Dirk Hannema

museumdirecteur en verzamelaar

Dirk Hannema (1895-1984)


Dirk Hannema werd op 16 september 1895 te Batavia (Nederlands-Indië) geboren als zoon van Dirk Hannema (1852-1931), directeur van een makelaarskantoor, en Jkvr. Hermine Elise de Stuers (1862-1940). Hij overleed op kasteel Het Nijenhuis bij Heino op 7 juli 1984. In 1900 keert Dirk Hannema met zijn ouders terug naar Nederland. Het gezin vestigt zich te Den Haag, waar Hannema opgroeit in een milieu dat vooral bekend zou worden door de romans van Couperus. Hannema's moeder, afkomstig uit een kunstzinnige familie, ontving vele kunstenaars thuis. Het huis richtte zij modern in met Arts & Crafts meubelen en tapijten die zij liet ontwerpen door Theodoor Colenbrander. Zij bracht Hannema in contact met H.P. Bremmer, bij wie zij cursussen in esthetica volgde, en met de kunstkenner dr. Abraham Bredius. Deze jaren waren bepalend voor de ontwikkeling van Hannema tot verzamelaar en kunstkenner.

Na het gymnasium in Den Haag te hebben voltooid en zijn dienstplicht te hebben vervuld, schrijft Hannema zich op aandrang van zijn vader op 22-jarige leeftijd in Leiden in voor een studie rechten. In 1919 verwisselt hij deze voor de studie kunstgeschiedenis in Utrecht. Vooral de colleges van prof.dr. W. Vogelsang zijn van grote betekenis voor zijn vorming. Hannema voltooit de studie niet omdat hij in 1920 de kans krijgt in dienst te treden als wetenschappelijk assistent bij Museum Boymans in Rotterdam, toen nog gehuisvest in het Schielandhuis en van lokale en provinciale betekenis. Spoedig daarna wordt Hannema op 26-jarige leeftijd benoemd tot directeur van dit museum.

Tijdens Hannema's directoraat ontwikkelt Boymans zich tot een museum van internationale allure. Dankzij de vele goede contacten die hij inmiddels heeft opgebouwd met verzamelaars, kunstenaars en kunsthandelaren slaagt Hannema erin de collectie, ondanks het geringe aankoopbudget, met belangwekkende aanwinsten uit te breiden. Particulieren en bedrijfsleven weet hij te overtuigen van het belang van het museum voor de cultuur van Rotterdam; met name de 'havenbaronnen' W. van der Vorm en D.G. van Beuningen stimuleert hij schenkingen te doen in ruil voor adviezen bij de opbouw van hun privé-verzamelingen. Al in 1927 blijkt het Schielandhuis te klein voor de inmiddels zeer omvangrijke collectie. Hannema overtuigt het gemeentebestuur van de noodzaak van een nieuw gebouw. Het nieuwe museum, gebouwd door de architect A. van der Steur in nauwe samenwerking met Hannema, wordt geopend in 1935 en geroemd om zijn moderne architectuur. Het ruime gebouw stelt Hannema in staat tentoonstellingen te organiseren die nationaal en internationaal de aandacht trekken zoals 'Vermeer, oorsprong en invloed' (1935) en 'Jeroen Bosch en de Noord-Nederlandsche Primitieven' (1936). De tentoonstelling 'Meesterwerken uit vier eeuwen 1400-1800' in 1938 toont Hannema's nieuwste aanwinst, het schilderij 'De Emmausgangers' van Vermeer, dat met grote financiële steun van Van Beuningen kon worden verworven.

Geheel in de geest des tijds kenmerkt Hannema's verzamelen tentoonstellingsbeleid zich door een esthetische en minder door een wetenschappelijke benadering. Zijn grote verdiensten voor de verrijking van het Nederlandse kunstbezit en verdieping van de kunsthistorische kennis door het organiseren van bijzondere tentoonstellingen zijn in 1939 voor de Rijksuniversiteit van Utrecht reden Dirk Hannema het eredoctoraat in de letteren en filosofie te verlenen.

Mede dankzij Hannema's niet onsympathieke houding jegens de Duitse bezetter kunnen de activiteiten in Boymans tijdens de Tweede Wereldoorlog vrijwel ongestoord worden gecontinueerd. Hij is bestuurslid van de door Seyss-Inquart in 1941 opgerichte Nederlandsche Cultuurkring en laat zich in 1943 door A. Mussert benoemen tot Gemachtigde voor het Museumwezen in Nederland. Hannema beschouwde dit als zijn plicht en veronderstelde hiermee het nationaal kunstbezit voor Nederland en de eigen Nederlandse identiteit te kunnen veiligstellen. Hannema heeft daaraan zonder twijfel een bijdrage geleverd. Op grond echter van het feit dat hij — onder meer door het aanvaarden van de genoemde functies — blijk had gegeven in te stemmen met de ideologie van de vijand, werd Hannema op 10 mei 1945 gearresteerd en overgebracht naar het gevangenkamp in Hoek van Holland.

