Anton Huiskes (1928-2008)


Geboren op 5 maart 1928 in het Overijsselse Wierden (bij Almelo), was Anton het vijfde en laatste kind uit het gezin. Vader werkte eerst als spinner op een textielfabriek en later dreef hij dorpscafé Marktzicht in Wierden. Anton doorliep eerst de rooms-katholieke lagere school St. Jan in Wierden, toen de Canisius Mulo en vervolgens de HBS op het Erasmuslyceum, beide in Almelo. In het gezin werd niet veel aan sport gedaan. Vader zwom wel eens, zo herinnerde Anton zich, zijn broer en een van zijn zussen waren lid van een korfbalclub c.q. wandelclub en er werd, niet in clubverband, geschaatst. De lagere school was niet erg stimulerend op sportgebied, maar op de Mulo was een leraar lichamelijke opvoeding. Zoals veel van zijn vriendjes werd hij lid van de Wierdense voetbalclub. Ook was hij welp bij de padvinderij en lid van een katholiek jongenskoor.

Op de HBS kwam hij echt met de sport in aanraking. In die tijd deed hij aan atletiek, voetbal, zaalhandbal en won hij zijn eerste schaatswedstrijd. Contact met het wedstrijdschaatsen kwam eerst op 18-jarige leeftijd, in de winter van 1945-1946. Voor de conditietraining moest hij in Almelo zijn, waar een natuurijsbaan was. Er heen fietsen, onder begeleiding van zijn zus, diende als warming-up. Trainer was de heer Lunshof aan wie hij later met respect terugdacht.

Dan gaan de ontwikkelingen ineens heel snel. Al in de winter van 1946-1947 reed hij een wedstrijd over 5 km waarin hij een tweede plaats veroverde. Tijdens zijn militaire diensttijd, bij de marine, was men hem in zoverre ter wille dat hij weliswaar verlof kreeg om te trainen, maar die tijd moest wel ingehaald worden. In de voorbereiding op grote wedstrijden trainde Huiskes gemiddeld zo´n 16 uur per week, maar zijn andere activiteiten leden er niet onder. Roken heeft hij nooit gedaan, terwijl hij heel af en toe wat met vrienden dronk. En belangrijk was natuurlijk het op tijd naar bed gaan. Het winterseizoen 1947-`48 brak aan, met de Olympische Winterspelen in het Zwitserse Sankt Moritz in het vooruitzicht. Aanvankelijk was Huiskes niet geselecteerd, maar op aandringen van Lunshof mocht hij uitkomen tegen Wim van der Voort. Kennelijk imponeerde hij kernploeg trainer Nap zodanig dat hij aan het team werd toegevoegd.

In 1947 vonden de voorbereidende trainingen in Hamar in Noorwegen plaats. Daar gingen ze met de trein naartoe. Om in Zwitserland te komen stapte Huiskes, in 1948, voor het eerst van zijn leven in een vliegtuig. In het mooi gelegen Sankt Moritz werd het Nederlandse gezelschap in het chique Carlton Hotel ondergebracht. Huiskes herinnerde zich dat leden van de Amerikaanse ploeg zich in het deftige hotel niet gedroegen zoals het hoorde. Ze verschenen in trainingspak aan tafel en maakten veel lawaai. Zelf was hij blij dat zijn zusters hem tafelmanieren hadden bijgebracht.

De opening van de Olympische Spelen in 1948, was een sobere plechtigheid, met maar weinig toeschouwers. Van de buitenlandse deelnemers kende hij alleen de Noren en hun prestaties. Huiskes deed op alle vier afstanden mee en bereikte op de 5 en de 10 km de 12e en 14e plaats, waarover hijzelf (hij was pas 20 jaar) heel tevreden was. Bij terugkomst in Nederland huldigde de gemeente hem in hotel de Zwaan met een aubade van de twee muziekkorpsen en hij kreeg een fototoestel. Van de Twentse ijsclub ontving hij een boek.

In 1952 vonden de Spelen in Oslo plaats en daar boekte Huiskes aanzienlijk betere resultaten dan in Sankt Moritz. Het waren de Spelen van de Noor Hjalmar Andersen en in zijn schaduw de Nederlanders Kees Broekman en Wim van der Voort. Anton deed mee op de 5 en 10 km en werd op die afstanden zeer verdienstelijk 4e en 5e. Een bijzondere prestatie in een tijd dat Nederlanders nog geen hoofdrol vervulden in het internationale schaatsen. Na terugkeer in Nederland was er in het Friese Appelscha een feestelijke rondrit. In datzelfde seizoen reed hij een wereldrecord op de 3000 meter, dat maar liefst tien jaar stand zou houden en pas in 1963 door Knut Johannesen verbeterd zou worden. In 1956, pas 28 jaar, stopte hij met schaatsen op het hoogste niveau.

