Cor Hilbrink (1918-1973)


Cornelis Christiaan Hilbrink werd op 8 juli 1918 te Almelo geboren als derde zoon van Sietse Arnold Hilbrink en Lamberdina Johanna Stuldreher. Hij overleed op 11 juni 1973 te Zenderen in de gemeente Borne.

Na de lagere school te hebben doorlopen, volgde Cor Hilbrink zijn broers Rinus en Coen naar de Rijks-HBS, waar hij in 1937 het einddiploma haalde. Zijn vader was een jaar tevoren vervroegd met pensioen gegaan. De modernisering van de administratie van de textielfabriek Bendien, waar hij zijn hele leven als boekhouder had gewerkt, was hem teveel geworden. Cors moeder leidde in die jaren van economische crisis hulpacties ten behoeve van de werklozen en hun gezinnen, zoals 'Kleding en dekking' en 'Hulp in de huishouding'. Van huis uit vrijzinnig protestants, was zij met haar kinderen in 1931 tot het katholieke geloof overgegaan.

De vervroegde pensionering van Cors vader ging gepaard met een dusdanige daling van het gezinsinkomen, dat het verzoek van een rijke dame aan moeder Hilbrink om het beheer op zich te nemen van haar kleine landgoed Lidwina bij Zenderen, bijzonder gelegen kwam. De schitterend gelegen villa zou worden ingericht als een rusthuis voor overwerkte moeders. Zo verhuisden Cors ouders naar Zenderen, terwijl zijn broers Rinus en Coen zich in het westen des lands respectievelijk als arts en onderwijzer bekwaamden, zuster Hannie zich voorbereidde op het verpleegstersberoep en hijzelf naar Den Bosch ging om zijn militaire dienstplicht te vervullen.

In het voorjaar van 1938 werd Cor Hilbrink doorgezonden naar de school voor reserve-officieren te Kampen en vervolgens naar Zutphen. Daar voltooide hij zijn opleiding tot officier der infanterie in een tijd, waarin de internationale spanningen tot een rampzalige hoogte opliepen.

Al gauw zou de oorlogsdreiging zijn toekomstplannen grondig verstoren. Op 24 augustus 1939 werd de voormobilisatie afgekondigd, enkele weken voordat hij in Amsterdam aan een medicijnenstudie zou beginnen. Zijn aanvraag voor studieverlof werd afgewezen en in plaats van de hoofdstad werd Hoorn Cor Hilbrinks nieuwe woonplaats. Tot de Duitse inval bleef de jonge vaandrig uit Twente daar gedetacheerd. De meidagen van 1940 bracht hij door in het fort Ransdorp bij Amsterdam en daar bleef hij van oorlogsgeweld verschoond. De capitulatie was voor hem voldoende reden zijn uniform te verwisselen voor burgerkleren en terug te keren naar zijn ouders in Zenderen.

Nadat hij thuis had moeten vaststellen dat een medicijnenstudie voor zijn ouders financieel niet meer op te brengen was, besloot Cor Hilbrink MO-Boekhouden te gaan doen. Doch gaandeweg begonnen de gevolgen van de Duitse bezetting meer en meer zijn tijd en energie op te eisen. Via kennissen en vrienden raakte hij als vanzelf verzeild in een netwerk van personen, die piloten en ontvluchte krijgsgevangenen voorthielpen en onderduikers verzorgden, en waarin C.G.M. van Riel een centrale plaats innam. Deze bevolkingsambtenaar uit Borne organiseerde in januari 1944 een bevrijdingsactie in het Almelose huis van bewaring. Die mislukte helaas, maar de groep jonge mannen die Van Riel ervoor bijeen had gebracht, onder wie Cor Hilbrink, bleef voor verdere KP-activiteiten bijeen en koos Huize Lidwina tot hoofdkwartier. In de zomer van 1944 ondernam de aldus ontstane KP-Zenderen onder leiding van Cor Hilbrink een achttal gewapende acties, waarbij een brandweerauto, twee personenauto's, twee motoren en tienduizenden bonkaarten werden buitgemaakt. Bovendien slaagde Cor Hilbrink erin, vermomd als politieman, om samen met vier helpers op 11 juni twee illegale werkers gewapenderhand te bevrijden uit het huis van bewaring te Zutphen.

