Klaas Schilder (1890-1952)


Klaas Schilder werd op 19 december 1890 geboren als tweede zoon van Johannes Schilder en Grietje Leydekker. Op 23 maart 1952 overleed Klaas Schilder te Kampen. Klaas Schilder groeide op in Kampen onder eenvoudige omstandigheden. Zijn moeder was weduwe. Hij studeerde theologie aan de toenmalige Theologische School in dezelfde stad. In de zomer van 1914, vlak voor het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog, werd hij gereformeerd predikant te Ambt Vollenhove. Hij diende vervolgens een aantal gemeenten in het westen van het land, onder andere van 1928 - 1933 de kerk van Rotterdam-Delfshaven.

Als jong predikant publiceerde hij al veel, vooral in kerkelijke bladen. In 1924 werd hij opgenomen in de redactie van het weekblad De Reformatie. Vanaf 1935 tot aan zijn dood in 1952 voerde hij de redactie van dit blad alleen. Ook veel afzonderlijke publikaties van zijn hand zagen in deze tijd het licht. Wij noemen de grote bundels verzamelde opstellen Bij Dichters en Schriftgeleerden uit 1927 en Tusschen 'Ja' en 'Neen' uit 1929. Vooral uit de eerste bundel blijkt niet alleen Schilders belangstelling voor eigentijdse wijsgerige en theologische vragen, maar ook zijn brede kennis van Nederlandse en buitenlandse literatuur. Hij kritiseerde hierin ook het esthetisch niveau van de traditionele psalmberijming van 1773 en leverde zo een belangrijke bijdrage tot de wording van een nieuwe berijming.

Reeds in 1923 had hij in Kerktaal en Leven geprotesteerd tegen het gebruik van de geijkte 'tale Kanäans' in de prediking. Gods Woord moest in de taal van de eigen tijd tot de mensen worden gebracht. In 1930 verschenen in één jaar de drie grote delen Christus in zijn lijden. Een hervormd theoloog schreef over dit werk: 'Het is intellectueel scherp ontledend en tegelijk vol bewogen mystiek. Nuchter en verrukt in éénen (...) Een juichend drama'. Een ander hervormd theoloog karakteriseerde het werk later als "een exempel van gereformeerde vroomheid". Naast zijn vele werk als predikant benutte Schilder de mogelijkheid van verdere studie. Daarvoor verbleef hij enkele studieperioden in Erlangen, Duitsland. Zijn theologiestudie in Kampen had hij in 1914 cum laude afgesloten. In Erlangen studeerde hij wijsbegeerte. Deze studie werd in 1933 summa cum laude bekroond met het doctoraat. In zijn proefschrift gaf hij vooral een beoordeling van de uitgangspunten van het denken van de Zwitserse theoloog Karl Barth (1886-1968). Diens theologie had hij al verschillende keren beoordeeld en van gereformeerd standpunt uit fundamenteel afgewezen.

In 1934 trad hij aan als hoogleraar in zijn vaderstad Kampen, aan de school waar hij zelf gestudeerd had, nu Theologische Hogeschool genoemd. Hem werd het onderwijs opgedragen in de (geschiedenis van de) wijsbegeerte, de encyclopedie van de theologie, de ethiek en de wetenschappelijke behandeling van de kerkelijke geloofsleer, de zogenaamde dogmatiek.

Ondertussen was in Duitsland Adolf HitIer aan de macht gekomen. Het nationaal-socialisme werd in Nederland gepropageerd door de NSB. Zonder ophouden en zonder compromis bestreed Schilder deze beweging als heidens en anti-christelijk. Aan zijn invloed vooral was het te danken dat de generale synode van de Gereformeerde Kerken in 1936 de NSB kerkelijk veroordeelde. Schilder lichtte het synodebesluit toe in de brochure Geen duimbreed. In deze jaren van zijn professoraat worden zijn publikaties verder gekenmerkt door een sterke inzet voor de eenheid van de kerk, het- geen een afwijzing van de zogenaamde pluriformiteit met zich meebracht, en door een nieuwe, op Schrift en gereformeerde belijdenis georiënteerde opzet van de dogmatiek. In 1935 verscheen zijn studie Wat is de hemel. Zijn colleges wer den na grondige voorbereiding van aantekeningen voorzien en als 'dictaten' in een voorlopige vorm gepubliceerd.

