een van de fraaiste. In 1980 begint hij aan een serie van vier nationale cross-titels bij de amateurs. Ook wint hij andermaal de Ronde van Overijssel. Jarenlang blijft hij een uitblinker bij de criteriums, in het crossen en in de klassiekers die hij ondanks zijn drukke baan als onderwijzer en de steeds terugkerende rugklachten rijdt. In 1984 wordt Snoeijink nog opgenomen in de befaamde Amstel Bier-ploeg van Herman Krott, hetgeen hij terecht als een erkenning ziet van zijn talenten en prestaties. In '85 is hij gestopt met crossen. In 1986 wordt hij geopereerd aan zijn rug, maar wint in het naseizoen nog twee wedstrijden. Ook wordt hij gediplomeerd wielertrainer van de KNWU. In 1987 begint hij weer voorzichtig wat te crossen en treedt aan het eind van het jaar, waarin hij tien keer als winnaar wordt gehuldigd, toe tot renner/assistent-ploegleider van de Giant ploeg die onder leiding staat van Arie Hassink. In 1988 wint hij voor de vierde keer de Duitse semi-klassieker Syke-Okel-Syke. In 1990 wint hij onder andere voor de elfde keer de zogenaamde Meesterronde in zijn woonplaats Denekamp. Eind 1990 beëindigt hij zijn imposante loopbaan als actief renner, omdat hij assistent-ploegleider wordt van Hennie Kuiper bij de Duitse ploeg Stuttgart.

Later zou hij echter nog weer een paar jaar aan wedstrijden meedoen. Want op 27 januari 1991 rijdt hij weliswaar een afscheidswedstrijd, maar dat betekende dus slechts een voorlopig eind van zijn actieve periode als renner. Begin 2004 – Snoeijink is dan 52 jaar – ging hij weer rijden. Hij kon conditioneel nog met de besten mee. En met succes, in 2006 werd hij Nederlands- en wereldkampioen veldrijden in zijn leeftijdscategorie. In de periode ervoor gaf hij trainingen en adviezen aan jong talent en was hij twee jaar ploegleider van PWZ Emmen. Maar hij was vanaf 1995 ook acht jaar lang bondscoach van junioren, beloften, van de dames op de weg en van de veldrijders. In de laatste jaren van de vorige eeuw was Snoeijink ploegleider van de Löwik-ploeg en daarna van de Asito-ploeg. Met de renners van die twee formaties boekte hij veel successen, maar helaas voor de Denekamper besloten de sponsors te stoppen.

Denk echter niet dat het wielerleven van Herman Snoeijink verleden tijd is. Hij begeleidt altijd wel weer ergens een renner of een groep talenten. Herman Snoeijink en de wielersport zullen voor altijd met elkaar verbonden blijven. Deze sport is zijn lust en zijn leven. Hij was jarenlang een slimme, fanatieke renner die bekend stond om zijn bezetenheid voor het erepodium. Geen detail ontging hem. Maar hij reed zijn wedstrijden en begeleidde zijn renners met respect voor opponenten, juryleden en collega's.

Auteur: Gijs Eijsink
Geboren:   06-08-1951 Denekamp
Publicaties:   Bronnen o.a.: Bij 'n afscheid : herinneringsuitgave bij gelegenheid van het afscheid van Herman Snoeijink als wielrenner. 1991
Laatst bijgewerkt op:   17-04-2014