Bartus Korteling (1853-1930)


De in 1853 te Deventer geboren Bartus Korteling, kan gezien worden als één van meest getalenteerde schilders in Overijssel. Daarnaast was hij een inspirerend tekenleraar en begeleider van talentvolle leerlingen. Hierdoor is zijn oeuvre van beperkte omvang.

Het gezin van vader Gerhard Korteling (1809-1888) en moeder Elizabeth Hermina Peteri (1820-1908) telde naast Bartus één oudere broer en vier zussen. Zijn vader was eigenaar van een schildersbedrijf in de Smedenstraat in Deventer, waar de begrippen kunst en ambacht belangrijk waren. Als kind onderging de jonge Bartus het aloude proces van o.a. het bereiden van verfstoffen, het beschilderen van rijtuigen en het marmerverven. Kortom het opdoen van veel ambachtelijkheid! Al op jonge leeftijd maakte hij fraaie tekeningen als leerling op de bekende Deventer Teekenacademie, die onder leiding stond van Jan Striening (1827-1903). Vader Gerhard die zelf niet onverdienstelijk schilderde, zag het talent van zijn zoon en liet hem een opleiding volgen tot tekenleraar aan de Polytechnische School, voorloper van de huidige Technische Universiteit te Delft. Zijn begeleider was daar de bekende W.B.G. Molkenboer (1844-1915) Op twintigjarige leeftijd studeerde hij af en kreeg zijn eerste betrekking in Harlingen als tekenleraar aan de Rijks Hogere Burgerschool. In die tijd leerde hij Sytske Baron (1860-1882) kennen, waarmee hij trouwde. Zijn voorliefde voor Deventer bleef en kreeg gestalte toen hij benoemd werd als tekenleraar aan de Rijkskweekschool te Deventer. Helaas moest hij Sytske verliezen na de geboorte van hun zoon Gerhard (1882-1945).

Bartus Korteling was een uitstekende leraar, die aan diverse opleidingen les gaf en zijn leerlingen wist te inspireren. Een van zijn meest prominente leerlingen was Han van Meegeren (1889-1947) die zei, dat zijn liefde voor de zeventiende eeuwse meesters te danken was aan zijn vroegere leraar Bartus Korteling. Van Meegeren kwam vaak bij de familie Korteling thuis omdat hij bevriend was met Bartus zoon Willem, die even oud was. In dit kunstzinnige milieu, Bartus was inmiddels hertrouwd met de Deventerse Jenneken Reuvecamp (1861-1925), vond hij een willig oor voor zijn tekenaspiraties. In dit gezin werden twee dochters en één zoon geboren.

Aanvankelijk maakte Bartus Korteling schilderijen verwant aan de 17e eeuw, zoals het afgebeelde stilleven met koperen ketel, pan, bloemkool en uien. Hij wist deze in uitgebalanceerde composities weer te geven. Gaandeweg wordt de toets losser en krijgen zijn schilderijen meer het karakter van de Haagse School met een eigen grijs-groene kleurtoets. Dit is vooral te zien in zijn Sallandse landschappen. Met zijn vriend en collega Paul Bodifée (1866-1938) vervaardigde hij wandschilderingen in de Grote Societeit in Deventer, die helaas in 1984 overgewit werden. Korteling had grote belangstelling voor de cultuur in de stad Deventer, waar hij zitting had in diverse commissies. Zo legde hij de afgraving van de vestingwallen vast in een olieverfschilderij. Van een fragment van de in 1881 in Deventer opgevoerde operette Marijke van Scheveningen maakte hij eveneens een bijzonder schilderij. Een aantal portretten en stillevens die ondergebracht zijn in museale collecties, bij familie en bij particulieren. Verder had hij een grote voorliefde voor antiek. Hij ontdekte in een uitdragerij een middeleeuws Madonnabeeld, dat hij restaureerde. Het bevindt zich als museaal object in het Stedelijk Museum te Zwolle. Op een fietstocht door het Sallandse land ontdekte hij bij een appelboer een beschilderde houten plank. Omdat hij in de schildering een bekende schildershand dacht te herkennen, kocht hij - de in de ogen van de boer- onooglijke plank. Na het werk schoongemaakt te hebben bleek het een vrouwportret van Gerhard ter Borgh (1617-1681) te zijn. Ook dit werk kwam in een museale collectie terecht, echter niet voordat Korteling er een kopie van gemaakt had, waarbij de linkerhand van de vrouw diffuus weergaf zodat zichtbaar was dat het een kopie was en geen echte ter Borgh. Door deze activiteiten en zijn onderwijsbaan ontbrak hem de tijd lid te worden van kunstenaarsverenigingen, het organiseren van exposities of het maken van kunstreizen.

Pas na zijn dood in 1930 werden er exposities gehouden in Deventer en in de Lakenhal in Leiden, waar zijn werken hingen op de tentoonstelling Floris Verster en tijdgenoten. Een bekende recensent schreef: het is verheugend dat ook Kortelings talent een forum heeft gevonden. Het Historisch Museum te Deventer bezit een groot aantal werken van Bartus Korteling. Zijn beide dochters schonken na zijn dood tekeningen en schilderijen van zijn hand aan de Stichting Schone Kunsten rond 1900 (SSK), gevestigd in het Drents Museum te Assen. Naast al zijn activiteiten vond hij het nodig de kunstzinnige opvoeding van zijn zoon Willem Korteling (1889-1964) in eigen hand te nemen, omdat hij van mening was dat sterke beïnvloeding door kunstonderwijs zijn talent zou schaden. Of dit bijgedragen heeft tot de vorming van zoon Willem als professionele kunstenaar, die landelijke bekendheid verwierf, zal moeilijk te duiden zijn.

Auteur: drs. Roel H. Smit-Muller, kunsthistorica

Geboren:   13-08-1853 Deventer
Overleden:   07-10-1930 Deventer
Vader:   Gerhard Korteling (1809-1888)
Moeder:   Elizabeth Hermina Peteri (1820-1908)
Echtgeno(o)t(e):   Sytske Baron (1860-1882)
Tweede echtgeno(o)t(e):   Jenneken Reuvecamp (1861-1925)
Publicaties:   Roel H. Smit-Muller, De Familie Korteling, kunst en ambacht, Zutphen 2011. H.J van Baalen, Deventer en zijn schilder, Twello/Amersfoort 2002 www.kortelingdeschilders.nl voor alle werken van de Kortelingfamilie.
Laatst bijgewerkt op:   19-03-2014