Reinier Paping

schaatser

Reinier Paping


Reinier Paping was op de dag van zijn overwinning 31 jaar. Hij was geboren in Dedemsvaart in een gezin van negen kinderen. Zijn vader was aanvankelijk landbouwer maar werd later textielkoopman en winkelier. Reinier volgde de mulo en daarna ging hij naar een jongensinternaat in Amersfoort. Leren was niet zijn hobby, sporten wel. Op zijn zeventiende voetbalde hij al in het eerste van voetbalvereniging Dedemsvaart. Maar hij was ook lid van de gymnastiek- en turnvereniging. Tennissen deed hij ook nog, en schaatsen. Vooral voor laatstgenoemde sport bleek hij veel talent te hebben. Hij verwierf zich een plek in de kernploeg en werd enkele keren Overijssels kampioen . In de beginjaren van zijn schaatscarrière noemde men Paping 'het vogeltje' omdat hij met zijn armen wapperde. Pas in het laatste jaar legde hij zich toe op het rijden van langere tochten. Des te opmerkelijker en indrukwekkender is zijn prestatie te noemen.

Hij behaalde in 1959 het diploma Algemeen Sportleider aan het CIOS in Overveen. Hij was gymnastiekleraar, gaf tennislessen in Nijmegen en Ommen, waar zijn oom en naamgenoot Reinier Paping een hotel had. Zo kwam hij na zijn huwelijk met Joke van Leerzem in een zomerhuisje in Ommen terecht aan de vooravond van de Elfstedentocht in 1963. Toen echtgenote Joke hem op die 17e januari in 1963 uitzwaaide, gaf ze hem nog een zakje Brinta mee en het 'dienstbevel' om het op te eten voordat hij het ijs op zou gaan. De volgende ochtend van vrijdag 18 januari 1963 begon Reinier Paping met bijna 10.000 andere deelnemers aan de 12e Elfstedentocht. Het had 's nachts hard gevroren en ook overdag bleef de temperatuur ver onder nul. Bovendien stak er een sterke wind op die de noordhoek van Friesland in een waar Siberië veranderde. Slechts 126 schaatsers, waarvan 57 (van de 568 gestarte) wedstrijdrijders en 69 (van de 9294 gestarte) toerrijders, doorstonden alle beproevingen en kwamen in Leeuwarden over de streep. Reinier Paping was na 10 uur en 59 minuten de eerste en werd verwelkomd door de koninklijke familie. Op 22 minuten volgde nummer 2, Jan Uitham. Jeen van den Berg, de bekende onderwijzer uit Heerenveen volgde als derde en een verrassende vierde plaats was er voor Albert Weijs uit Blankenham. De twaalfde Elfstedentocht van 1963 is nog altijd de meest heroïsche van de vijftien edities die tot nu toe van 'de tocht der tochten' gereden zijn. Niet voor niets werd Paping, de man uit Dedemsvaart, in het jaar 2000 door de kijkers van Studio Sport uitgeroepen tot de individuele sporter die de meest aansprekende prestatie van de twintigste eeuw had geleverd.

Met zijn overwinning won Paping twee jaarkaarten voor de Deventer ijsbaan en een zilveren sigarettendoos. Naast hem was er nog een winnaar: Brinta. Op TV vertelde Reinier dat hij die dag met Brinta was begonnen. Dat leverde hem namens de Brinta-fabrikant nog eens een sigarettenaansteker en een föhn op. Grote geldbedragen waren in die tijd nog niet aan uitmuntende sportprestaties verbonden. Toch kon Paping zijn roem later verzilveren. Zijn sportzaak in Zwolle, die hij kort na zijn overwinning opende, mocht zich verheugen in een grote klandizie die van heinde en verre kwam om de held te aanschouwen. Eén van de klanten was de latere tweevoudig Elfstedentochtwinnaar Evert van Benthem (1958). Vanuit zijn woonplaats St. Jansklooster kwam Evert naar Zwolle om er zijn schaatsen te kopen. Op 21 februari 1985 en op 26 februari won van Benthem de dertiende en veertiende Elfstedentocht. De laatste in een tijd van 6 uur en 55 minuten, vier uren sneller dan Paping!

