Herman Brood (1946-2001)


De jeugd van Herman
Herman kwam in 1946 ter wereld op nummer 34 in de Fuchsiastraat, een onopvallend straatje in de Zwolse arbeiderswijk De Pierik. De geur van wasgoed en bloemkool is anno 2011 verdreven door die van auto's en scooters, de Bonte Dinsdagavondtrein is opgevolgd door The X-factor, maar aan het straatbeeld is weinig veranderd. Herman werd zich langzamerhand bewust van de wereld in de kabbelende jaren vijftig. Zijn vader was een machinebankwerker, zijn moeder verstelde kleren. 'Ik heb een hekel aan het woord naaien in dit verband', zei Brood veel later tegen zijn biograaf Bart Chabot, 'maar mijn moeder naaide alles wat los en vast zat in de buurt.' Toentertijd zal hij het niet in zijn hoofd gehaald hebben om dat zo te zeggen, maar ach - 'Erreman', zoals zijn naam luidt in het Zwolse dialect, kon zich wat permitteren. Zijn twee zussen, zijn broer en zijn ouders waren wel iets gewend. Al zullen ze raar hebben opgekeken, toen hij als jochie van acht een brief mee kreeg naar huis: 'Herman kust de meisjes op het schoolplein.' Onschuldig geflikflooi, zei hij tegen Chabot. 'Ik kwam van achteren op de meisjes af, en kuste ze of greep ze in het kruis. Onschuldige dingetjes.' Zijn ouders keken daar anders tegenaan, maar hij kreeg geen pak voor zijn billen. 'Ik heb nooit één klap van mijn ouders gehad. Nooit.' Of toch: eenmaal gaf zijn moeder hem een klein tikje. 'Heeft ze de hele avond gehuild. Ze durfde het niet aan mijn vader te erkennen.'

Scheel en in de broek gepoept
Dat Herman later vaker van vrouw zou wisselen dan van onderbroek kon niemand in de jaren vijftig vermoeden. Hij droeg een bril, was verlegen en had een zachtmoedig karakter. Toch deed de aantrekkingskracht van de andere sekse zich al op jonge leeftijd gevoelen. Hij was vier jaar toen hij bevriend raakte met het zoontje van de directeur van de Buitensociëteit, waar hij ontdekte dat een sleutelgat uitstekend zicht bood op de dameskleedkamer. 'Oh, ik heb zoveel tijd voor dat gat versleten. Zo mocht ik Connie Vandenbos bespieden.' Bij het benaderen van meisjes beperkte Herman zich niet tot De Pierik. Zijn werkgebied strekte zich uit tot in de Kamperpoort, waar die concurrentie niet op prijs werd gesteld. 'Ik herinner me Tonnie van de Wetering. Hij bedreigde me altijd, omdat ik af en toe met meisjes uit zijn gebied involved was. Zijn vader had een bijnaam: de Leeuw van de Kamperpoort. Een type waar vier politieagenten aan te pas moesten komen als ze hem moesten arresteren.' Zijn eerste grote liefde heeft een trauma achtergelaten, bekende Herman aan zijn biograaf. 'Mijn eerste verliefdheid, Willy van der Klok. Ik was pas acht jaar. Ik werd 's middags altijd afgehaald door een huisvriend van mijn moeder, ik zat achterop. Eén keer nam hij een wending met zijn fiets en reed achter dat meisje aan. Hij riep iets van: "Herman vindt jou zo leuk." Ze keek om op haar fiets en schreeuwde: "Wat, die schele? Hahaha! Zo'n schele, die moet ik niet." Het heeft een stuk van mijn leven verpest. Dat soort drama's doet je de das om, hè. Daarom verschijn ik nu nog niet op mijn eigen tentoonstellingen.' Een andere pijnlijke situatie wist de kleine Herman ten goede te draaien. Op de kleuterschool in De Pierik had hij eens duidelijk ruikbaar in zijn broek gepoept. De juf vroeg wie dat had gedaan; Herman zweeg, maar de bruine drab die uit zijn broekspijpjes rimpelde, verried hem. Hij werd naar huis gestuurd, wat hij allerminst als een straf beschouwde; later zou hij geregeld opzettelijk in zijn broek poepen, als school hem weer eens hartgrondig tegenstond.