Intussen had hij zijn studie aan het Gronings Instituut voor Lichamelijke Opvoeding afgerond, waar hij was opgeleid tot leraar lichamelijke opvoeding. Vanaf 1956 was hij als leraar lichamelijke opvoeding verbonden aan scholen in Almelo en Hengelo, en was hij actief als trainer bij een athletiekvereniging, een voetbalclub en de Twentse schaatsselectie.

In 1965/1966 was hij schaatstrainer, met Ard Schenk en Kees Verkerk als zijn succesvolle pupillen. In deze jaren groeide het schaatsen naar een ongekende populariteit, wat behalve door de prestaties werd veroorzaakt doordat de televisie, sinds kort in elke huiskamer aanwezig, de Europese en Wereldkampioenschappen integraal uitzond. In 1966 in Deventer werd Ard Schenk Europees kampioen en Kees Verkerk werd tweede. Bij de Wereldkampioenschappen in hetzelfde jaar in Göteborg waren de rollen omgedraaid. Kees Verkerk werd wereldkampioen, Ard Schenk werd tweede. Na deze successen op de WK was er een ontvangst in Maarn op het gemeentehuis met een rondrit in een koets samen met Ard Schenk en Kees Verkerk. De ijsclub van Maarsbergen maakte hem erelid. In het boek ‘Ard apart: mijn groei naar de top’ roemt Ard Schenk de aanpak van Anton Huiskes, die niet alleen trainer was maar ook een echte coach. Of zoals Kees Verkerk het beschrijft in zijn boek ‘Heya Keessie’: ‘Huiskes was oefenmeester, psycholoog, vader en moeder tegelijk!’ Als coach lette hij erop dat de schaatsers tijdens hun schaatscarrière ook aan de toekomst dachten. Hij stimuleerde hen een opleiding te volgen en zorgde dat daar in hun contracten ruimte voor kwam.

Eigenlijk leidde het feit dat hij zijn tijd vooruit was tot de ‘val’ van Huiskes, zoals de breuk met het bestuur van de schaatsbond wel omschreven werd. De opmars van het Nederlandse schaatsen had zich binnen twee jaar afgespeeld. Huiskes had ambitieuze plannen om aan de successen een vervolg te geven en de sport te professionaliseren. Hij stelde onder meer voor een beroepstrainer voor het hele jaar aan te stellen en sponsors te zoeken. Het ging allemaal te snel voor het bestuur en de technische commissie van de KNSB.

In 1967 werd hij benaderd door de Zweedse schaatsbond en werd hij coach van mannen als Johnny Höglin en Örjan Sandler die tijdens zijn trainersschap de wereldtop haalden. Bij de Olympische spelen in Grenoble van 1968 won Höglin goud en Sandler brons. Aan het eind van het seizoen 1972 stapten veel topschaatsers over naar het pas in het leven geroepen profcircuit en werd Anton Huiskes nogmaals trainer-coach van ‘Ard en Keessie’, maar ook van Eddy Verheijen en Jan Bols.

Anton Huiskes heeft in zijn verdere loopbaan profijt gehad van zijn sportieve successen, al leek dat er aanvankelijk niet op: het Gronings Instituut voor Lichamelijke Opvoeding wilde hem pas eind 1952 toelaten omdat hij als topsporter ´een verkeerde instelling´ zou hebben. Hoezeer de leiding van deze instelling zich in haar pupil vergiste wordt duidelijk uit zijn verdere loopbaan. In 1960 werd Huiskes benoemd tot directeur van de Dienst Spel en Sport. Vanuit dit dienstverband werd hij de pionier van de Landelijke Dienst Spel en Recreatiesport (later BRES Beweging Recreatie en Spel). Dat hij in de jaren 60 en 70 ook kon fungeren als schaatscoach, werd mogelijk gemaakt doordat het bestuur van deze organisatie hem uitleende aan de KNSB en aan de ISSL. De uren die Anton als schaats-coach fungeerde werden netjes vergoed aan zijn organisatie. Bekend werd hij wel, maar financieel leverde het dus niets op.

Hij werd dé pleitbezorger voor de recreatieve sport, met name in het jeugd- en jongerenwerk binnen het sociaal-cultureel werk. Vooral voor speciale groepen als randgroepjongeren en andere groepen jongeren, die meestal geen lid waren van gewone sportverenigingen vond hij de recreatieve sport erg geschikt. Een uitspraak van hem: ‘Spelen is net zo belangrijk als leren. Het spel wordt ondergewaardeerd. Het is jammer dat in zoveel mensen het kind is doodgegaan. De mensen missen dan het spontane, het oorspronkelijke en het creatieve dat het leven zoveel rijker maakt’.

