C.C.W.J. Hijszeler

archeoloog

Cornelus Coenraad Willem Jan Hijszeler (1902-1982)


Cornelus Coenraad Willem Jan Hijszeler werd op 7 augustus 1902 te Winterswijk geboren als zoon van Frederikus Regtnerus Hijszeler en Engelien Keur. Hij overleed op 12 december 1982 te Enschede. Cor Hijszeler ging in 1967 met pensioen na een zeer welbesteed leven dat goeddeels aan de archeologie van Overijssel was gewijd, waarbij zijn aandacht vooral was uitgegaan naar het archeologisch zo rijke Twentse land.

Hijszeler studeerde na de middelbare opleiding in Groningen Nederlandse taal- en letterkunde met als bijvak archeologie, waartoe hij de colleges volgde van prof. A.E. van Giffen. In Groningen deed hij ook archeologisch veldwerk. Zo is ook zijn relatie met het Biologisch-Archeologisch Instituut van de Rijksuniversiteit te Groningen tot stand gekomen. Deze opleiding heeft een duidelijk stempel gedrukt op zijn leven en onderzoekingen. Uit zijn publikaties spreekt zijn belangstelling voor het Nederlands. Vooral de Oost- en Noordnederlandse dialecten wekten zijn interesse, zo ook de biologische en geologische aspecten van de bewoningsgeschiedenis van de prehistorie en later.

Aanvankelijk hadden vooral het oude landschap van Drenthe en de bewoners van dat gebied zijn belangstelling. Hij maakte gebruik van bodemvondsten en andere resten van materiële cultuur. Het dialect in het Drentse gebied bracht hem tot het onderzoek voor zijn proefschrift waarop hij in 1940 in Groningen promoveerde. Zijn dissertatie verscheen in twee delen (een deel tekst en een deel platen) in Assen onder de titel Boerenvoortvaring in de oude landschap, termen en gebruiken van het boerenbedrijf in Drenthe. In de jaren voorafgaand aan zijn promotie waren publikaties verschenen over de terpen in Friesland en Groningen in de Almanak der Societas Studiosorum Reformatorum (1937). Eveneens in 1937 werd gepubliceerd 'Grafmonumenten in Noordelijk Drenthe' in het tijdschrift Water, orgaan van de Drinkwatervoorziening en de Vereniging voor Waterleidingbelangen in Nederland. Hij besteedde aandacht aan musea en collecties.

De interesse van Hijszeler schommelde tussen onderzoek op archeologisch terrein en de geschiedenis van boerenbedrijven in het oude landschap. Hiervan getuigen artikelen over de prehistorie in de provincie Groningen en die over oude land-bouwwerktuigen en klederdrachten van het platteland, ook van Oost-Overijssel. Ook middeleeuwse archeologie had zijn belangstelling. Daarbij streefde hij er naar kennis te verwerven over de continuïteit van bewoning door de eeuwen heen.

Na de oorlogsjaren, toen er meer ruimte kwam voor veldwerkzaamheden, trad Hijszeler meer op de voorgrond door de activiteiten van het Rijksmuseum Twenthe in Enschede en de Oudheidkamer Twenthe. In 1947 werd hij bestuurslid van de Oudheidkamer, de vereniging waarvan hij van 1947 tot 1969 penningmeester en daarna vice-voorzitter was. De Oudheidkamer maakte met een omvangrijke collectie materialen deel uit van de totale presentatie van het Museum Twenthe, ook toen dit door het Rijk in beheer werd overgenomen. De basis van deze collectie was reeds in 1905 gevormd, waarvoor mr. GJ. ter Kuile sr. en J.J. van Deinse initiatieven hadden genomen.

Als leerling van de archeoloog Van Giffen werd Hijszeler speciaal belast met de zorg voor en de opbouw van de prehistorische afdeling, nadat hij in 1938 als conservator van het museum opvolger was geworden van J.J. van Deinse. Eerst in de hoedanigheid van conservator, later als opvolger van de eerste directeur van het museum — dr. J.H. van Heek — deed hij vooral in Twente een aantal opgravingen naar aanleiding van vondsten, verkenningen en meldingen. Bij die opgravingen speelde meer en meer de combinatie van biologische en archeologische gegevens een rol. De lijst van zijn publikaties vermeldt naast opgravingen onder meer onderzoek naar de steenkransgrafheuvel in de Manderesch te Vasse, grafheuvels uit steen- en bronstijd in het Nutterveld, buurschap Nutter, gemeente Denekamp, een nederzetting bij Losser, een grafheuvel uit het Neolithicum nabij De Vossenbosch in de gemeente Wierden, een kringgrepgrafveldje in de gemeente Hellendoorn bij Hulzen en onderzoek bij De Thij nabij Oldenzaal.

Naast een aantal publikaties over gebiedsgebonden onderzoek heeft Hijszeler op diverse plaatsen overzichten van vindplaatsen en onderzoeksresultaten samengesteld, vooral van Oost-Overijssel, maar ook van Salland. Onder meer verscheen zo'n overzicht in 1970 in het boek Geschiedenis van Overijssel, waarbij de auteur zelf deel uitmaakte van de redactie. Zijn onderzoek van een microlithenvindplaats in het Us-selerveen zou hem de meeste bekendheid geven. Al in 1937 waren in een hoger gedeelte van het terrein vuurstenen werktuigen gevonden. Die bodemvondsten kwamen aan het licht in een laag waarin veel houtskool voorkwam. In 1940-1941 en daarna in 1946 werd in het Usselerveen onderzoek gedaan. De veenvorming bleek van laat-glaciale ouderdom te zijn.

Samenwerking met mr. F. Florschütz, en later ook met dr. Th. van der Hammen, opende interessante dateringsmogelijkheden op basis van stuifrneelkorrelonderzoek, dat nadien ook nog kon worden gepreciseerd met behulp van de bekende Cu-methode. Het resultaat was een datering van circa 10.880 voor heden. De laag van Usselo met de deeltjes houtskool zou nadien op diverse plaatsen in Nederland en aangrenzende gebieden worden aangetroffen. Het is verklaard als sporen van grote bosbranden onder invloed van specifieke klimatologische omstandigheden.

Het was vooral de verdienste van Hijszeler dat hierbij een combinatie plaats vond van archeologie en stuifmeelkorrelonderzoek. Het was niet alleen van betekenis voor Overijssel, maar heeft in breder verband bijgedragen aan de kennis van het laat-glaciaal van Nederland en een groot deel van West-Europa. Cor Hijszeler was gehuwd met Everdina Hogervorst. Nadat zijn eerste echtgenote was overleden nam haar zuster de zorg voor het gezin over en werd met haar het tweede huwelijk gesloten. Uit zijn eerste huwelijk kwamen vier kinderen voort.

Auteur: G.D. van der Heide (uit Overijsselse Biografieën)
Geboren:   07-08-1902 Winterswijk
Overleden:   12-12-1982 Enschede
Vader:   Frederikus Regtnerus Hijszeler
Moeder:   Engelien Keur
Echtgeno(o)t(e):   Johanna Francisca Hogervorst
Tweede echtgeno(o)t(e):   Everdina Hogervorst
Publicaties:   Free Hijszeler en A.M.J. Ferry-Schoot, voorlopige bibliografie (typoscript) D. Jordaan J.G.Hzn., 'In memoriam Dr. C.C.W.J. Hijszeler', 't Inschrien (1983) 4
Laatst bijgewerkt op:   06-03-2014