Jan van Alphen

politicus

Jan van Alphen (1829-1911)


Jan van Alphen werd op 1 december 1829 in Hengelo geboren als zoon van Gerardus Coenraad van Alphen en Henriëtte Jacob Dijk. Zijn moeder was de dochter van Jan Dijk, de eerste burgemeester en tevens gemeentesecretaris van Hengelo. Zijn vader stond bij de geboorte van Jan ingeschreven met het beroep ‘zaakwaarnemer’. Hij had waarschijnlijk bemoeienissen met de bontweverij, een familiebedrijf van de Van Dijk’s. Later werd als beroep winkelier en fabrikant vermeld. Jan van Alphen, die enig kind bleef, na het vroegtijdig overlijden van drie broertjes en zusjes, moet gezien de maatschappelijke status van zijn ouders een goede opleiding buiten Hengelo genoten hebben.

Wanneer Jan 24 jaar is verlaat hij Hengelo en vertrekt naar Sassenheim in Zuid-Holland, waar hij opzichter en boekhouder wordt bij een bollenkwekerij. In deze plaats treedt hij in 1858 in het huwelijk met Pauline Marie Sophie Narbèl. In 1865 vestigt het paar, dat kinderloos zal blijven, zich definitief in Hengelo en gaat wonen op villa Het Wilbert, een mooie nieuwe villa omgeven door een prachtig landgoed. Van zijn inkomsten uit zijn betrekkingen van administratieve aard zou hij dit nooit hebben kunnen betalen, door de erfenis van zijn grootvader kon hij dat wel. Grootvader Jan Dijk was eigenaar van het gewaarde erve Het Wilbert en kreeg daardoor bij de verdeling van de markegronden veel grond toebedeeld.
Vrijwel meteen bij zijn terugkomst naar Hengelo werd Jan van Alphen lid van de gemeenteraad en startte daarmee zijn politieke loopbaan. Al in 1869 werd hij wethouder, welke functie hij tot 1881 zou blijven vervullen. De gemeenteraad verliet hij pas in 1893. Intussen was van Alphen in 1884 namens de Anti-Revolutionaire Partij (ARP) lid geworden van de Tweede Kamer. Toen hij in 1908 op 79-jarige leeftijd afscheid nam van de Tweede Kamer, was hij al geruime tijd oudste ‘deken’ van het parlement, waaraan een aantal taken en functies verbonden waren, zoals het leiden van de eerste vergadering van een nieuwe zittingsperiode. Het feit dat van Alphen tussen 1889 en 1911 ook nog lid was van de Provinciale Staten van Overijssel maakten hem tot een belangrijk politicus in zijn tijd.

Jan van Alphen behoorde tot de vooruitstrevende vleugel binnen de ARP. Zo was hij voorstander van de uitbreiding van het kiesrecht. Binnen de ARP vervulde hij diverse functies. Hij was onder meer voorzitter van de ARP-kamerclub en vele jaren lid van het Centraal Comité van de ARP. Toen hij in 1892 overging van de Hervormde naar de Gereformeerde kerk aanvaardde hij bestuursfuncties in het Gereformeerd onderwijs. Ook zat hij in het bestuur van een opvanghuis voor ongehuwde aanstaande moeders. In Twente werd hij bekend door zijn lidmaatschap van de Staatscommissies inzake de arbeidsenquête (over arbeids- en huisvestingsomstandigheden) en de werkliedenverzekeringen, onderwerpen waarbij de toestand in Twente nogal eens aan bod kwam. Hij werd door anderen beschreven als een politicus, die hield van het politieke werk achter de schermen, bijvoorbeeld als commissielid en niet opviel door redevoeringen. Hij was bescheiden in zijn optreden, beminnelijk en eenvoudig. In een krantenbericht werd hij als volgt omschreven: ‘onvervalste type van een degelijke, ouderwetse, eenvoudige Hollander; een lange schrale gestalte, gehuld in een zwartlakens pak van een snit, die aan de mode van een vervlogen periode doet denken.

Na zijn afscheid van de politiek heeft hij nog drie jaar van zijn huis en landgoed kunnen genieten. Zijn functies en zijn pachtheerschap van een aantal boerderijen maakten hem tot een welgesteld man. Veel geld stak hij in de verfraaiing van zijn landgoed Het Wilbert. De aangelegde wandelpaden waren opengesteld voor het publiek, waarvan veel Hengeloërs gebruik maakten.

Tekst: Redactie van deze website

Zie ook Biografisch Portaal
Geboren:   01-12-1829 Hengelo
Overleden:   15-07-1911 Hengelo
Vader:   Gerhardus Coenraad van Alphen
Moeder:   Henriëtte Jacoba Dijk
Echtgeno(o)t(e):   Pauline Marie Sophie Narbèl
Publicaties:   Bronnen:

Het Wilbert van Jan van Alphen/ door J.J.B. Schwertasek In: Oald Hengel, jrg. 13, no. 1 en 2 (1988)

Jan van Alphen (1829-1911), 'goedgezind en helderziend' In: Rinus Scholten. Het zout in de pap: levensschetsen van markante Hengeloërs, deel 1. 1998.
Laatst bijgewerkt op:   27-02-2014