Gescheiden levend
Het leven liep in de Zwolse jaren vijftig nog langs de scherpe lijnen van de verzuiling. Bij het gezin Brood werd niets gedaan aan geloof; er werd nooit over God gesproken, de twee zonen en twee dochters mochten zelf bepalen hoe ze het leven verklaarden. Dichtbij huis stond een School met den Bijbel: 'Dat zag je als een geheimzinnig, aan een gevangenis grenzend klooster. Je had er medelijden mee, met alles wat religieus was. In onze kringen werd dat als een dwaalspoor beschouwd.' In het Openluchtzwembad aan de Ceintuurbaan werd destijds nog gescheiden gezwommen, dankzij een schot in het nu monumentale buitenbad, maar nu en dan werden de teugels gevierd. 'Eén keer per dag ging het schot open, dan was het feest. Het duurde maar een half uur. Er was ook een houten vlot in het midden, als je daar onderdoor zwom, kon je een meisje in het kruis grijpen, zo lang mogelijk en dan weer terug, onder het vlot door, zodat het onmogelijk was te bewijzen wie het gedaan had.' De losbandige omgang met de seksen die Herman veel later ontwikkelde moet ook in de hand zijn gewerkt door de thuissituatie. Vader hield er een vriendin op na. Toen dat uitkwam moest hij het huis verlaten, maar pa Brood ging niet ver weg; hij legde een matras neer in het kantoor van de ijzerfabriek naast het huis waar zijn gezin woonde. 'Een halfjaar zag hij, vooral op zondagmiddag als hij niet hoefde te werken, vanaf het balkon zijn eigen kinderen spelen, onbereikbaar.'

Pianolessen, Kunstacademie, Cuby & the Blizzards
Vanaf 1960 kreeg Herman pianolessen. Hij trok veel op met zijn jeugdvriend Hans Lafaille. Lafaille ontwikkelde zich snel als muzikant en oefende met andere jonge muzikanten in de kantine van het bedrijf van Herman's vader. Herman, die liever tekende, besloot toen ook maar zich verder toe te leggen op de piano. Brood ging in 1964 naar de Kunstacademie in Arnhem, en richtte daar The Moans op. De band deed veel optredens voor Amerikaanse militairen in West-Duitsland, en Brood kreeg eens een pilletje toegeschoven om wakker te blijven. Zo begon zijn verslaving. In 1967 wordt hij door Harry Muskee gevraagd voor Cuby and the Blizzards. Toen de platenmaatschappij vernam dat hij drugs gebruikte, werd hij uit de band gezet. Er volgde een onduidelijke periode, waarin Brood regelmatig in de gevangenis belandde wegens inbraken en handel in drugs. Ook zou hij enige tijd in Jordanië hebben gewerkt, in een kopermijn en als pornoacteur.

In 1974 deed hij mee aan een Cuby and the Blizzards reünie voor het VARA-televisieprogramma Nederpopzien. Vanaf dit moment pakte hij zijn muzikale carrière weer op. Hij speelde korte tijd in de Noord-Hollandse formatie Stud, en nam een album op met onder anderen Jan Akkerman onder de naam Flash & Dance Band. Vervolgens trad hij toe tot de band Vitesse, na het debuutalbum in 1975 verliet hij die weer.