Niet alleen beroepsmatig hield hij zich bezig op zijn vakgebied. Op de Utrechtse ijsbaan introduceerde hij, bijgestaan door vrijwilligers, wekelijks lessen aan geestelijk gehandicapte kinderen. Een opmerkelijk initiatief, dat hemzelf veel voldoening gaf. Er werd een stichting (die zijn naam draagt) in het leven geroepen, die inmiddels met behulp van vrijwilligers en sponsors allerlei activiteiten heeft georganiseerd zoals een Elfstedentocht voor gehandicapten.

Anton Huiskes ontving in 1972 de sportprijs van de provincie Utrecht en in 1988 de Jantje Betonprijs ‘voor de bijzondere wijze waarop hij zich de afgelopen 25 jaar heeft ingezet voor het spelende kind’. Hij kreeg in 2005 de Sportpenning van de gemeente Utrecht voor zijn inzet voor het schaatsen voor kinderen met een beperking.

Anton Huiskes die jarenlang in Maarn woonde bezat al een tijdje een oude boerderij in Coux-et-Bigaroque in de Dordogne in Frankrijk, waar hij zijn vakanties doorbracht. Toen hij stopte met zijn werk verhuisde hij met zijn vrouw Elly naar deze stek. Maar het werk met de kinderen gaat, dankzij de Stichting Anton Huiskes, gewoon door. En als hij in het land is kun je hem op de baan in Utrecht vinden. Anton Huiskes overleed op 9 november 2008 in Frankrijk.

Samengesteld met medewerking van Jot (E.G.M.) van Zuidam-Lubberdink

De bekende Overijsselse dichteres Johanna van Buren schreef in maart 1948 het onderstaande gedicht over Anton Huiskes:

An den Twentschen schaesenloper

Anton Huuskes, Wier'nschen jongen,
'k Heuren al zoovöl' van oew!
Hele Wierden löög eleupen
Noa de Zwaene, lèèz'n ik noew.
'n Enen heerschop achter 'n aandern
Sprök oew door van hätten too,
En 't meziek begun te spöllen.
't Was ook mooi veur va en moo.
Anton Huuskes, 'k doo oew ook van
Alle Twenters n' steew'ge haand.
't Is zoo mooi, det iej veur oons door
Schaesen loopt in 't butenlaand.
Det iej door in 't hoge noorden
En door biej de eeuwige snee,
Al det vremde volk loat kieken:
Hollaand kump toch ook wel mee,
Dej de leu van oonze laand loat
Zeen wat of nen Twenter kan!
Leuft miej, Anton, door hef Twente
Ziene origheid ook an.
En zooj zölven ook al zèèn,
het Gif oew steun en mood, dej weet,
Det oew oale Twentsche darpien
Achter oewe rugge steet.
't Wierdense darp, det met oew meelèèft,
In gedachten biej oew steet,
Det de radio mangs anzet,
Lustert, woer of 't oew vergeet.
As 't oew mar neet al te druk geet,
Van Sint Moritz nöuw der weer,
Gung iej met de vleegmesiene
Doalijk 't noorden in alweer!
Nöuw van 't noorden nog biej moder,
Of. .. door is al weer een plan?
Lichte, det oew jonge ligchem
't Allemoa verduren kan.
Anton Huuskes gliert nen zet op
't Smalle iezder nog verdan!
Wier'nschen Anton, doot oew beste
En hoalt Twente hoge, as 't kan.
Geboren:   05-03-1928 Wierden
Overleden:   09-11-2008 Coux-et-Bigaroque (Frankrijk)
Vader:   Albertus Huiskes, geb. te Wierden
Moeder:   Johanna Wienk, geb. te Ambt-Almelo
Echtgeno(o)t(e):   Elisabeth Susanna (Elly) Oosterveld
Publicaties:   - Katholiek Wierden door de eeuwen heen / samengesteld door J.W.J. Marsman. Wierden, 2000 - Olympisch Oranje: van Athene 1896 tot en met Athene 2004 / door A. Th. Bijkerk. Haarlem, 2004 - Heya Keessie / door Ger Bestebreurtje. Deventer, 1969 - Ard apart : mijn groei naar de top / door Fred Racké en Ard Schenk. Amsterdam, 1971 - Nederland Schaatsland : 1882-2007 : Koninklijke Nederlandsche Schaatsenrijders Bond 125 jaar / door Ron Couwenhoven en Huub Snoep. Tirion Sport, 2007 Bronnen: - Anton Huiskes - NOC/NSF - Archief BRES: Bibliotheek Katholieke Universiteit Nijmegen - Collectie Bijkerk (particulier bezit) : gaat t.z.t. over naar de Stichting Nederland Sport Erfgoed - Mevrouw S.M.T. Twente, Zeist (voormalig secretaresse van Anton Huiskes)
Laatst bijgewerkt op:   06-03-2014