In 1947 vindt zijn proces in Rotterdam plaats. Wegens de vele positieve getuigenverklaringen en het lange voorarrest wordt Hannema vrijgesproken van verdere rechtsvervolging. Zijn positie als museumdirecteur is niettemin onhoudbaar geworden. Nog geen jaar later komt vast te staan dat de in 1938 aangekochte en door vele kunstkenners geroemde 'Emmausgangers' niet van Vermeer is, maar in 1937 werd geschilderd door Han van Meegeren. Aanleg en intuïtie bleken niet voldoende, Hannema's oog niet onfeilbaar. Hannema zelf heeft zich nooit laten overtuigen en later nog enkele werken verzameld die hij eveneens aan Vermeer toeschreef. Van 1947 af stort Hannema zich geheel op zijn eigen verzameling die, mede door de inbreng van de collectie van zijn ouders, reeds toen zeer omvangrijk was. Hij besluit deze verder uit te breiden en toegankelijk te maken voor het publiek. Daartoe betrekt hij kasteel Weldam bij Goor. Toen de eigenaar, de familie Zu Solms, daar in 1957 terugkeerde, moest Hannema uitzien naar een nieuw onderkomen dat hij vond op kasteel Het Nijenhuis bij Heino. Op 12 september van dat jaar richt hij de stichting Hannema-de Stuers Fundatie op als eerbetoon aan zijn ouders en met als belangrijkste doelstelling het instandhouden van de door hem bijeengebrachte verzameling als levende instelling.

Na een grondige restauratie van het kasteel, die dankzij de gezamenlijke inspanningen van de toenmalige eigenaar Ankersmit uit Deventer en de provincie Overijssel gerealiseerd kon worden, vindt op 31 augustus 1958 de verhuizing van de collectie van Weldam naar Het Nijenhuis plaats. De vele gebleven contacten met verzamelaars en kunsthandelaren stellen Hannema in staat zijn collectie aanzienlijk uit te breiden met aankopen, schenkingen en legaten. De veelzijdige verzameling getuigt van Hannema's brede belangstelling en smaak. Naast een belangwekkende collectie zeventiende-eeuwse schilderijen en kunstnijverheid, omvat het bezit middeleeuwse houtsnijkunst, niet-westerse kunst waaronder Japanse en Chinese keramiek en etnografica. Tevens komt Hannema's grote belangstelling voor de moderne en contemporaine kunst in de verzameling tot uiting. Met het legaat van de collectie De Graaff-Bachiene in 1963 is het accent definitief op de moderne kunst komen te liggen.

Tot vrijwel aan zijn dood in 1984 organiseert Hannema in de bouwhuizen van Het Nijenhuis tentoonstellingen en leidt hij de bezoekers in het door hem bewoonde kasteel rond. Sedertdien heeft het complex een uitsluitend museale bestemming en wordt het in stand gehouden door de provincie Overijssel. Dr. Dirk Hannema is ongehuwd gebleven.

Auteur: A.C.M. Grondman (Uit Overijsselse biografieën)

Zie ook Biografisch Portaal

Zie ook Canon van Wijhe
Geboren:   06-09-1895 Batavia (Ned. Indië)
Overleden:   07-07-1984 Wijhe
Vader:   Dirk Hannema (1852-1931)
Moeder:   Jkvr. Hermine Elise de Stuers (1862-1940)
Publicaties:   -J. van Adrichem, 'Directoraat D. Hannema', in : Beeldende kunst en kunstbeleid in Rotterdam: 1945-1985, Rotterdam 1987, 43-50 -J.C. Ebbinge Wubben, 'D. Hannema, 1895-1984', in: Rotterdams jaarboekje, 9de reeks, 3 (1985), 249-258 -D. Hannema, Flitsen uit mijn leven als verzamelaar en museumdirecteur, Rotterdam 1973 -M. Mosier, Dr. Dirk Hannema (1895-1984). Verzamelaar en kunstkenner, doctoraalscriptie Universiteit van Amsterdam, Amsterdam 1992 (ongepubl.) -H. Mulder, Kunst in crisis en bezetting. Een onderzoek naar de houding van Nederlandse kunstenaars in de periode 1930-1945, Utrecht 1978 -M. Pam, 'Dirk Hannema. De tragiek van het onfeilbare oog', in: Vrij Nederland, 8 december 1984
Laatst bijgewerkt op:   06-03-2014