P.J.G. van Diggelen

rechter en politicus

Pieter Johannes Gesienus van Diggelen (1837-1907)


Pieter Johannes Gesienus van Diggelen werd op 24 oktober 1837 te Zwolle geboren als zoon van ir. Benjamin Pieter Gesienus van Diggelen en Geertruida van Berkurn Bijsterbos. Hij overleed op 11 mei 1907 als weduwnaar in Zwolle.

Pieter Johannes Gesienus van Diggelen studeerde rechten aan de Universiteit van Utrecht. In 1861 promoveerde hij op zijn "Verhandeling over het regt op schorren en anderen aanwas van gronden". In dit proefschrift beschrijft hij hoe het eigendomsrecht op aangewassen buitendijkse landen in de verschillende delen van het land in het verleden en het heden was geregeld. Daarbij komt ook de situatie in Overijssel aan de orde. Langs de Zuiderzeekust was het buitendijks land immers niet zonder betekenis. Van Diggelen had zijn interesse voor waterstaatkundige zaken niet van een vreemde. Zijn vader was lange tijd ingenieur van Rijkswaterstaat in Overijssel. Buiten deze functie maakte B.P.G. van Diggelen in 1842 ook het ontwerp voor de aanleg van de strekdammen van het Zwolsche Diep, welke vervolgens in de periode 1845-1847 onder zijn toezicht werden aangelegd. De meeste bekendheid kreeg hij echter met zijn uit 1849 daterend plan voor de droogmaking van de Zuiderzee.

In 1863 werd P.J.G. van Diggelen benoemd tot griffier bij het kantongerecht in Zaltbommel. Twee jaar later werd hij substituut-griffier te Winschoten. In 1869 keerde hij naar zijn geboorteplaats Zwolle terug toen hij daar in dezelfde functie werd aangesteld. Nadat hij in 1876 was benoemd tot rechter, werd hij in 1894 vice-president van de arrondissementsrechtbank. In 1906 nam hij om gezondheidsredenen zelf ontslag.

Naast zijn loopbaan bij de rechtbank was Van Diggelen zeer actief in de politiek. Van 1876 tot 1897 was hij lid van de gemeenteraad van Zwolle, en vanaf 1879 tot zijn dood was hij lid van de Staten van Overijssel voor het kiesdistrict Steenwijk. Bovendien werd Van Diggelen in oktober 1886 gekozen tot lid van de Tweede Kamer. Bij die verkiezing stond hij kandidaat in het district Sneek. Hij had deze zetel vooral te danken aan de Friese liberale voorman Age Buma, die hetzelfde district vertegenwoordigde. Zijn lidmaatschap eindigde met de ontbinding van de Tweede Kamer in 1888.

Van Diggelen was lid van de Zwolse Liberale Kiesvereniging. In 1904 werd hij het middelpunt van een flinke politieke rel in de Staten van Overijssel, toen hij er door de andere liberale leden van verdacht werd bij de verkiezing van vertegenwoordigers voor de Eerste Kamer steun te hebben gegeven aan kandidaten van de conservatieve fractie. Er hadden in dat jaar 23 conservatieven en 23 liberalen zitting in de Staten; desondanks werden er tijdens de eerste twee ronden van de verkiezing conservatieven gekozen. Eén van de liberale Statenleden had dus op een conservatieve kandidaat gestemd. De verdenking viel meteen op Van Diggelen. De liberalen verzochten hem daarom tijdens de derde stemming zijn ingevulde stembriefje te laten zien aan een fractiegenoot.

In deze laatste ronde werd toen toch nog een liberaal gekozen. Voor de liberalen was dit het bewijs dat Van Diggelen de eerste twee ronden voor de conservatieven had gestemd. De ware toedracht is echter nooit duidelijk geworden; Van Diggelen heeft in ieder geval zelf altijd ontkend. Hoewel sommigen blijkbaar twijfelden aan zijn politieke voorkeur, zeker is wel dat Van Diggelen een groot bewonderaar van Thorbecke was. Hij was één van de sprekers toen er een gedenksteen werd geplaatst in het geboortehuis van Thorbecke aan de Thorbeckegracht in Zwolle.

