Jacob van Deventer

kartograaf, geograaf

Jacob van Deventer (1505-1575)


Jacob van Deventer is geboren in Kampen rond het jaar 1505. We weten het niet precies. Hij is vermoedelijk een kind van een ongetrouwde moeder en een geestelijke. Een rijke oom zorgt ervoor dat het gezin naar Deventer kan verhuizen. Daar volgt hij de Latijnse school om vervolgens in Leuven, vanaf 1520, te gaan studeren. Eerst medicijnen om inkomsten te genereren en daarna de wiskunde met de nadruk op de landmeetkunde. Al spoedig krijgt hij opdrachten kaarten te vervaardigen. Hij vestigt zich in Mechelen, centrum voor de rechtspraak voor de Nederlanden. Daar maakt hij ook zijn eerste kaarten voor diverse rechtszaken.

In zijn leven zijn er drie perioden te onderscheiden. Allereerst werkt hij in opdracht van Keizer Karel V van Spanje die ook de heer van de Nederlanden wordt. Karel V wil weten hoe zijn nieuwe landen er uit zien. In de periode tussen 1535 en 1547 maakt hij voor Karel V in opdracht van Maria van Hongarije van de Nederlanden vijf gewestkaarten. Op de kaarten van Friesland en Gelderland komt Overijssel voor. Doordat Jacob kennis had van de zogenaamde driehoeksmeting was hij als eerste in staat voor die tijd zeer nauwkeurige kaarten te maken. Hij is de eerste cartograaf die gebruikt maakt van deze driehoeksmeting. Hierbij zijn, als van een driehoek twee hoeken en een zijde bekend zijn, de andere gegevens simpel te berekenen. Zijn kaarten zijn de oudste kaarten waarop we Nederland duidelijk kunnen zien. Vanaf hoge plekken, torens, kerken, maar ook heuvels neemt hij de omgeving op. Voor Gelderland gaf dat problemen, in Gelderland is de hertog van Gelre nog de baas. Op de kaart van Gelderland staat dan ook een excuus van Jacob dat hij niet in staat was dit gewest nauwkeurig in kaart te brengen. Helaas zijn bijna alle kaarten door oorlogsomstandigheden in de Tweede Wereldoorlog verloren gegaan. Gelukkig waren er vlak daarvoor van de kaarten goede foto’s gemaakt.

In de tweede periode maakt hij kaarten in opdracht van diverse instanties, in 1539 krijgt hij de opdracht een kaart van Delfland te maken, in 1548 ontvangt hij hiervoor 100 Carolusguldens. Helaas zijn deze kaarten allen verloren gegaan. Wel is de nota met zijn handtekening bewaard gebleven.

Tijdens de derde periode ongeveer van 1558 tot zijn dood in 1575 maakt hij in opdracht van Koning Philips II van Spanje kaarten van alle versterkte steden in de Nederlanden, dat zijn er ongeveer 250. Het gebied dat hij in kaart brengt beslaat naast Nederland en België ook steden in Luxemburg en Duitsland. De steden worden getekend zoals ze er op het eind van de middeleeuwen uitzien. Dit soort kaarten zijn er verder niet op de wereld.

Jacob, wiskundige, maakt de kaarten op een unieke wijze. Alle kaarten hebben ongeveer dezelfde schaal, het Noorden staat naar boven en de gebruikte kleuren stellen op elke kaart hetzelfde voor. In de lente en zomer periode neemt hij de steden persoonlijk op. Een kleine stad kost hem zo’n 10 dagen werken. In de winterperiode werkt hij thuis in Mechelen de opgenomen informatie uit in een werktekening, later zal hij er een definitieve tekening van maken en in een boek opnemen. In drie boeken worden er ca. 250 steden opgenomen.

Met de komst van Alva naar Brussel vlucht Jacob naar Keulen, hij wordt slecht betaald en wil zijn werk veilig stellen. In mei 1575 overlijdt hij in Keulen, terwijl zijn werk nog niet af is. Via Brussel krijgen de Spanjaarden de boeken in handen en brengen ze naar Spanje. Voor de oorlog (Tachtigjarige Oorlog) worden ze echter niet gebruikt. De werktekeningen en de drie boeken verdwijnen uit het zicht. In het midden van de negentiende eeuw komen op een veiling een groot aantal werktekeningen tevoorschijn. Ze komen via een omweg in het bezit van provinciale archieven. Een Belg vindt twee van de drie kaartenboeken terug in Madrid. Zowel in België als in Nederland worden de kaarten nagetekend en in boekvorm uitgegeven. In het begin van de 19e eeuw zijn de kaarten van ons land uitgegeven, België was ons al voor. Recent zijn de Nederlandse kaarten opnieuw uitgegeven.

Op zijn kaarten heeft Jacob naast de kerken, gemeentehuis, andere belangrijke gebouwen, ook poorten en stadsgrachten opgenomen. Voor beveiliging van de stad was water in de grachten nodig. En daarmee is een stad kwetsbaar. Ook was er water voor de waterhuishouding van de stad zelf nodig.

Jacob van Deventer heeft met zijn werk een schat aan informatie over de opgenomen steden nagelaten. In sommige steden, bijvoorbeeld Oldenzaal, kun je nu nog in de binnenstad je weg met behulp van de kaart vinden.

Auteur: Willy Ahlers

Zie ook Biografisch Portaal
Geboren:   circa 1505 Kampen
Overleden:   circa 1575 Keulen
Publicaties:   Literatuur: - Willy Ahlers. Jacob van Deventer, nieuwe ideeën en nieuwe vragen In: Caert-thresoor : tijdschrift voor de historische kartografie in Nederland (2004), p. 59-64 - Willy Ahlers. De werkwijze van Jacob van Deventer In: Ons Oldenzaal (2006), no 4, p. 14-15 - Willy Ahlers. Jacob van Deventer, keizerlijk & koninklijk geograaf In: Jaarboek Twente (2005), p. 69-72 - P.C.J. van der Krogt (eindred.). De stadsplattegronden van Jacob van Deventer; Overijssel, Drenthe en Groningen. 1992 - B. van ’t Hoff. Jacob van Deventer, keizerlijk-koninklijk geograaf. 1953. 89 p.
Laatst bijgewerkt op:   27-02-2014