Toen Duitsland in mei 1940 Nederland de oorlog aandeed en het land bezette, zette Schilder in De Reformatie zijn publieke oppositie tegen het nationaal-socialisme nog scherper voort. Zijn artikelen droegen pakkende opschriften en schudden het Nederlandse volk, ook buitende kerken die hij diende, wakker. Zo verscheen op 11 juni 1940 zijn bijdrage 'Den schuilkelder uit; de uniform aan', die de kracht had van een manifest. Al deze artikelen zijn na de oorlog gebundeld en gepubliceerd onder de titel Bezet bezit. In augustus verboden de Duitsers De Reformatie en werd Schilder gevangen genomen. Weliswaar werd hij in december 1940 weer vrijgelaten, maar een algeheel schrijfverbod maakte hem het publiceren onmogelijk. Later moest Schilder zich lange tijd als onderduiker schuilhouden (van 13 juli 1942 tot 12 juli 1944).

In die oorlogsjaren leidt de oppositie tegen hem, die reeds in de jaren dertig binnen de Gereformeerde Kerken ontstaan was, er uiteindelijk toedat de generale synode hem op 3 au- gustus 1944 afzet als hoogleraar en predikant. Hij weigert zich namelijk te onderwerpen aan leeruitspraken door de synode in 1944 gedaan in de lijn van de theologie van Abraham Kuyper (1837-1920), met name over het Verbond der genade en de plaats van de kinderen van de gelovigen in het Verbond. Schilder was van oordeel dat door de leeruitspraken binnen de Gereformeerde Kerken de persoonlijke opvattingen van Kuyper cum suis zwaarder wogen dan de binding aan de Heilige Schrift en de gereformeerde belijdenis. Hij wilde alle ruimte voor wat de belijdenisgeschriften Ieren over het Verbond en de plaats van de kinderen daarin. Kuyper dacht sterk vanuit de eeuwigheid (idealistisch) en meende daarom dat God zijn Verbond ten diepste alleen had opgericht met de tot eeuwige zaligheid uitverkorenen en hun uitverkoren kinderen. Schilder daarentegen wilde vasthouden aan de lijn van de belijdenis, die in de vorige eeuw vooral binnen de kerken van de Afscheiding van 1834 weer naar voren was gekomen: God heeft zijn Verbond opgericht met de gelovigen en met al hun kinderen.

Voor zijn weigering zich te onderwerpen aan de leeruitspraken van de generale synode beriep Schilder zich op de geldende kerkorde. De uitspraken waar Schilder protest te gen aantekende, omdat ze naar zijn oordeel een te enge (een 'sektarische') binding betekenden, werden in de synodaal Gereformeerde Kerken reeds in 1946 vervangen, in 1959 ter- zijde gesteld en in 1988 werd op de synode van Almere erkend dat de leeruitspraken niet bindend opgelegd hadden mogen worden.

Op 11 augustus 1944 las prof. Schilder op een vergadering in Den Haag de door hem opgestelde Acte van Vrijmaking of Wederkeer voor. Nog in de laatste oorlogsmaanden maakten vele gemeenten en individuele kerkleden zich vrij van de synodale leerbeslissingen. Men wilde Gereformeerde Kerken blijven met als belijdenis de Drie formulieren van Eenheid: de Nederlandse Geloofsbelijdenis, de Heidelbergse Catechismus en de Dordtse Leerregels, terwijl men voor de kerkregering wilde vasthouden aan de schriftuurlijk-refor- matorische inrichting van het kerkelijk leven, zoals vastgelegd in de Kerkorde. De vrijgemaakte Gereformeerde Kerken onderhielden na Vrijmaking en bevrijding een eigen Theologische HogeschooI te Kampen (thans gevestigd in het gebouw Broederweg 15), waar Schilder in zijn oude leeropdracht werd gehandhaafd. Hier zette hij ook zijn publicitaire werk voort. In deze tijd verschijnt een grote commentaar in vier delen op de Heidelbergse Catechismus. Hij kwam met de behandeling tot en met de tiende Zondagsafdeling over de voorzienigheid Gods. Hier valt op zijn aansluiting bij de theologie van Ursinus, één van de ontwerpers van deze catechismus, en bij de gereformeerde theologie van de zestiende en zeventiende eeuw.