Het verhaal van de tocht opgetekend uit de mond van de winnaar en zoals het de volgende ochtend in de krant stond: 'Het moeilijkste moment maakte ik eigenlijk in Franeker door', verklapte hij. 'Kijk, ik was tussen Bolsward en Witmarsum weggekluund. Ik had wel nooit een Elfstedentocht gereden, maar ik had gehoord en gelezen, dat dit het zwaarste stuk zou zijn. We reden daar met een kopgroep, maar ik moest steeds vooraan zitten. Ook toen ik een gat van zo'n honderd meter had geforceerd en gezelschap kreeg van Jeen van den Berg, Anton Verhoeven en Jan Uitham, wilden of konden deze geen kop doen. En toen ben ik, meer lopend dan schaatsend, weer weggesprongen. Na enige tijd keek ik om en zag dat de anderen rustig waren blijven rijden, voor zover mogelijk natuurlijk. Nou, toen dacht ik: "ieder zijn meug" en ik ben op mijn manier verder gegaan. En bij Harlingen hoorde ik tot mijn stomme verbazing, dat ik tussen de drie en vier minuten voor lag. Maar goed, ik nog geen erg, ik ga mijn eigen gang. En bij Franeker wordt me duidelijk gemaakt, dat ik ruim tien minuten heb gewonnen. Ik heb toen overwogen op de anderen te wachten, want ik vond het een enorm waagstuk om alleen te beginnen aan de ongeveer 60 kilometer naar Dokkum, tegen de wind in en met slecht ijs voor de boeg. Want ook dat was bekend, nietwaar? Het was even een moeilijk probleem, maar ik bedacht opeens dat tien minuten toch wel een heel behoorlijke voorsprong was. Enfin, ik ben in mijn eigen tempo doorgegaan en dacht: Als ze me inhalen, zie ik het wel en ga ik met hen verder. Maar alle mensen het was wel zwaar. Ik ben zeker acht keer gevallen op dat stuk en telkens weer op mijn rechter elleboog. Hele stukken heb ik gelopen, omdat schaatsen niet mogelijk was. En toen zei een toeschouwer ter opkikkering dat ik van Dokkum naar de eindstreep de wind in de rug zou hebben. Dat heeft me erdoor gesleept. Ik heb Dokkum gehaald, op mijn eentje. Op de tocht van Dokkum naar Bartlehiem kwam ik mijn concurrenten, zoals u weet, tegen en kon ik uit eigen waarneming vaststellen, dat ik een behoorlijk eind voor lag. Ik herkende van het viertal alleen Jeen van den Berg, want het ging erg snel - ik ging immers voor de wind - en toen besefte ik pas dat ik die voorsprong moest kunnen houden. Van dat moment af heb ik alleen maar gedacht aan de eindstreep en waren er geen moeilijkheden meer. En ik heb het gehouden, zoals u weet'.

Waar Paping tijdens zijn triomftocht geen weet van had was het slagveld achter hem. Om twee uur 's middags werden 2000 deelnemers in Woudsend van het ijs gehaald, omdat zij onmogelijk op tijd nog de finish zouden kunnen bereiken en de omstandigheden (de kou en de stuifsneeuw) steeds beroerder werden. Veel deelnemers kregen last van sneeuwblindheid en bevriezing van ogen en andere ledematen.

Reinier Paping was een van de eerste sporters die niet alleen door zijn prestaties, maar ook door de macht van het medium televisie uitgroeide tot Bekende Nederlander. De televisie-beelden van het evenement in de middag maakten hem in één klap beroemd. Het was het eerste grootschalige evenement in de buitenlucht dat rechtstreeks werd uitgezonden. Natuurlijk kon de tocht niet zo nauwgezet gevolgd worden als bij latere edities. Er stonden rapportagewagens van de NTS in Bartlehiem en bij de finish. Bovendien werden 's avonds nog de filmbeelden uitgezonden die op diverse plekken langs de route gemaakt waren. Wie geen televisie kon kijken, kon al vanaf half zes 's ochtends terecht bij de radio, waar de gezamenlijke omroepen de hele dag een uitzending verzorgden die pas om middernacht eindigde.

Paping werd daags na de wedstrijd uitgebreid gehuldigd in zijn geboorteplaats Dedemsvaart. De dagen erna volgden nog huldigingen in Zwolle (door de Commissaris van de Koningin), Ommen en Almelo. Na zijn actieve schaatscarrière trainde hij jarenlang de schaatskernploeg van Overijssel. Ook verzorgde hij clinics en lezingen en gaf hij voorlichting over schaatsen op scholen en op uitnodiging van ijsverenigingen. Op 18 januari 2003, veertig jaar na 'tocht der tochten', ontving hij in Koudum tijdens een reünie van deelnemers aan de historische Elfstedentocht een lintje en werd hij bevorderd tot Lid in de Orde van Oranje Nassau.

Auteurs: Wim Coster en Tonny Peters

Zie ook Canon van Ommen
Geboren:   18-02-1931 Dedemsvaart
Vader:   Hendrikus Hermanus Paping (1892-1982)
Moeder:   Bernadina Geziena Hendriks (1897-1983)
Echtgeno(o)t(e):   Joke van Leerzem
Laatst bijgewerkt op:   10-04-2014