Rento Hofstede Crull (1863-1938)


Hofstede Crull werd geboren op 26 november 1863 in Meppel als Rento Klaas Crull. Hij was de tweede zoon van Wolter Hendrik Crull (1828-1864) en Catharina Annette Kuiper (1831-1909). Na het overlijden van zijn vader veranderde zijn moeder zijn voornamen in Rento Wolter Hendrik. In 1879 kreeg hij bij Koninklijk Besluit toestemming zijn geslachtsnaam te wijzigen in Hofstede Crull. De naamsverandering hield verband met de relatie tussen het geslacht Crull en de Drentse regentenfamilie Hofstede. Hofstede Crull overleed op 8 september 1938 in Doetinchem.

Tussen 1879 en 1883 bezoekt Hofstede Crull de HBS in Sappemeer en Groningen, maar verlaat deze zonder diploma. Een industriële carrière trekt hem meer en in 1884 treedt hij in dienst bij de IJzerfabriek Van Vliet en Van Capelle in Groningen. In hetzelfde jaar stapt hij over naar de machinefabriek van de Gebroeders Ledeboer in Borne. In deze jaren wordt de wereld verrast door de eerste bruikbare toepassingen van elektrische verlichting. Vooral het door Edison en zijn medewerkers samengestelde complete verlichtingssysteem, van gelijkstroomdynamo tot en met de gloeilamp, maakt indruk. De toch al in techniek geïnteresseerde Hofstede Crull wordt door de 'elektriciteitskoorts' aangestoken en besluit elektrotechniek te gaan studeren. Omdat een dergelijke opleiding in 1886 in Nederland nog niet voorhanden is, gaat hij naar de Technische Hochschule in Hannover. Na zijn afstuderen wil Hofstede Crull zijn theoretische kennis aanvullen met praktische ervaring en vertrekt in 1891 naar Amerika, waar hij drie jaar bij Thomson Houston en General Electric werkt.

In 1894 sticht Hofstede Crull in Borne zijn eerste bedrijf. Het is een technisch bureau dat van gemeenten een concessie voor de distributie van elektriciteit probeert te krijgen. Op dat moment staan er in Nederland vier centrales. Veel gemeenten hebben een eigen gasfabriek en houden concurrenten op een afstand. Wel hebben enkele hotels, winkels en werkplaatsen eigen elektrische installaties. De nieuwe verlichting is ontdekt, maar een ruime markt treft Hofstede Crull vooralsnog niet aan. Het eerste succes boekt hij in Groningen, waar hij samen met J. E. Scholten in 1895 een zogenaamd blokstation opent. Een gemeentelijke concessie is niet nodig omdat aan een beperkt aantal huizen geleverd wordt, zonder dat de geleiders de openbare weg kruisen. Borne geeft Hofstede Crull in 1896 als eerste een concessie voor de bouw van een centrale en de aanleg van een distributienet dat de gehele gemeente bestrijkt.

In 1897 verbindt Hofstede Crull zich met de werktuigbouwkundige Willem Willink in de firma Hofstede Crull & Willink. Doordat Willink familie is van het overgrote deel van de Twentse textielfabrikanten, is deze een belangrijk compagnon. Het huwelijk van Hofstede Crull met Aleida Dikkers is in dit verband ook niet onbelangrijk, omdat zij uit een kapitaalkrachtige familie stamt. De nieuwe firma groeit en sticht verscheidene elektriciteitsbedrijven, namelijk in 1897 in Terborg, in 1898 in Eist en Driebergen en in 1901, samen met de gemeente, in Enschede.

In 1899 gaat Hofstede Crull een stap verder en roept hij een aantal Twentse industriëlen bijeen om de oprichting van een districtscentrale te bespreken. Zo'n centrale zou vanuit Hengelo verschillende gemeenten van stroom moeten voorzien en zou door haar grootschalige opzet goedkoper kunnen produceren. Het één en ander leidt tot de oprichting van het Twentsch Centraal-Station voor Electrische Stroomlevering (TCS). In 1902 wordt Delden als eerste gemeente buiten Hengelo, via een dan nog unieke draaistroomhoogspanningslijn, op de districtscentrale aangesloten. In 1914 levert het TCS al aan acht gemeenten met in totaal zo'n 110.000 inwoners en verkoopt ruim zes miljoen kWh. In 1909 neemt Hofstede Crull het initiatief tot een intergemeentelijk bedrijf in Limburg, in 1911 gevolgd door de overname van de Hollandsche Electriciteits-Maatschappij in 't Gooi.