Schilder had een open oog voor de roeping van de christen in heel het leven, inclusief het culturele leven. Hij sloot zich daarin aan bij de reeds genoemde Abraham Kuyper, hoewel hij diepgaande kritiek uitoefende op diens opvatting van de algemene genade (gemene gratie). Voor Schilders visie op de cultuur is met name het tot boek uitgewerkte opstel Christus en cultuur uit 1948 van belang.

Hij overleed na een korte ziekte op 23 maart 1952. Zijn begrafenis werd door duizenden bijgewoond. Studenten droegen hem in IJsselmuiden grafwaarts. Naar zijn wens, eens tegenover een vriend geuit, werden aan zijn graf geen toespraken gehouden. Eveneens naar zijn wens werd alleen het 17e hoofdstuk van het Evangelie naar Johannes door de wijkpredikant gelezen. Zijn grafsteen heeft als tekst een gedeelte uit het 21e vers van dit hoofdstuk: 'opdat zij allen één zijn'. Het is een blijvend getuigenis van de brandende begeerte naar de eenheid van alle Christenen, die zijn leven beheerste, ook al is hij door de synode van de kerken die hij innig liefhad geschorst en afgezet, omdat hij als scheurmaker in de kerk zou hebben gehandeld.

In Kampen is een hof naar hem genoemd. Op het Koeplein is voor hem een gedachtenissteen gelegd met als inschrift de eerste regel van het corpslied der studenten, dat door hem na de vrijmaking in het Latijn was gedicht. De regel luidt: Fides quadrat intellectum, dat is: het geloof boetseert (of' ordent') het denken. Postuum is prof. Schilder het Verzetsherdenkingskruis verleend. Klaas Schilder huwde op 18 juni 1914 met Anna Johanna Walter, geboren 3 maart 1881 te Haarlemmerliede. Uit hun huwelijk werden twee zoons en twee dochters geboren.

J. Kamphuis

Uit: Overijsselse biografieën


Zie ook Biografisch Portaal. Kijk ook hier.
Geboren:   19-12-1890 Kampen
Overleden:   23-03-1952 Kampen
Vader:   Johannes Schilder
Moeder:   Grietje Leydekker
Echtgeno(o)t(e):   Anna Johanna Walter (geb. 3/3/1881)
Publicaties:   Over K. Schilder is veel geschreven. Zijn kwartierstaat is onder meer gepubliceerd door J. Ridderbos Niczn als bijlage bij een opstel 'Van Molenstraat naar Oudestraat' in Jaarboek voor de geschiedenis van de Gereformeerde Kerken in Nederland, 3 Kampen 1989. Van de breed opgezette biografie K. Schilder. Zijn leven en werk van de hand van dr. J.J.C. Dee verscheen een eerste deel (1890-1934). Een populaire levensschets gaf K.C. van Spronsen (onder de schrijversnaam Rudolf van Reest) in twee deeltjes Opdat zij allen één zijn. Daarvan verscheen een Engelse vertaling in één band met waardevolle annotaties Schilder's Strnggle for the Unity of the Church, Neerlandia, Alberta, Canada 1990. Ter gelegenheid van zijn honderdste geboortedag werd zowel aan de Vrije Universiteit te Amsterdam als aan de Theologische Universiteit te Kampen een symposium georganiseerd. De gehouden lezingen werden gebundeld in: J. de Bruijn en G. Harinck (red.), Geen duimbreed! Facetten van leven en werk van Prof. Dr. K. Schilder, (opgenomen in de reeks Passage), Baarn 1990, en in: J. Douma, C. Trimp en K. Veling (red.), K. Schilder. Aspecten van zijn werk, Barneveld 1990.
Laatst bijgewerkt op:   16-04-2014