Van Diggelen is ook actief geweest op andere terreinen. Zo werd mede dankzij zijn inzet in Zwolle een volksgaarkeuken ingericht. Ook het onderwijs had zijn interesse. In de Tweede Kamer stelde hij verschillende vragen over dit onderwerp. Bovendien was hij van 1879 tot 1893 schoolopziener in het district Steenwijk.

Van Diggelen pleitte, zoals ook zijn vader had gedaan, voor de droogmaking van de Zuiderzee. Zo verscheen in 1877 van zijn hand Beschouwingen naar aanleiding van het Wetsontwerp tot bedijking en droogmaking van het Zuidelijk gedeelte van de Zuiderzee. Door deze publikatie kwam hij in 1884 in contact met de al genoemde A. Buma. Dankzij een nauwe samenwerking tussen beide mannen kwam het op 4 januari 1886 tot de oprichting van de Zuiderzeevereniging. Het onderzoek dat in de daarop volgende periode vanuit deze vereniging werd uitgevoerd, vormde de grondslag van de Zuiderzeewet van 1918. Buma werd eerste voorzitter, Van Diggelen onder-voorzitter. Toch werd in later jaren de samenwerking regelmatig verstoord door conflicten tussen deze twee sterke persoonlijkheden. Op 26 september 1892 bedankte Van Diggelen zelfs voor het lidmaatschap van de vereniging. De achtergrond van deze beslissing is niet geheel duidelijk, maar wel is zeker dat Van Diggelen acht jaar later weer toetrad tot de vereniging. In 1901 nam hij opnieuw zitting in het algemeen bestuur.

Van Diggelen was ook nauw betrokken bij de voorbereidingen tot de droogmaking van de Koekoek, een veenplas ten noordoosten van IJsselmuiden. Zijn vader had samen met de twee andere aannemers van de eerste droogmaking in 1857, het recht verworven op de helft van de gronden in de polder de Koekoek. Al spoedig daarna was het gebied echter weer onder water gelopen. Ook PJ.G. van Diggelen die het aandeel van zijn vader erfde, heeft het totstandkomen van de droogmakerij in 1909 niet mogen meemaken. Hij stak trouwens niet onder stoelen of banken dat hij geen financieel voordeel zag in de droogmaking. De gemeenschappelijke eigenaren wilden daarom hun bezit na de droogmaking zo spoedig mogelijk verkopen. De gronden bleken echter onverkoopbaar te zijn. De zoon van Pieter Johannes Gesienus, mr. B.P.G. van Diggelen, was in 1927 met 144 van de 255 aandelen zelfs de grootste aandeelhouder in de intussen opgerichte N.V. Grondexploitatie-maatschappij 'De Koekoek'. Pieter Johannes Gesienus van Diggelen trouwde te Utrecht op 11 mei 1865 met Catharina Alexandrina Verloren van Themaat. Na haar overlijden in 1881 trad hij op 12 december 1883 in Kampen in het huwelijk met Petronella Henriette Conradine Engelenberg.

Auteur: H. Kaag - van der Boon
Geboren:   24-10-1837 Zwolle
Overleden:   11-05-1907 Zwolle
Vader:   Benjamin Pieter Gesienus van Diggelen
Moeder:   Geertruida van Berkum Bijsterbos
Echtgeno(o)t(e):   Catharina Aexandrina Verloren van Themaat
Tweede echtgeno(o)t(e):   Petronella Henriette Conadine Engelenberg
Publicaties:   -G.L. Cleintuar, Wisselend getij. Geschiedenis van de Zuiderzeevereniging 1886-1949, Zutphen 1982 -Provinciale Overijsselsche en Zwolsdie Courant, 14 mei 1907 -Als de Dag van Gisteren. Honderd jaar Zwolle, de Zwollenaren en de politiek, Zwolle 1992
Laatst bijgewerkt op:   27-02-2014