In de eerste week van september zocht ook de KP-Enschede van Johannes ter Horst zijn toevlucht op Lidwina, dat toen het centrum werd vanwaaruit de grootscheepse sabotage-acties werden georganiseerd die wekenlang ieder spoor- en scheepvaartverkeer vanuit Overijssel naar Duitsland onmogelijk maakten. Op 23 september wees een verraadster een SD-commando de weg naar Lidwina. Cor Hilbrink was daar op dat moment niet aanwezig, maar wel zijn vader en zijn broer Coen. Beiden werden doodgeschoten, evenals de KP'er Dick Ruiter. De villa werd opgeblazen. Een dag later werd Johannes ter Horst gefusilleerd.

Het gewapend verzet in Overijssel werd vervolgens samengevoegd in de Binnenlandse Strijdkrachten onder het commando van de kolonel G.D.E.J. Hotz. De feitelijke leiding van de Overijsselse BS was evenwel in handen van Cor Hilbrink, die na de ondergang van Lidwina eerst als verbindingsofficier en vervolgens als gewestelijk sabotagecommandant ging optreden. De laatste zeven maanden van de bezetting verhuisde hij met het BS-hoofdkwartier achtereenvolgens naar Saasveld, Enter, Heeten, Okkenbroek en Enschede, waar hij deelnam aan de bevrijding van deze stad.

De eerste maanden na de bevrijding brachten hem de ene vergadering na de andere. Als lid van de Provinciale Adviescommissie Illegaliteit Overijssel was hij nauw betrokken bij de zuiveringen in de provincie; als provinciaal inspecteur van de Stichting 40-45 moest hij zich bezig houden met de slachtoffers van het verzet. Op 21 april 1945 bood Prins Bernhard hem het commando aan over één van de te vormen lichte bataljons infanterie. Cor Hilbrink wees het voorstel af met het argument dat zijn militaire activiteiten hem al zeven jaar achterop hadden gebracht en dat het nu eindelijk tijd werd een echt beroep te kiezen. Op 1 augustus 1945 nam hij ontslag uit al zijn functies.

Zoals veel oud-illegalen kostte het hem aanvankelijk veel moeite in de gewone burgermaatschappij zijn draai te vinden. Hij verhuisde met zijn gezin naar Oldenzaal, waar hij medefirmant werd van de dekenfabriek Herlus. Na zich daar te hebben uitgekocht, richtte hij voor de Oldenzaalse wegen-bouwfirma Reef in 1955 de Betoncentrale Twente op. Het in Hengelo gevestigde bedrijf was een van de eerste betoncentrales in het land. In deze periode van grote bouwactiviteit had het bedrijf de wind mee. Na Hengelo volgden nieuwe vestigingen in Almelo, Doetinchem en Winterswijk. Ook de Twentse sportwereld ging van zijn leiderscapaciteiten profiteren. In zijn functie van bestuurslid van de Oldenzaalse voetbalvereniging Quick '20 raakte hij op 14 april 1965 te Enschede bij toeval verzeild op de oprichtingsvergadering van een nieuwe profclub, voortkomend uit twee verenigingen: Enschedese Boys en Sportclub Enschede. Deze sterk rivaliserende clubs zochten een onpartijdige voorzitter en vroegen Cor Hilbrink. Hij stemde toe. Mede door een uitgekiend aankoopbeleid slaagde hij er samen met zijn medebestuursleden Olijve en Iliohan in FC Twente binnen enkelejaren tot grote bloei te brengen. Cor Hilbrinks zakelijke carrière bevond zich op een hoogtepunt, toen zich een dodelijke ziekte bij hem openbaarde, waaraan hij in 1973, vijfenvijftig jaar oud, te Zenderen overleed.

Cor Hilbrink trouwde op 14 april 1944 te Almelo met Gerarda Johanna ter Beek. Uit dit huwelijk werden acht kinderen geboren.

Auteur: C. Hilbrink

Uit: Overijsselse biografieën
Geboren:   08-07-1918 Almelo
Overleden:   11-06-1973 Zenderen
Vader:   Sietse Arnold Hilbrink
Moeder:   Lamberdina Johanna Stuldreher
Echtgeno(o)t(e):   Gerarda Johanna ter Beek
Publicaties:   Coen Hilbrink, De illegalen. Illegaliteit in Twente en het aangrenzende Salland, 1940- 1945, 's-Gravenhage 1989
Laatst bijgewerkt op:   06-03-2014