C.T. Stork

fabrikant

C. T. Stork (1822-1895)


Wat zou er van Hengelo geworden zijn als Charles Stork er zijn onderneming niet gevestigd had? In de Hengelose geschiedenis is er geen die zoveel heeft betekend voor de stad dan hij. Tot aan het midden van de 19e eeuw was Hengelo niet veel meer dan een boerendorp met wat huisnijverheid onder toezicht van de heren van Huys Hengelo. Dat zou ingrijpend veranderen door met name Charles Stork die zich met zijn bedrijf aan de spoorlijn en Berflobeek vestigde. Zowel fysiek als sociaal-cultureel zou de Storkdynastie haar stempel drukken op de Hengelose samenleving. Een afdruk die ook nu nog merkbaar is.

Veelzeggend is dat Charles T. Stork in zijn leven meerdere bijnamen verwierf. Misschien is juist aan dat opmerkelijke feit wel af te lezen van welk kaliber deze man was. ‘Grootvader‘, ‘IJzeren Stork’, ‘De Smid van de Twentse textiel’ en ‘Grootvorst van Hengelo’s industriëlen’ zijn titels waarmee hij door het leven ging. Die eervolle vermeldingen had hij dan ook verdiend. Hij werd geboren in Oldenzaal (waar hij zijn hele leven bleef wonen) op 9 februari 1822 als tweede zoon van Derk Willem Stork en Anna Craan. Vader Derk Willem stamde uit een Westfaals geslacht dat begin 18e eeuw in Twente was neergestreken. Aanvankelijk was D.W. Stork belastingambtenaar annex directeur van het Oldenzaalse postkantoor, maar op latere leeftijd exploiteerde hij samen met anderen een weverij. Zoon Charles werd door vader Derk allereerst naar het gymnasium gestuurd. Die schoolcarrière duurde echter niet lang omdat Charles niet echt geschikt was om te studeren. Zijn aanleg om fabrikant of koopman te worden werd wél al op jonge leeftijd ontdekt. Na een bezoek met zijn vader aan de moderne katoenspinnerij ‘De Groote Stoom’ in Enschede was het duidelijk: Charles Stork zou fabrikant worden. Na het vervolgens verlaten van het gymnasium was hij nog maar veertien jaar oud. Maar wel oud genoeg om een eigen bedrijf te starten, een kleine weverij in calicots (witte katoen). En zo werd Charles T. Stork de jongste ondernemer die ons land ooit kende. Een unieke prestatie en nog altijd een record. Met deze kleine onderneming wist Stork genoeg geld te verdienen waardoor hij in 1854 met zijn broer en zwager een bontweverij kon openen in Hengelo.

Naast het feit dat Charles Stork een geboren ondernemer was, was hij ook een man met visie. Na zijn huwelijk met Alida Reincke de Sitter trok hij Europa in om te bestuderen hoe ze in het buitenland de zaken aanpakten. Nieuwe technieken, betere machines, transport en logistiek, het bleek anders en beter te kunnen zo ontdekte hij. Het was dan ook geen toeval dat Stork de grote drijvende kracht was achter de aanleg van goede spoorlijnverbindingen in Twente. Daarbij was het uiteraard van belang dat hij bevriend was met staatsman Rudolp Thorbecke, iemand met veel contacten in binnen- en buitenland. De spoorlijn Almelo-Salzbergen kwam er dan ook in 1865. Het zou Hengelo definitief doen ontsluiten, maar bood nog een voordeel dat van grote waarde zou blijken: Stork vestigde in 1868 zijn machinefabriek aan de zojuist aangelegde spoorlijn in Hengelo.

Die machinefabriek was overigens klein begonnen in Borne. Visionair Stork begreep dat de opkomende industrie in Twente behoefte zou creëren aan machines. Samen met zijn broer Coenraad Craan en smid Meyling uit Borne werd in 1859 machinefabriek Stork & Meyling opgericht. In het begin was het bedrijf niet veel meer dan een smederij, ijzergieterij en reparatiewerkplaats. Maar wat Stork al had voorzien gebeurde daadwerkelijk: na de verplaatsing van de fabriek in 1868 zou Gebr. Stork & Co. (zoals het bedrijf later zou gaan heten) uitgroeien tot een bloeiende onderneming met internationale faam.

Alsof Charles Stork het nog niet druk genoeg had met zijn bezigheden, vond hij ook nog tijd voor een politieke carrière. Want hoewel hij een verzoek van Thorbecke weigerde om burgemeester van Oldenzaal te worden (als bijbaan), is hij toch een tijd lang raadslid geweest. Daarnaast was hij op latere leeftijd lid van de Eerste Kamer. Deze politieke activiteiten, uiteraard in combinatie met zijn succesvolle ondernemersschap, zorgden er voor dat hij Koninklijk onderscheiden werd tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw.

Maar het meest zal C.T. Stork toch herinnerd worden als een vooruitstrevend, sociaal betrokken ondernemer. Geïnspireerd, naar eigen zeggen, door een Franse sociale roman maar ook zeker door ‘modelfabrikanten’ als Alfred Krupp uit Duitsland en de Delftse gist- en spiritusfabrikant Jacques van Marken, legde hij de basis voor een bedrijfsvoering die zeker voor die tijd uitzonderlijk was. Een ondernemingsraad, pensioenfonds, redelijke lonen en scholing van personeel, het was bij machinefabriek Stork standaard. Daarnaast trok de metaalindustrie hoog opgeleid personeel aan, zeker in vergelijking met de textielindustrie. Het gevolg was een combinatie van een relatief ontwikkelde beroepsbevolking en een werkgever die zich in alle geledingen van de maatschappij deed gelden. Op het gebied van cultuur, sociale omstandigheden en woningbouw (Tuindorp ’t Lansink) had dit zijn positieve weerslag op Hengelo. Hengelo werd ‘doordrenkt met’ Stork. Nog altijd is en ‘voelt’ Hengelo zich daarom net even iets anders dan buursteden als Enschede en Almelo. Geen textiel maar metaal. Geen uitbuitende textielbaronnen maar een maatschappelijk vooruitstrevende werkgever. Het heeft Hengelo gevormd tot de stad die het nu is. Met dank aan C.T. Stork.

Auteur: Niels Bakker

Zie ook Biografisch Portaal
Geboren:   09-02-1822 Oldenzaal
Overleden:   19-07-1895 Oldenzaal
Vader:   Derk Willem Stork
Moeder:   Anna Craan
Echtgeno(o)t(e):   Alida Philippa Johanna Reincke de Sitter
Publicaties:   Tachtig Jaar Stork/ [Samengesteld door H. Beets]. Machinefabriek Gebr. Stork & Co., Hengelo, 1948 De aartsvaders: grondleggers van het Nederlandse bedrijfsleven/ door Wim Wennekes. Amsterdam [etc.] : Atlas, 1997 Het boek van Hengelo 1802-2002: Kroniek van een industriestad/ door Wim Wennekes en Trix Broekmans. Hengelo : Uitgeverij Boekhandel Broekhuis, 2002
Laatst bijgewerkt op:   22-04-2014