Bert Haanstra

cineast

Bert Haanstra (1916-1997)


Bert Haanstra werd in 1916 geboren in Espelo (gemeente Holten), waar zijn vader hoofd was van een kleine boerenschool. Drie maanden na de geboorte van Bert verhuisde het gezin naar Goor, waar vader Folkert Haanstra tot hoofdonderwijzer was benoemd. Bert had één oudere en twee jongere broers. Zijn vader wist te regelen dat hij met zijn zestigste met vervroegd pensioen kon en zich toen geheel kon wijden aan zijn grote hobby: schilderen. Met deze hobby wist hij de Terborch-prijs in de wacht te slepen. Drie van de zoons, waaronder Bert, bleken een artistieke aanleg te hebben. Bert, die aanvankelijk na de MULO koos voor de Kweekschool, zou in de oorlogsjaren nog een avondstudie fotografie en schilderen volgen aan de Rijksacademie te Amsterdam.

Ver voor de oorlog echter was hij al bezeten van een andere kunstvorm: de film. De operateur in de lokale Goorse bioscoop wist het enthousiasme van de 14-jarige knaap te waarderen en liet hem toe in zijn projectiecabine. Hier raakte Bert bezeten van het nieuwe medium en wist allerlei onderdelen bijeen te scharrelen om een eigen projector te kunnen maken. Films kocht hij van een Hengelose drogist die een voorraad op zolder had liggen. Zo creëerde hij zijn eigen thuisbioscoopje. Op 16-jarige leeftijd kreeg hij van een plaatselijke fabrikant een afgedankte camera en maakte hij zijn eerste (familie)opnamen. Hij wist toen al dat hij cineast wilde worden, maar wist ook dat in dat vak toen op een uitzondering (de door Haanstra bewonderde Joris Ivens) na geen droog brood viel te verdienen. Dus begon hij aan een omweg. De opleiding aan de kweekschool brak hij na 2 jaar af om bij een Hengelose fotograaf te gaan werken. Hij leerde er niet veel, maar kon geschikt aan een fototoestel komen waar hij persfoto's mee maakte, die hij bij boekhandel Bokhove in Goor in de vitrine mocht hangen.

In 1934 belandde Bert Haanstra door bemiddeling van directeur Smit van de Nieuwe Hengelosche Courant als "leerling zonder salaris" bij het befaamde persbureau Vaz Dias in Amsterdam. Hij kreeg de opdracht een willekeurige foto te maken, die geschikt zou zijn voor de krant. Zijn "doorbraak" wordt beschreven in de volgende anekdote. Op zoek naar een onderwerp om te fotograferen stond hij voor een kunsthandel en zag een realistisch stilleven van een paar vissen. In de etalage lag een poes te slapen. Van de eigenaar van de zaak kreeg hij toestemming wat visafval achter het schilderij te leggen waar de poes op afkwam. Op het juiste moment geknipt ontstond er een foto met een aan de afgebeelde vis ruikende poes, die de volgende dag als "Niet voor de poes" verscheen in het Algemeen Handelsblad. Een ander persburau en een eigen (mislukt) persbureau later kwam hij via een kennis (Jaap Carels) vlak voor de oorlog terecht in een veilige baan als fotograaf bij het Gemeentelijk Energie Bedrijf in Amsterdam. Minder veilig waren de contacten die Carels had. Via Carels belandde ook Haanstra in het verzet en fotografeerde vele rapporten en tekeningen die naar Engeland gesmokkeld werden.

In 1944 trouwde hij met Nita Wijtmans, een vrouw met een sterk muzikale achtergrond. Ze speelde fluit en piano. Uit dit huwelijk zouden later twee zoons worden geboren, Rimko en Jurre, die beiden in de voetsporen van hun ouders zouden treden. Rimko werd filmregisseur en Jurre dirigent en componist van vooral filmmuziek. Tijdens de oorlog had hij op de Rijksacademie voor de Kunsten te Amsterdam de gevluchte Duitse immigrant Paul Bruno Schreiber leren kennen, die net als Haanstra een echte filmfanaat was. Ze spraken af na de oorlog een film te maken met Bert als cameraman. Op het landgoed van de bekende Van Lennep-familie in Heemstede en in Engelse studio's werd twee jaar lang gewerkt aan de sprookjesfilm voor alle leeftijden "Myrthe en de demonen". Het werd een grote flop met één lichtpuntje: het camerawerk werd geprezen. Hij kreeg hierdoor de opdracht voor een film over het Muiderslot en de Muiderkring van P.C. Hooft. "De Muiderkring herleeft" (1948) werd de eerste film waarbij zowel het camerawerk als scenario, montage en regie in handen van Bert Haanstra waren.