Wellicht zou Hofstede Crull nog meer districtscentrales geopend hebben, ware het niet dat de provinciale overheden de elektriciteitsvoorziening vanaf 1910 naar zich toe begonnen te trekken. Aan het eind van de Eerste Wereldoorlog leidt dit tot de overname van de bedrijven in Limburg en 't Gooi. Het TCS blijft tot 1950 een particuliere onderneming.

De elektriciteitsvoorziening wordt door de overheid overgenomen, het leveren van de benodigde machines, apparaten en leidingnetten blijft evenwel een lucratieve zaak. Het onderkomen van de firma Hofstede Crull & Willink in Hengelo is dan ook snel te klein en in 1906 betrekt men een nieuwe fabriek. In 1908, men heeft dan 97 mensen in dienst, wordt het bedrijf omgezet in de NV 'Hengelosche Electrische- en Mechanische Apparaten Fabriek' (HEEMAF). Tot 1914 blijft de HEEM AF in hoofdzaak een installatiebedrijf. Het is Hofstede Crull die er op aandringt zelf elektromotoren te gaan produceren. Het aantal personeelsleden groeit mede hierdoor van 483 in 1914 tot 1590 in 1919.

In 1919 verlaat Hofstede Crull het bedrijf. Beschuldigingen van malversatie aan het adres van de HEEMAF en problemen over de opvolging van Willink zijn de directe aanleiding. Het vaak eigenzinnige optreden van Hofstede Crull vormt de achtergrond. De raad van commissarissen van het TCS wil hem niet missen, maar is bevreesd dat de aangetaste reputatie van Hofstede Crull de kapitaalverschaffing in de weg staat en verzoekt hem toch op te stappen. Hij trekt zich langzaam terug uit alle Twentse functies en sticht in 1920 in Doetinchem de 'Vereenigde Ijzer Fabrieken' (VIJF). Het nieuwe bedrijf produceert vooral elektromotoren en loopt, mede omdat veel vakbekwame personeelsleden van de HEEMAF mee verhuizen, aanvankelijk goed. Het bedrijf krijgt echter kort na elkaar te maken met storm-, water- en brandschade. De herhaalde stagnatie van de produktie en de crisis van 1929 leiden tot een faillissement in 1934. Kort daarop legt Hofstede Crull zijn functie als voorzitter van de Kamer van Koophandel van Arnhem, welke hij sinds 1922 bekleedde, neer en beëindigt hij de commissariaten in bedrijven en instellingen. Hij blijft tot zijn dood directeur van de 'Internationale Spinpot Exploitatie Maatschappij' (ISEM), waar de door hem uitgevonden spinpot voor de kunstzijde-industrie wordt gefabriceerd. Het pionierswerk van Hofstede Crull heeft de elektriciteitsvoorziening al vroeg van een lokaal naar een regionaal niveau gebracht.

Rento Wolter Hendrik Hofstede Crull trouwde op 27 december 1894 met Aleida Johanna Hendrika Dikkers (1865-1928) uit Borne. Het echtpaar kreeg vier dochters.

Auteurs: A. N. Hesselmans, J. Tuik

Uit : Overijsselse biografieën
Geboren:   26-11-1863 Meppel
Overleden:   08-09-1938 Doetinchem
Vader:   Wolter Hendrik Crull (1828 - 1864)
Moeder:   Catharina Anette Kuiper (1831 - 1909)
Echtgeno(o)t(e):   Aleida Johanna Hendrika Dikkers (1865- 1928)
Publicaties:   RAO, archief N. V. HEEMAF Archief Hengelo's Educatief Industriemuseum Archief Twentsch Centraal-Station voor Electrische Stroomlevering (TCS) E.J. Fischer, Stroomopwaarts. De elektriciteitsvoorziening in Overijssel en Zuid-Drenthe tussen circa 1896 en 1986, Zwolle 1986 H. Lohr, 'Ter Herdenking R.W.H. Hofstede Crull 1863-1938', in: De Ingenieur, 1938, 407-408 Graafschapsbode, 9 september 1938 Zwolsche Courant, 26 oktober 1929
Laatst bijgewerkt op:   06-03-2014