Wiebe van der Sluis

SDAP burgemeester

Wiebe van der Sluis (1881-1963)


In april 1926 werd uit 127 kandidaten voor het burgemeestersambt in Goor Wiebe van der Sluis gekozen. Een benoeming die ophef veroorzaakte want Van der Sluis was van SDAP-huize én hij had een jaar eerder ‘naam gemaakt’ door de burgemeester van Giethoorn ernstig te beledigen door hem saboteur te noemen. Hij werd hiervoor veroordeeld tot een boete van 20 gulden. Op dat moment was hij gemeenteraadslid in Almelo en had hij binnen de partij bekendheid verworven als propagandist voor de SDAP in Overijssel. Zijn benoeming tot burgemeester had hij vooral te danken aan minister Kan (de vader van) van Binnenlandse Zaken. Koningin Wilhelmina wilde aanvankelijk het benoemingsbesluit niet tekenen. Van der Sluis was de tweede burgemeester van SDAP-huize in Nederland. Alleen Zaandam was Goor voorgegaan.

Wiebe van der Sluis werd op 30 december 1881 geboren te Hemrik in Friesland. Zijn vader was boer, maar moest door de landbouwcrisis van de jaren tachtig van de negentiende eeuw aan de slag als landarbeider. Na de lagere school ging Wiebe in Maastricht voor onderwijzer studeren, maar keerde in 1901 terug naar Friesland om in Lippenhuizen voor de klas te gaan staan. In 1906 vertrok hij naar Amsterdam om er onderwijzer te worden aan een school voor buitengewoon onderwijs. In 1908 huwde hij met Bontje Hoogeveen. In 1909 werd hij lid van SDAP, terwijl hij zich voor die tijd al had ingezet voor de geestelijk gehandicapte kinderen en de drankbestrijding. Hij was zes jaar redacteur van het drankbestrijdingsorgaan 'De blauwe vaan' en lid van het hoofdbestuur der Nederlandsche Vereeniging. In 1919 werd hij aangesteld als propagandist voor Overijssel en ging hij in Almelo wonen, waar hij een paar jaar later gemeenteraadslid werd. Tegelijkertijd trad hij toe tot de Provinciale Staten van Overijssel. Alsof dat nog niet genoeg was liet hij zich ook nog eens verkiezen tot lid van de Tweede Kamer. Beide functies is hij tot na de Tweede Wereldoorlog blijven vervullen. Ook op journalistiek gebied zat hij niet stil: in het Zwolse 'Palvu' en in 'Het Volk' verschenen regelmatig artikelen van zijn hand.

Toen hij op 11 mei 1926 in Goor geïnstalleerd werd, was er al meteen bedekte kritiek op zijn nevenfuncties. Wethouder Lobstein sprak in zijn rede o.a. de woorden: 'Ik ben van mening, dat de functie van burgemeester van deze gemeente de gehele persoon eist. Een burgemeester moet zoo weinig mogelijk de gemeente verlaten'. De eerste raadsvergadering bracht de gemoederen al in beweging. De burgemeester trok de teugels aan – laatkomen werd als ongewenst verklaard – en ten gemeentehuize werden allerlei hervormingen doorgevoerd. Ook was er meteen al een ‘kwestie’. De S.D.A.P., met een absolute meerderheid in de raad, besloot twee nieuwe straten te vernoemen naar de geestverwanten Herman Heijermans en Van Kol. Dit zeer tegen de zin van de niet-socialisten.

Dat Goor een socialistische meerderheid in de raad en een dito burgemeester had zou blijken bij de viering van koninginnedag. Een voorstel om niet te vlaggen wordt door de raad aangenomen. Normaliter zou de burgemeester in die tijd zo’n besluit naast zich neerleggen maar Van der Sluis deed dit niet. Integendeel, en hij noemde hiervoor een aantal argumenten:

- Het koningshuis werd steeds misbruikt in de propaganda tegen het socialisme
- De koningin had acties van socialisten bestempeld als ‘misdadige woelingen’
- Andere partijen gebruikten het staatshoofd in hun propaganda tegen het socialisme
 

In een toespraak verklaarde Van der Sluis: ‘: 'Het is denkbaar dat eenmaal de tijd komt, dat het koninklijk staatshoofd in Nederland gezien zal worden als staatshoofd en als staatshoofd alleen. Zodra dàt het geval is, zal mijn advies luiden: 'Steekt de vlag uit'. De oppositie in de raad protesteerde hevig en het incident haalde de landelijke pers.

In november van datzelfde jaar haalde de burgemeester weer de pers vanwege een redevoering die hij in Borne had gehouden. Hij zou onder meer gezegd hebben dat 'De ontwapening, die komt zoo vast als twee maal twee vier is. Er wordt gezegd: 'ontwapening is alleen maar internationaal mogelijk', maar wij kunnen in Nederland gerust beginnen. Ons leger en onze vloot zijn toch niets?' Ook zou hij beweerd hebben dat de SDAP betrokken zou zijn geweest bij relletjes in Assen, waarbij doden waren gevallen. De NRC, De Standaard, De Telegraaf en andere kranten maakten er een grote zaak van. Bij minister Kan werd aangedrongen om geen SDAP burgemeester meer te benoemen omdat zij zich blijkbaar ‘met één been blijven plaatsen op het revolutionaire platform’. Ook de Tweede Kamer ging zich ermee bemoeien. Van der Sluis zelf, die verklaarde dat zijn woorden door de kranten zijn aangedikt, stond op het standpunt dat ook een burgemeester moet kunnen zeggen wat hij wil, los van zijn functie.

Uiteindelijk zou het aantal incidenten afnemen en zou hij de tot nu toe langstzittende burgemeester van Goor worden. Vooral zijn deskundigheid en - op den duur – het boven de partijen staan werd in hem gewaardeerd. Tijdens de ruim twintig jaar als Tweede Kamerlid was hij de landbouw-woordvoerder voor de SDAP en later PvdA. Hij bleef tijdens de Tweede Wereldoorlog aan als burgemeester van Goor en werd hiervoor na de oorlog door partijgenoten bekritiseerd. De voormalige illegaliteit deelde de kritiek niet, omdat hij het verzet steeds had ondersteund.

Van der Sluis bleef tot 1947 zijn diverse functies aanhouden en ging daarna weer in Almelo wonen, waar hij in 1963 overleed.

Tekst: Redactie van deze website

Zie ook Biografisch Portaal
Geboren:   30-12-1881 Hemrik (Fr.)
Overleden:   16-09-1963 Almelo
Vader:   Jacob Jans van der Sluis, landbouwer
Moeder:   Rinske Jans de Boer
Echtgeno(o)t(e):   Bontje Hoogeveen
Publicaties:   G.J. Geerts Het turbulente begin van burgemeester Wiebe van der Sluis' ambtsperiode In: Sprokkelen in Goors verleden. 1987.
Laatst bijgewerkt op:   17-04-2014