J.A.P.G. Boot (1905-2006)


Hij had zijn kinderen beloofd 100 te worden en het was hem vlak voor kerstmis 2005 gegeven om dit waar te maken. Ook een geheel andere belofte, namelijk het afmaken van een in 1956 onder de titel Op jacht naar gegevens gepubliceerd onderzoekprogramma naar de geschiedenis van de Twentse textielnijverheid, werd in de voorbije 50 jaar ingelost. Dit voorjaar kwam het bericht, dat Dr. J.A.P.G. Boot op 100jarige leeftijd op 28 maart 2006 is overleden. Hiermee is een eind gekomen aan leven en werk van één van de meest gedreven en productieve onderzoekers naar de geschiedenis van de Twentse textielnijverheid, wiens pionierswerk ook vele decennia na dato weinig aan kwaliteit heeft ingeboet.

De op 19 december 1905 in Den Haag geboren en aan de Economische Hogeschool Rotterdam opgeleide bedrijfseconoom Jan Boot deed voor het eerst van zich spreken met De Twentsche Katoennijverheid 1830-1873. Vanaf de verschijning in 1935 bleef dit proefschrift hèt standaardwerk over de ontstaansgeschiedenis van de Twentse textielindustrie. Ruim 20 jaar later was het publiceren van genoemd onderzoekprogramma de opmaat voor een serie van uiteindelijk 15 doorgaans lijvige artikelen, die de Stichting Textielgeschiedenis tussen 1956 en 1986 heeft mogen publiceren en waarvoor de stichting hem in 1977 benoemde tot erelid. Met zijn artikelen in de Textielhistorische Bijdragen stelde Boot drie decennia lang de norm voor onderzoek naar de economische en technische geschiedenis van de Twents-Gelderse textiel. De Universiteit Twente verleende Boot bij gelegenheid van haar zevende lustrum in 1996 een eredoctoraat voor zijn verdiensten op dit gebied. Met 15 artikelen in de THB en een proefschrift is het overzicht van het werk van Boot niet compleet.

Op vakantie in Twente werd Boot in 1957 verzocht bij te dragen aan de herdenking van de ontmoeting van Ainsworth, De Clerq en De Maere in 1832 te Hengelo. Het daarbij ontstane boek Van smiet- tot snelspoel. De opkomst van de Twentsch-Gelderse textielindustrie in het begin van de negentiende eeuw schreef Boot samen met de in 1929 op Fabrieken en Menschen, een sociografie van Enschede gepromoveerde A. Blonk. In hun boek wordt de samenkomst 125 jaar eerder van genoemd drietal als reden van de industrialisatie van Twente eerder ontmythologiseerd dan herdacht. Door vele omstandigheden, ontwikkelingen en persoonlijke getuigenissen op te voeren, bleek het aantal krachten inwerkend op het industrialisatieproces veel groter dan drie heren ooit zouden kunnen waarmaken. Toch lijkt in dit boek een ander geluid door te klinken, dan in de dissertatie van Boot. De maatschappelijke omstandigheden rond de ondernemer staan op de achtergrond, de ondernemer zelf staat in vele geciteerde brieffragmenten centraal. Instemmend wordt ook Nicolaas Beets aangehaald, wiens krantenlezende oom Stastok uit Camera Obscura model staat voor de futloze berusting, die begin 19e eeuw in Nederland zou heersen. Deze opvatting is door latere historici gelogenstraft door te wijzen op de noodzaak tot behoedzaam opereren waartoe ondernemers door omstandigheden destijds werden gedwongen.

Desgevraagd lag de verschuiving in perspectief van omstandigheden naar personage volgens Boot niet aan Blonk. De onderzoeker was ondernemer geworden en meer dan voorheen geïnteresseerd in daadkrachtige, initiatiefrijke personen hun daden en drijfveren.

Direct na zijn promotie was Boot bij Philips in Australië gaan werken om vervolgens zelfstandig ondernemer te worden. In Hobart, Tasmanië, wist hij een lucratieve firma in huurkoopfinanciering op te bouwen. Twintig jaar werd niets van Boot vernomen, maar vanaf dan wordt de firma een stimulans voor onderzoek. Zij maakte de samenstelling van een uiteindelijk 16.000 titels omvattende privé bibliotheek mogelijk en beïnvloedde de visie van Boot op de geschiedenis. Elke ochtend werkte Boot vanaf 04.00 uur aan het catalogiseren van boeken en het onderzoeken van de textielgeschiedenis, om daarna het bedrijf te runnen. In de thema's van zijn onderzoek klinkt een fascinatie door voor de vraag, hoe en waarom een onderneming functioneert.

Een bibliotheek gelegen op een buitenlands eiland bleek onweerstaanbaar voor wijlen Boudewijn Buch, die Boot vereerde met een op 17 juni 1990 door de VARA uitgezonden bezoek. Zeven jaar geleden, op 29 juni 1999, was de overdracht van zijn bibliotheek aan de Universiteit Twente voor Len Winkelman (NEHA), wijlen Margriet Winkelmolen (Textielmuseum Tilburg) en ondergetekende (Museum Jannink) reden om de heer Boot te interviewen. Hierbij gaf Boot een boodschap mee, die ik bij gelegenheid maar eens moest verkondigen, al zou men dat in Twente niet leuk vinden: 'Ainsworth was een klaploper!' Deze visie staat haaks op die in zijn inmiddels bijna 70 jaar eerder verschenen proefschrift, waarin Thomas Ainsworth ondanks diens vroege dood door Boot van grote betekenis voor de industrialisatie van Twente werd geacht. Deze verandering van zienswijze kondigt zich al aan in het verschil tussen proefschrift en het met Blonk geschreven boek. 'De man kon alleen iets als er subsidie werd verstrekt. Op eigen kracht kon hij niets voor elkaar krijgen. Een klaploper, een charlatan', besloot Boot. Gevraagd naar de drijfveer voor zijn vele werk, gaf Boot aan te hopen iets van waarde te hebben nagelaten. Dat heeft hij. Behalve publicaties, en een bibliotheek aan de Universiteit Twente, heeft hij in 1996 het Rijksmuseum Twenthe een paneel van Brueghel (de Jonge) doen toekomen en - in het najaar 2005 - de Oudheidkamer Twente een verzameling Twentse streekdracht geschonken. Een zeer grote nalatenschap, zelfs voor 100 jaar.

Auteur: Siebe Rossel
Geboren:   19-12-1905 's Gravenhage
Overleden:   28-03-2006 Hobart (Tasmanië)
Vader:   Adrianus Gerardus Boot
Moeder:   Angéle Arnoldine Jeanne Paulina Amiot
Echtgeno(o)t(e):   Hermina Katharina Gertruida (Mieke) Rhee
Tweede echtgeno(o)t(e):   Elizabeth Gladys Bond
Publicaties:   Bronnen: Siebe Rossel. In Memoriam dr J.A.P.G. Boot (1905-2006) In: Textielhistorische Bijdragen, jaargang 46 (2006), p. 7-10 Publicaties van J.A.P.G. Boot: De Twentsche Katoennijverheid 1830-1873. Amsterdam: Paris, 1935. 366 p. (Proefschrift Rotterdam) Van smiet- tot snelspoel: de opkomst van de Twentsch-Gelderse textielindustrie in het begin van de 19e eeuw / J.A.P.C. Boot en A. Blonk. - Hengelo: Stichting Textielgeschiedenis, 1957. 136 p. 16 artikelen in Textielhistorische Bijdragen in de periode 1956-1986.
Laatst bijgewerkt op:   27-02-2014