Jacob Spanjaard (1873-1934)


Jacob Spanjaard werd op 21 juni 1873 te Borne geboren als zoon van Isaac Jacob Spanjaard en Anna Fortunata Eleonora Simons. Hij overleed te Borne op 16 augustus 1934. Jacob Spanjaard groeide op in de door zijn overgrootvader Salomon Jacobszoon gestichte firma, waarvan zijn vader Isaac Sr. directeur was. Met zijn jongere broers Siegfried, Robert en Emil bracht hij een groot deel van zijn jonge jaren door op het fabrieksterrein van het Bornse textielbedrijf. Toen hij veertien was werd de jonge Jacob naar de weefschool van Müllheim (dichtbij Essen) gestuurd. Waarschijnlijk zette hij zijn opleiding van 1892 tot 1895 voort in het naburige Recklinghausen. Hierdoor was hij goed toegerust om in 1901 de leiding van de nieuw gevormde NV Stoomspinnerijen en -weverijen v/h S J. Spanjaard op zich te nemen. Tegelijkertijd traden ook zijn neven Isaac Jr. en Karel als directeuren aan.

Ook in andere opzichten vormde 1901 voor de voormalige vennootschap onder firma S.J. Spanjaard een keerpunt. De nieuwe organisatievorm maakte het mogelijk het vermogen sterk uit te breiden. Hierdoor kon fors geïnvesteerd worden in uitbreiding van de produktiecapaciteit. Symbolisch hiervoor was de in 1902 aan het bedrijf toegevoegde schoorsteen, die in hoogte de kerktoren van Borne overtrof. Samen met het al eerder tot stand gekomen fameuze chateau d'eau, een watertoren met het aangezicht van een middeleeuwse burcht, maakte deze op niet mis te verstane wijze duidelijk hoe Spanjaard zijn positie in de gemeenschap van Borne opvatte. Korte tijd na zijn aantreden kreeg Jacob af te rekenen met een ernstig sociaal conflict. Toen de spoelsters om een vergoeding voor wachttijden vroegen, reageerde Spanjaard hierop door eerst enkele en later alle arbeiders te ontslaan. Voor een keer moest hij echter concessies doen. De werknemers werden weer in dienst genomen en zelfs werd er een fabrieksraad ingesteld.

Bij het huwelijk van Jacob met zijn nichtje Olga (in 1904) was alles weer pais en vree — de bruiloft werd een groot feest zonder enige wanklank. Jacob Spanjaard werd ook wel de god van Borne genoemd. Dit kwam doordat in Borne vrijwel niets van enig belang buiten hem om plaats kon vinden, ook wanneer dit eigenlijk niet direct iets met het bedrijf te maken had. Zo bezat Spanjaard een kleine 200 arbeiderswoningen, en beheerste hij ook de in 1909 opgerichte Bornse woningbouwvereniging. In 1916 werd door Spanjaard een badhuis geopend (een geschenk naar aanleiding van de gouden bruiloft van de heer en mevr. DJ. Spanjaard). Op het terrein van Spanjaard kwam in 1925 een Nutsbewaarschool tot stand.

In 1926 konden door Spanjaards toedoen zowel een huishoudschool als de Bornsche Harmonie opgericht worden. Bovendien werd Jacob, in de Spanjaard-traditie, in 1925 in de gemeenteraad gekozen. Haast als een bijbelse aartsvader heerste Jacob over zijn gemeenschap. Arbeiders die zich tegenover de autoritaire Spanjaard kritisch opstelden, geen overwerk wilden doen, of zelfs naar een andere werkgever overstapten, konden op sancties rekenen. Anderzijds kon Spanjaard ook zeer royaal uit de hoek komen, ook (en misschien zelfs bij voorkeur) tegenover werknemers die hij kort daarvoor nog flink de les gelezen had. Toch hadden maar weinig arbeiders zich in vakbonden georganiseerd, niet alleen omdat Spanjaard dit niet graag zag, maar ook omdat het lidmaatschap van het (confessionele) Unitas hen in 1912 door de katholieke kerk verboden was. De afdeling in het overwegend roomse Borne moest dan ook spoedig hierna opgeheven worden.

