Etty Hillesum (1914-1943)


Etty (Esther) Hillesum werd op 15 januari 1914 in Middelburg geboren als dochter van Louis (Levie) Hillesum (1880-1943), leraar klassieke talen, en Rebecca (Riva) Bernstein (1881-1943). Vader Louis volgde een rabbijnopleiding maar koos toch voor de studie klassieke talen. Moeder Riva was van Russische afkomst en vluchtte in 1907 na een progrom (Jodenvervolging) naar Amsterdam. Het gezin telde verder twee jongens: de arts Jacob (1916-1945) en de muzikaal zeer begaafde pianist Mischa (1920-1943).

De familie was van joodse huize, maar praktiseerde niet of nauwelijks. In 1937 lieten de ouders zich uitschrijven als lid van de Joodse gemeente. In 1924 verhuisde de familie naar Deventer, waar vader Louis eerst leraar klassieke talen en later in 1928 rector werd van het Stedelijk gymnasium (een autoritaire en driftige man volgens collega’s). Moeder Riva wordt beschreven als chaotisch, druk en dominant; dochter Etty had een nogal problematische verhouding met haar. De familie woonde in Deventer eerst op de Duymar van Twiststraat 51 (nu nr 2) en vanaf 1933 – maar dan is Etty al uit huis – op de Geert Grootestraat 9.

Etty ging in 1926 naar het gymnasium; haar schoolresultaten waren niet opvallend, wel volgde ze lessen Hebreeuws. Tijdens haar schooltijd bezocht ze regelmatig bijeenkomsten van een zionistisch jeugdgroepje. Na haar eindexamen gymnasium alfa in 1932 verhuisde ze naar Amsterdam waar ze rechten ging studeren. Ze behaalde haar kandidaats in 1934 en deed in 1939 haar doctoraal examen. Ze studeerde daarna Slavische talen in Amsterdam en Leiden, maar hierin mocht ze geen examens meer doen. Ze gaf om in haar levensonderhoud te voorzien lessen Russisch, zowel op de Amsterdamse volksuniversiteit als privé. Ze doet niets met haar rechtenstudie en mr-titel, maar ziet zichzelf meer als psycholoog en schrijfster.

In maart 1937 gaat ze bij de weduwnaar en accountant Han (Hendrik J.) Wegerif wonen als huishoudster, maar ze kreeg ook een verhouding met hem. Zijn huis aan de Gabriel Metsustraat in Amsterdam blijft haar thuisbasis tot haar definitieve vertrek in 1943. Ze verkeerde in haar studententijd en daarna vooral in de linkse antifascistische studentenmilieus, maar vanaf 1941 veranderde dat, toen kreeg ze een andere belangstelling en vriendenkring. Oorzaak was een ontmoeting op 3 februari 1941 met de joodse psychochiroloog (chirologie = handleeskunde) Julius Spier (1887-1942), afkomstig uit Duitsland. Etty besloot om bij hem in therapie te gaan omdat zij nogal depressief is; ook voelt zij zich tot hem aangetrokken. Op 9 maart 1941 – een dag na het eerste consult – begon ze op zijn aanraden met een dagboek. Waarschijnlijk als onderdeel van een therapie, maar het schrijven paste ook goed bij haar literaire ambities. Spier bracht haar ook in contact met geschriften als de Bijbel en leerde haar om te gaan met haar depressiviteit en egocentrische inslag. In eerste instantie gaan de dagboeken - uiteindelijk zeventien schriften - over haar persoonlijke ontwikkeling, maar later ook over de anti-joodse maatregelen.

In juli 1942 solliciteerde zij naar een administratieve baan bij de Joodsche Raad in Amsterdam, een manier om uit deportatiekamp Westerbork te blijven. Wel werkte ze regelmatig in het kamp, bij de afdeling ‘Sociale verzorging doortrekkenden’. Van december 1942 tot juli 1943 was ze ziek, maar na haar herstel besloot ze op 5 juni 1943 weer naar haar werk in Westerbork te gaan. Ze weigerde om onder te duiken, ze wilde de mensen bijstaan die op transport gaan.

Haar vader verloor in 1940 zijn baan en werd gedwongen om met zijn vrouw in 1943 naar Amsterdam te verhuizen. Daar werd het echtpaar en zoon Mischa op 21 juni – bij een grote razzia – opgepakt en naar Westerbork vervoerd. Etty werkte daar toen ook, maar verloor begin juli 1943 haar status als medewerker en werd zelf kampbewoner. Na problemen met de kampcommandant werd op 7 september 1943 de hele familie op transport gesteld naar Auschwitz. Uit de trein gooide Etty Hillesum nog een laatste boodschap op een briefkaart.