Eigen band
In 1976 vond een cruciale ontmoeting plaats. Brood speelde mee in Cuby and the Blizzards, die voor korte tijd waren heropgericht, toen hij in een café in Winschoten de naald van zijn injectiespuit in een prullenmand liet vallen. De eigenaar van het café, Koos van Dijk geheten, kwam binnen toen Brood in de prullenmand op zoek was naar zijn naald. In plaats van Brood buiten de deur te zetten, keerde Van Dijk de prullenmand om en zocht ijverig mee. Vanaf dat moment trad Van Dijk op als Broods manager; hij zou dit blijven tot zijn dood in 2001. Brood verliet Cuby and the Blizzards en begon zijn eigen formatie: Herman Brood & His Wild Romance. In 1977 kwam het album Street uit dat enthousiast werd ontvangen. In 1978 volgde Shpritsz. De single Saturday Night werd een grote hit. Duitsland en Frankrijk raakten geïnteresseerd. Herman Brood was dé act eind jaren zeventig en zijn optredens werden massaal bezocht. Brood werkte in 1979 mee aan de film Cha Cha van Herbert Curiël, en trad in de film in het huwelijk met punkoperazangeres Nina Hagen. In hetzelfde jaar vertrok hij naar de Verenigde Staten. Maar een Amerikaanse tournee werd geen succes, en het in de VS geproduceerde album Go Nutz (1980) werd zowel daar als in Nederland afgekraakt. Hierop viel Wild Romance uit elkaar, en zakte de carrière van Brood in. In 1984 trad hij in het huwelijk met Xandra Jansen, samen hadden ze twee kinderen, Lola (1986) en Holly (1995) en een aangenomen dochter Brenda (1979).

In de jaren daarna waaierde zijn carrière uit. Brood acteerde in een toneelstuk en een speelfilm, maar vooral in zijn eigen leven. Ook werd hij steeds actiever als schilder. Hij werkte op groot formaat en met felle kleuren, waarbij zijn werk stond in de traditie van Cobra. Vaak bracht hij met zwarte verf letters aan op zijn werk. De handtekening brood vormt veelal een opvallend onderdeel van het schilderij. Ondanks het kleurgebruik hebben de schilderijen een wat trieste uitstraling. Brood bleef daarnaast actief in de muziek, maar zijn albums uit deze periode haalden niet meer het niveau van Shpritsz. Beroemd werd hij met zijn openlijke uitspraken in de pers over seks en drugsgebruik. Hij genoot van alle aandacht, en werd de meest bekende harddrugsgebruiker in Nederland, de nationale knuffeljunk. Herman trad ook op met zijn vrienden Bart Chabot en Jules Deelder. Tussen 1998 en 2000 hield het trio een theatertournee. Bart Chabot beschreef deze tournee in 'Brood en spelen', zijn derde boek over Herman Brood. Al eerder schreef hij 'Broodje gezond' en 'Broodje halfom'. Met het in 2003 verschenen 'Broodje springlevend' voltooide Chabot de biografische schetsen over Herman Brood.

Door het gebruik van alle genotsmiddelen was tegen 2001 zijn lichaam geheel uitgeleefd. Pogingen om af te kicken hadden geen succes. Toen het leek alsof hij nog maar een paar maanden te leven had, nam Brood het heft in eigen handen en pleegde zelfmoord. Op 11 juli 2001 sprong hij van het Hilton-hotel in Amsterdam. In de periode kort na zijn dood ontstond een levendige handel in schilderijen en zeefdrukken van Brood, waarbij ook vervalsingen opdoken.

Na Broods overlijden was in 2002 in het Cobra museum in Amstelveen een eerste overzichtstentoonstelling van zijn werk te zien, met daarnaast foto's, gemaakt door zijn vriend, de fotograaf Anton Corbijn. Eerder was het werk van Brood museaal nooit erkend. Er waren echter wel veel liefhebbers, en zijn schilderwerk werd redelijk goed verkocht.

Bronnen: De jeugd van Herman Brood/ door Michael Amsman In Mijn Stad Mijn Dorp, historisch tijdschrift Overijssel, 2010

Ik kom uut Zwolle : vette pech: Herman Brood step- en wandelroute. Zwolle : VVV, 2004


Geboren:   05-11-1946 Zwolle
Overleden:   11-07-2001 Amsterdam
Echtgeno(o)t(e):   Xandra Jansen
Publicaties:   Bart Chabot: - Broodje gezond (1996) - Broodje halfom (2001) - Brood en spelen (2002) - Broodje springlevend (2003) Rock 'n roll junkie : over Herman Brood / door Jan Eilander. 1994. Herman Brood / door Anton Corbijn 2002. Fotoboek.
Laatst bijgewerkt op:   27-02-2014