Met de volgende film "Spiegel van Holland" (1950) (waarbij als noviteit met de camera ondersteboven werd gefilmd) brak Haanstra internationaal door. Hij won zelfs de Gouden Palm in Cannes. Veelvuldig bekroond werd ook "Panta Rhei" (1951), waarin zoals als de titel zegt "alles in beweging is", een soort filmgedicht over water en wolken. Tussen 1952 en 1955, in contact gekomen met de Shell, legde hij zich toe op bedrijfsfilms, ondermeer over de oliewinning. De traditionele opdrachtsfilm werd door hem veranderd in een voorlichtingsfilm/documentaire waarbij de sfeer door de filmer zelf werd bepaald. In 1955 werd de film over de verdwijnende folklore rond de Zuiderzee "En de zee was niet meer" met voor het eerst Eddy van der Enden als cameraman een bioscoopsucces. Haanstra ontving veel opdrachten, zoals in 1957 van het Ministerie van OK&W voor een film over Rembrandt. Hierin was zijn vondst te zien van in elkaar overvloeiende beelden van zelfportretten van Rembrandt.

In 1958 maakte hij in opdracht "Over glas gesproken", waarbij hij toestemming kreeg voor zichzelf met een tweede camera een korte experimentele kleurenfilm "Glas" te maken, die insloeg als een bom. Als eerste Nederlander sleepte Haanstra hiermee een Oscar in de wacht. De beelden, de ritmiek, de kleuren en de muziek (van Pim Jacobs) vormden een perfecte eenheid. In het jaar van de Oscar begint hij aan zijn eerste speelfilm "Fanfare". De film over twee rivaliserende fanfarekorpsen in Giethoorn die 400.000 gulden heeft gekost trok in een half jaar 2 miljoen bezoekers. Dit succes zou later alleen door "Turks fruit" verbeterd worden. Het scenario was van Jan Blokker, producent was Rudi Meyer, maar het werd een echte Haanstra-film. Altijd zittend op het kistje naast de camera stelde hij de hoogste eisen aan de visuele aspecten, alles moest perfect zijn. Door de film werd Giethoorn een toeristische trekpleister van formaat en werden acteurs als Albert Mol, Hans Kaart, Bernard Droog, Ton Lutz en Andrea Domburg ongekend populair. De tweede speelfilm De Zaak M.P. (1960), door Haanstra zelf geproduceerd, werd geen succes.

Met beide benen terug op de grond wijdde hij zich weer aan documentaires. "Delta Phase I" (1962) over de afsluiting van het Veersche Gat behoort tot zijn beste werk. In "Zoo" (1962) maakte hij in navolging van Joris Ivens voor het eerst gebruik van de verborgen camera. Dit laatste middel gebruikte hij veelvuldig bij zijn volgende kassucces "Alleman" (1963), de film over alledaagse gebeurtenissen en gewone Nederlanders, die door Haanstra een spiegel werden voorgehouden. Bij dit soort films was het montagewerk erg belangrijk en daarin was Haanstra als geen ander bedreven. De film waaraan ook Anton Koolhaas en Simon Carmiggelt meewerkten ontving vele internationale prijzen en werd genomineerd voor een Oscar. Zijn vriend Jacques Tati wilde een Franse versie van "Alleman" uitbrengen, maar Haanstra hield vast aan het oorspronkelijke script, waardoor het plan niet doorging. De vriendschap leed er niet onder.

Veelvoudig bekroond werd ook "De stem van het water" (1966), alweer een film over het thema water, maar door het bioscooppubliek enthousiast begroet. Uiteraard kwamen niet al zijn dromen uit. De zoon van de voorzitter van de Goorse voetbalclub GFC sloeg vanaf 1958 geen thuiswedstrijd van Ajax over. Ook met uitwedstrijden ging hij vaak mee. Een groot meesterwerk over zijn favoriete club heeft hij nooit kunnen maken, slechts een 20 minuten durende documentaire "Retour Madrid" (1968). Na een lange voorbereidingstijd verscheen in 1972 "Bij de beesten af", naar een idee van Anton Koolhaas. Gebruik makend van de kennis van wetenschappers als Gerard Baerends en Dick Hillenius, na veel research, en na 175.000 kilometer reizen met cameraman Anton van Munster en de rest van de crew, stelde hij een film samen over de relatie tussen het menselijk en dierlijk gedrag met als thema's: het territoriumgedrag, het dominantiegedrag, het seksuele gedrag en het gedrag tussen jong en oud. Het resultaat oogstte wereldwijd succes en werd genomineerd voor een Oscar. Zijn eigen mening over de film: "Het is mijn grote liefde geworden en gebleven door de jaren heen. De film stelt mij nooit en nergens teleur".