De ouders zijn tijdens de reis omgekomen of meteen na aankomst vergast (10 september); broer Mischa overleed op 31 maart 1944. Jacob werd eind september 1943 naar Westerbork gebracht en in februari 1944 naar het kamp Bergen-Belsen gedeporteerd ; hij overleed waarschijnlijk in april 1945. Volgens het Rode Kruis sterft Etty op 29-jarige leeftijd 30 november 1943 in Auschwitz.

Vlak voor haar definitieve vertrek naar Westerbork geeft Etty haar elf dagboekschriften van 9 maart 1941 tot 13 oktober 1942 aan de schrijver Klaas Smelik. Na de oorlog worden de dagboeken voor een deel uitgetypt door zijn dochter Johanna, maar uitgevers zijn in de jaren vijftig niet geïnteresseerd in oorlogsverhalen. Wel zijn in 1944 twee brieven die Etty Hillesum schreef over de situatie in Westerbork, door David Koning in een illegale editie gepubliceerd onder een andere titel.

Pas in 1981 lukte het zoon Klaas A.D. Smelik om tien dagboekschriften – een is weggeraakt – te publiceren als Het verstoorde leven. In 1986 werd dit boek opgenomen in een integrale uitgave, waarin ook haar brieven voorzien van commentaar onder de titel De nagelaten geschriften van Etty Hillesum (1941-1943) staan.

De dagboeken en brieven blijken sindsdien een bron van studie en inspiratie voor velen, bijvoorbeeld in het Etty Hillesum Centrum in Deventer; ze worden over de hele wereld vertaald en gelezen. In haar werk overschreed Etty Hillesum de toenmalige vaste denkpatronen en haar geschriften zijn nog steeds modern en eigentijds. Ze bieden een uniek inzicht in de persoonlijke ontwikkeling van een jonge joodse, literair begaafde vrouw tijdens de Tweede Wereldoorlog, die ‘het lot van haar volk wilde delen’.

Auteur: drs. Lamberthe de Jong

Zie ook Biografisch Portaal. Kijk ook hier

Geboren:   15-01-1914 Middelburg
Overleden:   30-11-1943 Auschwitz
Vader:   Louis (Levie) Hillesum (1880-1943)
Moeder:   Rebecca (Riva) Bernstein (1881-1943)
Publicaties:   Dagboeken: Het verstoorde leven. Dagboek van Etty Hillesum, 1941-1943 (1981) In duizend zoete armen. Nieuwe dagboekaantekeningen van Etty Hillesum (1984) De nagelaten geschriften van Etty Hillesum, 1941-1943 (door K.A.D. Smelik) (1e druk 1986, 5e herziene druk 2008) Brieven: Drie brieven van den kunstschilder Johannes Baptiste van der Pluym (1843-1912) Z.J. 1944. (twee brieven uit 1942 en 1943 illegaal uitgegeven door David Koning). Purmerend 1944 Twee brieven uit Westerbork. Brieven van Etty Hillesum. Amsterdam 1962 Het denkende hart van de barak. De brieven van Etty Hillesum. Amsterdam 1982 Brief van Etty Hillesum aan Johanna en Klaas Smelik e.a. (03-07-1943)´, in: Briefgeheim, samengesteld door René van Stipriaan. Amsterdam 1993 Literatuur: 'Men zou een pleister op vele wonden willen zijn'. Reacties op de dagboeken en brieven van Etty Hillesum. Met bijdragen van J.G. Gaarlandt. Amsterdam 1989 Ria van den Brandt & Klaas A.D. Smelik (red.), Etty Hillesum in facetten. Nijmegen 2003. Ria van den Brandt, Denken met Etty Hillesum. Zoetermeer 2006. Met uitgebreide secundaire literatuurlijst. Ria van den Brandt & Klaas K.A.D. Smelik, Etty Hillesum Studies: Etty Hillesum in context. Assen 2008. Overige informatie: Etty Hillesum Centrum te Deventer Etty Hillesum Onderzoekscentrum aan de Universiteit van Gent Joods Historisch Museum te Amsterdam
Laatst bijgewerkt op:   06-03-2014