Na de Eerste Wereldoorlog werd de produktiecapaciteit opnieuw fors uitgebreid. In 1920 en 1924 werd de spinnerij sterk vergroot. In 1927 kwam een nieuwe weverij tot stand. Omdat het arbeidsaanbod in Borne te gering bleek, moest van heinde en ver personeel aangetrokken worden. Veel nieuwe personeelsleden waren afkomstig uit de Drentse veenkoloniën. Tot aan het eind van de jaren vijftig kwamen er dagelijks tien tot twaalf bussen met arbeiders uit Vriezenveen. Ook werden er gezinnen uit Vollenhove aangetrokken door bemiddeling van de pastoor die evenals Jacob Spanjaard een groot liefhebber van de jachtsport was. Ondanks het feit dat Spanjaard begin jaren twintig zeer goede winstcijfers had, betaalde het in verhouding tot andere textielbedrijven lage lonen uit. Toch meende de onderneming zich in 1922 en 1923 te moeten aansluiten bij een besluit van de (mede door Spanjaard opgerichte) Twentsch-Geldersche Fabrikantenvereeniging om de loonkosten met 10% te verlagen. Dit gaf in december 1923 aanleiding tot de bekende en uitvoerig beschreven Twentse textielstaking, die zes maanden duren zou en waaraan 22000 arbeiders deelnamen.

Jacob Spanjaard was voorstander van een harde lijn, die inhield dat concessies van werkgeverszijde tot iedere prijs vermeden moesten worden. In geen geval mochten textielarbeiders de indruk krijgen dat met de bazen te praten viel. Dat Spanjaard zich ook na het verlopen van de staking hard en autoritair bleef opstellen blijkt uit een brief aan de textielwerkgeversvereniging van 16 december 1924: "Naar het oordeel der arbeiders hebben wij niet gevraagd, nog minder naar dat van [de socialistisch georiënteerde textielarbeidersbond] De Eendracht, het kan ons dus niet schelen op welke wijze een andere regeling door hen als goed of beter beschouwd wordt... Hoe wij over tevreden of mokkende arbeiders denken of hoe wij staan tegenover de 'verwisseling' van arbeiders in onze werkplaatsen, moge De Eendracht aan ons overlaten".

In 1930 openbaarde zich bij Jacob Spanjaard een ernstige ziekte, die hem noodzaakte de leiding over zijn bedrijf op te geven. De NV Stoomspinnerijen en -weverijen waren toen uitgegroeid tot een complex met 1800 werknemers, waar liefst 1500 weefgetouwen en 81000 spinspillen in bedrijf waren. De negatieve zijde van de balans echter was dat Jacob, door zijn neiging alle macht naar zich toe te trekken, geen capabele opvolger had. Dit probleem werd nog verergerd door de economische depressie die vanuit New York ook ons land bereiken zou. De jaren dertig zouden voor de Spanjaard-top dan ook in het teken staan van toenemende conflicten tussen technisch directeur Isaac Jr. enerzijds en diens neven Karel en Leo anderzijds. Noodzakelijke vernieuwingen moesten hierdoor uitgesteld worden.

Jacob Spanjaard huwde op 15 februari 1904 Olga Spanjaard, dochter van zijn oom Bernhard Jacob, eveneens textielfabrikant, en Bertha Hanf. Zij kregen vier kinderen. Jacob Spanjaard was officier in de orde van Oranje-Nassau.

Auteur: G. Reudink (uit Overijsselse Biografieën)
Geboren:   21-06-1873 Borne
Overleden:   16-08-1934 Borne
Vader:   Isaac Jacob Spanjaard
Moeder:   Anna Fortunata Eleonora Simons
Echtgeno(o)t(e):   Olga Spanjaard (dochter van Oom Bernard Jacob)
Publicaties:   E.J. Fischer, Fabriqueurs en fabrikanten. De Twentse katoennijverheid en de onderneming S.J. Spanjaard te Bome tussen circa 1800 en 1930, Utrecht 1988;
Jacques van Gerwen. Jacob Spanjaard  In: Nederlandse Ondernemers 1850-1950, deel 3. 2011
Laatst bijgewerkt op:   17-04-2014