Op zoek naar een scenario voor een komische speelfilm koos Haanstra toch voor de verfilming van een roman van Anton Koolhaas, bepaald geen lachsucces. "Dokter Pulder zaait papavers" (1975), opgenomen in Blokzijl, werd als drama wel een kassucces. Behalve Haanstra kregen ook de acteurs Ton Lensink, Dora van der Groen, Sacco van der Made, Henni Orri en Kees Brusse lovende kritieken. Bert Haanstra hield van afwisseling. Na een grote produktie werd het tijd voor een kleine intieme equipe met welke hij dagenlang in de natuur vertoefde voor "Nationale parken….noodzaak" (1978), de eerste film waarvoor zoon Jurre de muziek componeerde . De speelfilm "Een pak slaag" (1979), hoewel door de recensenten goed ontvangen, was aanvankelijk geen commercieel succes. Tijdens een vertoning van de film op het filmfestival van Cork trof Bert Haanstara een hartaanval. Als therapie ging hij weer tekenen en maakte met potlood en pen "Twintig portretten" van familie en vrienden.

Na zijn herstel kwam het tot een hernieuwde samenwerking met en hommage aan Simon Carmiggelt in "Vroeger kon je lachen" (1982), eigenlijk een verzameling Kronkels, volgens Haanstra "een ideale film voor zakenmensen die Nederland willen promoten". Dan volgden er twee films over apen: "Chimps onder elkaar" (1984) en "Monument voor een gorilla" (1987), die in vele landen werden uitgezonden. In 1988 werd "Kinderen voor Ghana" gemaakt voor UNICEF en in 1991 "Gewoon Toon", een vierdelig portret van Toon Hermans.

Op zijn tachtigste verjaardag ontving Bert Haanstra de "Oeuvreprijs" van het Nederlandse Fonds voor de Film, sindsdien de "Bert Haanstra Oeuvreprijs". De laatste jaren leed Bert Haanstra aan de ziekte van Alzheimer, waar zijn vader ook aan geleden had. In een interview voor Vrij Nederland vertelde zijn zoon Jurre over deze tijd: 'Op z'n heldere momenten doorzag hij zijn situatie en raakte hij volkomen in paniek. Ik werd dan gebeld door het verpleeghuis, en ging vervolgens met hem wandelen om hem te kalmeren. Het moeilijke voor hem was dat hij altijd a man in charge was geweest. Totaal niet gewend dat iemand tegen hem zei: "zo meneer Haanstra, nu gaan wij fijn een kopje koffie drinken". Dan werd hij gék. Hij was er buitengewoon ongelukkig onder. Toen hij overleed was dat eigenlijk ook een heel vredig moment. Hij hoefde niet meer, hij was er klaar voor.' Bert Haanstra overleed op 23 oktober 1997.

Tien jaar na zijn overlijden werd zijn werk compleet op dvd uitgebracht onder de titel 'Bert Haanstra compleet'. Tijdens het Haanstra-festival in september-oktober 2007 werden in een groot aantal plaatsen in Twente documentaires en films van Bert Haanstra vertoond.

Auteur: Tonny Peters 

Zie ook Biografisch Portaal
Geboren:   31-05-1916 Espelo (gem. Holten)
Overleden:   23-10-1997 Hilversum
Vader:   Folkert Haanstra, onderwijzer, geboren te Amsterdam
Moeder:   Jansje Stuiveling, geboren te Abcoude
Echtgeno(o)t(e):   Angenita Barendina Wijtmans
Publicaties:   - Bert Haanstra : het bewogen oog / red. Dorothee Verdaasdonk ; met bijdragen van Simon Carmiggelt e.a. - Utrecht : Westers, 1983. - 72 p. - ISBN 90-6107-061-9 - Bert Haanstra / door Henk ten Berge. - Amsterdam : Cor Koppies Video, 1987. - 80 p. - Teder testament : de films van Bert Haanstra : een biografie / door Jo Daems. O 1e dr. - Leuven : Acco, 1996. - 320 p. - ISBN 90-334-3683-3 - Haanstra / door Klaas Vos. - Giethoorn : Gemeente Brederwiede, 2000. -95 p. - Uitgave t.g.v. onthulling monument "Fanfare" op 29 juni 2000 te Giethoorn Filmografie: http://www.imdb.com/name/nm0351842/
Laatst bijgewerkt op:   02-12-2014